Boekrecensie: De gebroeders Wright. De onverschrokken pioniers van de luchtvaart

Historicus David McCullough schreef eerder veel geprezen boeken, waaronder de biografieën van Harry Truman en John Adams. Voor beiden boeken ontving hij de Pullitzer Prijs. Dat belooft dus wat voor de lezer met zijn nieuwe dubbelbiografie over de gebroeders Wright. Het boek vertelt over het uitkomen van een jongensdroom. McCullough weet met zijn fenomenale schrijfwijze de lezer de bladzijden te laten verslinden en mee te nemen in de hoofden van Wilbur en Orville Wright uit Dayton, Ohio in de Verenigde Staten.

Vera Weterings

Als lezer maak je als het ware deel uit van het gezin Wright. Door de vele brieven en dagboeken die bewaard zijn gebleven van de familie Wright is het goed voor te stellen hoe de broers samen met hun zus Katharine en vader leefden. De twee broers groeiden op in de tijd waarin de fiets dé sensatie bij uitstek was en werkelijk overal een rage ontketende. In het voorjaar van 1893 openden Wilbur en Orville hun eigen kleine fietsenwinkel, de Wright Cycle Exchange, waar ze fietsen verkochten en repareerden. Toen Orville in de nadagen van de zomer van 1896 door de koorts geveld werd, duurde het een maand voor hij weer de oude was. Wilbur stortte zich in die periode op literatuur over de Duitse zweefvliegfanaat Otto Lilienthal. Ook las hij Animal Mechanism van Jules Marey uit de gezinsbibliotheek. Het lezen van Marey spoorde hem aan vergelijkbare boeken te lezen, waaronder Animal Locomotion; or Walkin Swimming, and Flying with a Dissertation on Aeronautics van J.Bell Pettigrew. Dit boek zou blijvend invloed hebben op de bouw van de vliegtuigen door de broers. Pettigrew benadrukte in zijn boek het belang van de beweging van het vliegen met vleugels.

“‘De manier waarop een arend in de lucht hangt’ bleef vooralsnog noodgedwongen een raadsel, dat pas ontrafeld zou worden als we volledig inzicht kregen in de structuur en het gebruik van vleugels.” (p. 42)

De broers stortten zich op de luchtvaartliteratuur van Lilienthal, Chanute en Langley. Naast hen waren er ook andere vooraanstaande ingenieurs, wetenschappers en denkers die zich in de negentiende eeuw bezig hadden gehouden met de grote vraagstukken van de bemande luchtvaart. Er werd veel geëxperimenteerd met de luchtvaart. Dit bracht hoge kosten en risico’s op vernedering, blessures en de dood met zich mee. Daarnaast lag ook altijd het gevaar op de loer om als een fantast gezien te worden. Toch weerhield dit de gebroeders er niet van zich in deze wetenschap te verdiepen. De fietsenwinkel draaide goed en ondertussen verdiepten zij zich steeds meer in de luchtvaart. Ook verzocht Wilbur het Smithsonian Instituut om meer informatie over het onderwerp, dit kreeg hij toegezonden. In deze brief aan het Smithsonian haalde Wilbur nogmaals zijn inspiratie uit de vogels aan:

“Hij schreef dat het ‘slechts een kwestie was van kennis en vaardigheden op acrobatisch vlak voordat de mens het luchtruim zal veroveren’, en dat vogels ‘de meest perfect getrainde gymnasten ter wereld waren.. zeer goed uitgerust voor hun taak.” (p. 49)

De broers begonnen met het bouwen van hun eigen experimentele zweefvlieger en gebruikten hiervoor de vele teksten die ze hadden gelezen, de observaties van vliegende vogels en hun ingenieuze geest.  In de zomer van 1899 begonnen de broers in een kamertje boven de fietsenwinkel aan de bouw van hun eerste vliegtuig. Het was een tweedekkers, gebouwd naar het ontwerp van Octave Chanute met twee vleugels boven elkaar voor de stabiliteit en een uniek systeem van touwen waarmee de piloot op de grond de verdraaiing van de vleugels bediende. Het vliegtuig werd in augustus op een open vlakte buiten Dayton getest. Wilbur was echter niet tevreden met de testvlucht en schreef Chanute aan voor een geschikte locatie voor testvluchten. Hierna besloten de broers hun fietsenwinkel enige tijd te verlaten, Katharine hield een oogje in het zeil. De broers reisden af naar Kitty Hawke om het vliegtuig te verbeteren en testvluchten te maken. Bij het verbeteren van het vliegtuig bleven de broers vogels en hun manier van vliegen nauwkeurig bestuderen. Wilbur tekende de vorm van verschillende vogels en schreef er aantekeningen bij in zijn notitieboek:

“De buizerd die gebruikmaakt van de V-vormige vleugel heeft meer moeite om bij sterke wind zijn evenwicht te bewaren dan arenden en haviken die hun vleugels zo houden.” (p. 67)

Toen de testvluchten goed gingen begonnen de gebroeders fabrikanten van automotoren aan te schrijven met de vraag of ze een kant-en-klare motor op de plank hadden liggen die licht was maar toch over voldoende vermogen voor hun doeleinde beschikte.  Er reageerde slechts één fabrikant wiens motor veel te zwaar bleek. Toen grepen ze terug op hun monteur Charlie Taylor die sindsdien betrokken bleef bij de ontwikkelingen van Wrights vliegtuigen. Taylor richtte zich op het ontwerpen van een motor. Op 17 december 1903 hebben Wilbur en Orville voor het eerst gevlogen. Na enige tijd merkte de pers dit ook op en begon te schrijven over de spectaculaire testvluchten van de Wrights. Hoewel de broers al in 1903 patent hadden aangevraagd voor de Wright Flying Machine werd dit pas op 22 mei 1906 toegekend. Inmiddels waren de broers in zee gegaan met Flint & Company, een bedrijf uit New York met veel ervaring in het verkopen van legermaterieel in Europa. In Duitsland werden vijftig Wright Flyers afgenomen en om de Flyer te vertegenwoordigen ging Wilbur naar Frankrijk. Wilbur maakte verschillende spectaculaire testvluchten in Le Mans. Ondertussen deed Orville hetzelfde in Fort Myer. Een vlucht mislukte echter, waardoor hij in het ziekenhuis belandde en lange tijd nodig had om te herstellen. Hij knapte op en kon vervolgens weer vliegen en verder sleutelen aan de vliegtuigen. De Wright Company slokte echter veel energie op. Er ontstond een niet aflatende strijd tegen alle patentinbreuken en de broers wilden hun reputatie hoog houden. Ze waren trots op hun schepping en hebben verschillende keren rechtszaken aangespannen om deze te beschermen, en ze hebben ook al hun rechtszaken gewonnen. Nooit hadden ze gedacht dat de luchtvaart in enkele decennia zo’n, letterlijk, hoge vlucht zou nemen.

De dubbelbiografie is meeslepend geschreven en de intelligentie van de gebroeders Wright zal de lezer intrigeren. Ook is het geweldig hoe de lezer door het vele bronmateriaal als het ware in de hoofden van de gebroeders wordt meegenomen en ze van dichtbij leert kennen. Dat McCullough voor deze dubbelbiografie veelvuldig gebruik heeft gemaakt van de dagboeken, aantekeningen en meer dan duizend brieven van de familie Wright komt duidelijk naar voren. Daarbij is het boek heerlijk vlot geschreven. Iedereen die ook maar een beetje gefascineerd is door de luchtvaart zal het verhaal van de fietsenmakers uit Dayton die vliegtuigen ontwierpen omarmen.

De gebroeders Wright. De onverschrokken pioniers van de luchtvaart, David McCullough

(Vertaald door Erik de Vries, oorspronkelijke titel The Wright Brothers)

Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum, Houten 2015
ISBN 987 90 00 34684 4

Gebonden, met illustraties in zwart-wit, illustratieverantwoording, bibliografie en notenapparaat.
366 pagina’s
€29,99

 

Deze recensie is afkomstig van de website van Hereditas Nexus. Bezoek de website voor meer kritische reviews van boeken, tentoonstellingen en ander historisch vermaak.

Meer weten

Tijdschriften: