Joegoslavische burgeroorlog

Overzicht van de Joegoslavische Burgeroorlog

Uit een rapport van Amnesty International bleek in 2012 dat er nog minstens 14.000 mensen vermist worden als gevolg van de Balkanoorlog. De reeks conflicten in Slovenië, Kroatië, Bosnië en Kosovo – die gezamenlijk ook wel bekend staan als de Joegoslavische Burgeroorlog – kostten naar schatting aan ruim 140.000 mensen het leven. De Joegoslavische Burgeroorlog wordt dan ook beschouwd als het meest bloedige conflict sinds de Tweede Wereldoorlog.

In 1943 werden de landen op de Balkan verenigd in een één staat, de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Het nieuwe land kwam onder leiding te staan van de maarschalk Josip Broz Tito (1892-1980), die door middel van geweld en onderdrukking alle vormen van nationalisme binnen Joegoslavië de kop indrukte. Lange tijd bleef hierdoor de vrede in de Balkan bewaard, maar na de dood van Tito in 1980 staken de nationalistische en etnische verschillen alsnog de kop op.

Joegoslavische Federatieraad

De maarschalk had dit nog voor zijn dood willen voorkomen door de oprichting van de Joegoslavische Federatieraad, waarin alle acht deelrepublieken ieder een gelijke stem hadden. In 1988 maakte Servië, onder leiding van de nationalistische partijleider Slobodan Milošević, echter wederrechtelijk een einde aan de autonomie van Kosovo en Vojvodina, waardoor het land drie van de acht zetels in handen kreeg. Milošević had bovendien ook een sterke aanhang in de deelstaat Montenegro, met als gevolg dat de Servië de Federatieraad te allen tijde buitenspel kon zetten.

Tiendaagse Oorlog in Slovenië

Dit alles had tot grote onrust geleid in Slovenië en Kroatië, die vreesden dat Milošević Joegoslavië om wilde vormen tot een staat onder Servisch bestuur, het zogeheten Groot Servië. Op 25 juni 1991 verklaarden beide landen daarom eenzijdig hun onafhankelijkheid van Joegoslavië. Nog diezelfde dag besloot het Joegoslavische leger (JNA) Slovenië binnen te vallen, waar het stuitte op verzet van Sloveense strijdkrachten (TO). Al snel was het voor Milošević duidelijk dat de situatie in Slovenië onhoudbaar was en op 3 juli trok het JNA zich weer terug. Vier dagen later kwam er een einde aan deze Tiendaagse Oorlog met de ondertekening van het Akkoord van Brioni.

Kroatische onafhankelijkheidsoorlog

In vergelijking met Slovenië was Kroatië van veel groter belang voor Milošević, aangezien daar veel meer Serven woonden. Nog voor Kroatië zich überhaupt onafhankelijk had verklaard maakten de Kroatische Serven bekend dat zij zich af wilden scheiden van Kroatië middels de oprichting van de ‘Servische Autonome Oblast’ (SAO) Krajina. Na de Kroatische onafhankelijkheidsverklaring van 25 juni 1991 sloot het JNA, dat voor 70 procent bestond uit Serven en Montenegrijnen, zich aan bij de Servische Kroaten en vielen zij Kroatië binnen.

De oorlog escaleerde al snel naar een grootschalig conflict en het JNA stuurde maar liefst 70.000 troepen naar de regio. Onder druk van de Verenigde Naties kwam het echter op 2 januari 1992 tot een staakt-het-vuren en een vredesverdrag. De onafhankelijkheid van Kroatië werd hiermee internationaal erkend, maar de Servische Kroaten behielden het veroverde territorium en verenigden zich daar in de ‘Republiek van Servisch Krajina’. In 1995 werden deze gebieden echter alsnog geannexeerd door Kroatië tijdens het militaire offensief genaamd ‘Operation Storm’.

Bosnische oorlogen

Ondertussen had de bevolking van Bosnië zich middels een referendum op 29 februari 1992 ook uitgesproken voor afscheiding van Joegoslavië. Deze volksraadpleging was echter geboycot door de Bosnische Serven, die onder leiding van Radovan Karadžić besloten hun eigen staat op te richten: de ‘Republika Srpska’ (Servische Republiek). Al snel daarna braken er onlusten uit en begonnen de Bosnische Serven, met steun van Servië en het JNA, aan het beleg van de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Aanvankelijk stuitten de Bosnische Serven hierbij op gezamenlijk verzet van de Bosnische Kroaten en de overwegend Islamitische Bosniakken.

Na verloop van tijd keerden de Bosnische Kroaten zich, met steun van Kroatië, echter ook tegen de Bosniakken, in de hoop zelf zoveel mogelijk Bosnisch grondgebied te kunnen veroveren. De Bosnische oorlogen werden het toneel van grootschalige etnische zuiveringen, waarbij tienduizenden mensen om het leven kwamen. Pas na de val van Srebrenica en een bombardement op een markt in Sarajevo een maand later greep de internationale gemeenschap in. Na een reeks luchtaanvallen van de NAVO werd er in 1995 vrede gesloten met het Verdrag van Dayton.

Kosovo oorlog

Hoewel Joegoslavië inmiddels grotendeels uit elkaar was gevallen, duurde de Joegoslavische Burgeroorlog nog steeds voort. In 1996 ontstond er namelijk onrust in Kosovo, waar het Albanese ‘Bevrijdingsleger van Kosovo’ (UCK) regelmatig aanslagen pleegde op Servische doelwitten. Aanvankelijk werd de UCK door Westerse landen beschouwd als een terroristische organisatie, maar na een escalatie van het conflict en hard ingrijpen van de Serven veranderde de beeldvorming in het Westen. In 1999 ging de NAVO opnieuw over op luchtbombardementen en werd het Servische leger teruggedrongen uit Kosovo.

Slachtoffers van de Joegoslavische Burgeroorlog

De reeks conflicten op de Balkan, gezamenlijk de Joegoslavische Burgeroorlog genoemd, worden door historici ook wel beschouwd als het meest bloederige conflict sinds de Tweede Wereldoorlog. Volgens het International Center of Transitional Justice kwamen er tijdens het conflict minstens 140.000 mensen om het leven als gevolg van oorlogshandelingen, massamoorden en etnische zuiveringen. In 2012 maakte Amnesty International bovendien bekend dat er nog minstens 14.000 mensen vermist worden als gevolg van de Joegoslavische Burgeroorlog.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!