Friet

150 jaar friet!

Iedereen eet ze wel eens, samen met een kroket of een frikadel, met mayonaise of ketchup: de frietjes. Vlaamse frieten, Franse frietjes, fish and chips: deze snack is er in alle soorten en maten. Op 30 september 2019 werd gevierd dat we al 150 jaar lang friet eten in Nederland. Op het Frituurwereld Event in Houten was er een gehele dag aan festiviteiten gewijd aan de gefrituurde aardappelstaafjes. Waar komt deze geliefde snack vandaan en hoe heeft hij zijn weg naar onze Hollandse snackbar gevonden?

Oorsprong van het frietje

Er zijn veel verschillende verhalen over het ontstaan van friet. Zo zouden gefrituurde stukjes aardappel al voor het eerst bereid zijn in Spanje in de zestiende eeuw. Theresa van Avila, een mystica die later heilig is verklaard, zou het voedzame gewas hebben laten verbouwen in de kloostertuinen in Spanje. Daarnaast zou ze tevens als eerste op het idee zijn gekomen om de aardappelen in olie te bakken. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk omdat de aardappel zoals wij die nu kennen, nog niet in Europa was gearriveerd. Haar bedelorde heeft wel een grote voorraad zoete aardappelen aan een ziekenhuis in 1573 gedoneerd.

Theresa van Avila

Wat wel vaststaat, is dat de Spanjaarden de aardappel introduceerden in Europa. Volgens de overlevering stuitten de Spaanse ontdekkingsreiziger Jiminez de Quesada en zijn troepen in 1550 namelijk op een dorp in Colombia, waarvan de bevolking was gevlucht. Toen de soldaten de voorraden van de inheemse bevolking plunderden, troffen ze er aardappelen aan, die ze aanvankelijk "truffels" noemden. Ongeveer 20 jaar later brachten de Spanjaarden de aardappel mee Spanje en introduceerden ze het gewas ook in Italië. Op dit moment waren de aardappelen nog vrij klein en bitter en groeiden ze niet goed op Europese bodem. In de loop van de tijd werden echter grotere en minder bittere versies van de plant gekweekt en de plant werd geleidelijk elders in Europa populair.

Belgische vissen

Volgens historicus Jo Gérard begon de geschiedenis van België betreffende de frietjes rond 1680. Hij schreef dat de inwoners van Wallonië toen de gewoonte hadden om vissen die ze gevangen hadden uit de Maas in olie te bakken. Soms was het achter te koud of gevaarlijk om te vissen. Daarom bedachten de Walen een alternatief. Zij sneden aardappelen in de vorm van kleine visjes, die zij vervolgens ook in olie bakten. Dit verhaal lijkt echter niet aannemelijk, aangezien de aardappel pas rond 1735 in Wallonië werd geïntroduceerd. Bovendien zou het ondenkbaar zijn dat de “gewone man” destijds zijn kostbare olie had willen verspillen aan het bakken van aardappels.

Of toch Frankrijk?

Naast de Spanjaarden en Belgen beweren ook de Fransen dat zij de frietjes hebben bedacht. De aardappel kon sinds eind achttiende eeuw rekenen op een grote populariteit in Frankrijk. Dit was voor een belangrijk deel te danken aan een Franse legerofficier genaamd Antoine-Augustine Parmentier, die een beroemd voorvechter van de aardappel was. De Fransen dachten in die tijd dat aardappels ziekten veroorzaakten en gebruikten ze voornamelijk als varkensvoer. In 1748 verbood het Franse parlement zelfs de aardappelteelt. Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) werd Parmentier gevangen genomen en kreeg hij als onderdeel van zijn gevangenisrantsoen aardappelen, waardoor hij erachter kwam dat aardappelen nog zo slecht niet waren. Toen hij terugkwam in Frankrijk, begon Parmentier de aardappel te verdedigen als potentiële voedselbron. Toen hij terugkwam in Frankrijk, verdedigde Parmentier de aardappel als potentiële voedselbron.

Antoine Parmentier

Uiteindelijk, in 1772, verklaarde de faculteit geneeskunde in Parijs dat aardappelen eetbaar waren voor de mens. Parmentier lanceerde vervolgens een agressievere campagne om de aardappel in Frankrijk te promoten en organiseerde diners met aardappelen als hoofdgerecht. Gasten als Benjamin Franklin, Antoine Lavoisier, koning Louis XVI en koningin Marie Antoinette waren van de partij. Uiteindelijk was het echter in 1785 de hongersnood die de aardappel populair maakte in Frankrijk.

Toen de Fransen de aardappel eenmaal accepteerden, verspreidde het gewas zich al snel door het hele land. Al in 1795 werden aardappelen op zeer grote schaal geteeld in Frankrijk. Rond die tijd bedachten de Fransen, of leerden ze, friet te maken. Eenmaal geïntroduceerd als lekkernij, veroverden de frites al snel de harten van de Fransen. Ondernemers speelden in op deze trend door de friet in Parijs op straat te verkopen. De allereerste friture stond op de Pont Neuf in de Franse hoofdstad.

Volgens de Fransen staat het dus als een paal boven water dat onze favoriete snack uit hun land komt. Het bewijs zit zelf in de naam, ze staan immers bekend als “Franse frietjes”. Deze term werd populair tijdens de Eerste Wereldoorlog toen de snack ook buiten Europa bekendheid kreeg. Volgens de Belgen waren het de Belgische soldaten, die Frans spraken, die deze frietjes aan de Amerikaanse soldaten verspreidden, die dit gerecht vervolgens omdoopten tot “Frans”.  

Friet

Friet in Nederland

Wat in ieder geval wel vaststaat, is dat rond 1900 frietjes al gemeengoed waren in België, maar in Nederland veel minder bekend waren. Dat weerhield de Bredase gebakkraam er niet van om al in 1869  te adverteren met "Pommes de terre frites” in de Bredasche Courant. Deze kraam op de Bredase kermis staat dan ook in de geschiedenisboeken als het eerste verkooppunt van friet in Nederland. Al in 1882 hebben café-restaurants in zowel Venlo als Amsterdam pommes frites op het menu staan. Ook veel Belgen die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland vluchtten, introduceerden de Belgische lekkernij aan de Hollanders. Zo belandden deze gouden reepjes langzamerhand op ons menu en op ons bord.

Bronnen:

Afbeeldingen:

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!