Wat tsaar Peter de Grote (1672-1725) leerde van Holland en de Hollanders

Rond 1700 waren de Nederlanden uitgegroeid tot de Europese marktplaats bij uitstek voor kennis, voor nieuwe methoden en technieken en voor nieuwe ideeën hoe een samenleving viel in te richten. Een revolutionaire Russische tsaar, Peter de Grote (1672-1725), ontdekte dat hij voor de modernisering van zijn land, dat in velerlei opzichten in de middeleeuwen was blijven steken, het beste terecht kon in de Nederlanden. Veel van zijn ideeën kwamen uit Gollandia. Een aantal daarvan hebben Rusland blijvend veranderd. Anderen bleken alleen dankzij Peters toezicht te kunnen bestaan.

Auteur: Jozien J. Driessen-van het Reve

Wetenschappelijk oorlogvoeren

Al in de tijd van Ivan IV, de Verschrikkelijke, een tijdgenoot van Willem van Oranje, had Gollandia in Rusland een naam verworven als een marktplaats voor militaire technologie. Het land leverde Rusland wapens en huursoldaten. Toen prins Maurits begon het krijgsbedrijf te professionaliseren drong dat ook in Rusland door. Er verschenen onder zijn auspiciën allerlei praktische handboeken. Van een geïllustreerd handboek voor strijden te voet[1], tot een handboek voor het bouwen van forten, dat Peter de Grote in zijn bibliotheek had.[2] Een dergelijk handboek viel de eer te beurt in 1647 het eerste wereldlijke boek te zijn dat ooit in Rusland gedrukt was.[3] Tijdens zijn studie aan de Leidse Universiteit had Maurits op de colleges van Justus Lipsius kennis gemaakt met de belangrijkste theorieën over de oorlogvoering in de oudheid.[4] Nieuwe kennis zocht en vond men in het verleden. Die kennis verspreidde zich snel.

Jongemannen van protestantse huize, al of niet van (lagere) adel, afkomstig uit heel Europa, namen wat ze geleerd hadden in het leger van Maurits mee naar huis. Een voorbeeld is de Zweedse edelman Jacob de la Gardie, die in de jaren 1606-1608 onder Maurits diende en de Nederlandse manier van oorlogvoeren in het Zweedse leger introduceerde dat toen in Rusland vocht.[5] Veel Schotse, Franse, Engelse en Duitse officieren die deel uitmaakten van dit leger namen later weer dienst in het leger van de tsaar.

Op import van militaire kennis volgde import op andere terreinen. Tsaar Aleksej, de vader van Peter, gaf de Amsterdamse graanhandelaar Andries Winius (1605-1662) een privilege om in 1632 in Toela een ijzergieterij en een kanonnenfabriek op te zetten, de eerste in Rusland. Winius nam twintig Hollandse meesters aan.[6] Zo werden militairen en kooplieden aangevuld met vaklieden gespecialiseerd in kunsten en wetenschappen die in Rusland nog onbekend waren. In Rusland heerste een negatieve, angstige houding tegenover kennis. Toen de Amsterdamse burgemeester Nicolaas Witsen in 1665 in Moskovië verbleef noteerde hij: ‘De tsaar [Aleksej] was een liefhebber van de vrije kunsten, maar hij liet deze uit voorzorg niet onderrichten, noch aan zijn kinderen, noch aan zijn onderdanen’.[7] Een arts die de tsaar had verklaard dat hij zijn anatomische kennis te danken had aan ontledingen kreeg ten antwoord dat hij ontledingen van mensen niet toestond en als het toch gebeurde, hij dat zou weten te verhinderen.[8] De tsaar ontbeerde het inzicht dat goed geschoolde burgers de vorst juist profijt konden opleveren, en dat het systematisch beoefenen van de wetenschappen nog meer profijt kon opleveren. In Engeland had kanselier Francis Bacon dit al in 1605 zijn vorst voorgehouden.[9] Omdat Russen niet buiten hun land mochten reizen waren het alleen de buitenlanders die de Russen een andere manier van leven konden laten zien. Zij lieten woonhuizen in een strakke classicistische stijl bouwen, lieten hun personeel livreien dragen, gebruikten glazen aan tafel, gebruikten stoelen om op te zitten, hadden schilderijenverzamelingen[10], bibliotheken en bespeelden muziekinstrumenten.

De uitzonderlijke jeugd van Peter de Grote

De moeder van Peter, Natalja Narysjkina, was opgevoed in het huis van een van de weinige edelen in Rusland die Latijn kenden, haar peetvader Artamon Matvejev. Deze ontwikkelde man had een Schotse vrouw getrouwd en in haar huis golden andere regels dan in Russische gezinnen gebruikelijk was. Peters moeder hoefde zich niet te verschuilen als er (mannelijke) bezoekers kwamen, maar was eraan gewend aan tafel nieuwtjes uit te wisselen en mee te discussiëren. Door haar toedoen liet Peters vader, tsaar Aleksej, het eerste toneelstuk ooit opvoeren in Rusland, in het paleis.[11]

Maar toen Peter bijna vier jaar oud was, overleed zijn vader en toneelstukken werden er niet meer opgevoerd. Peter werd met zijn moeder uit het Kremlinpaleis gezet door de nieuwe tsaar, zijn halfbroer Fjodor. Daardoor werd Peter niet aan het hof opgevoed en verkeerde hij niet in het centrum van de macht, met alle protocol, vaste rituelen en kerkelijke taken, maar kon hij opgroeien met meer vrijheid. Door allerlei hofintriges kon die vrijheid voortduren, zelfs nadat Peter in 1682, bijna tien jaar oud, tot tsaar was uitgeroepen. Pas toen in 1694 zijn moeder stierf, begon zijn actieve regeringsperiode. Tot die tijd koesterde Peter zijn vrijheid en gebruikte hij die om zijn eigen leraren te zoeken.

Toen Peter elf jaar was kwam Nikita Moisejevitsj Zotov (?-1717) hem thuis onderwijzen. Peter leerde lezen en schrijven en kon de Bijbel lezen in het Oud-Kerkslavisch, maar hij leerde geen Latijn. Dit betekende een handicap voor Peter, want de internationale schrijf- en leestaal was nog overwegend het Latijn. Vertalingen van de klassieken waren in het Russisch niet uitgegeven. Maar in zijn kinderkamer hingen wel buitenlandse prenten, met afbeeldingen van scènes uit de klassieke oudheid, thema’s uit de klassieke mythologie en de geschiedenis van Rome en Griekenland. Peter raakte gefascineerd door Alexander de Grote en Julius Caesar.

Toen Peter oud genoeg was om alleen op pad te gaan zocht hij zelf zijn leermeesters in de buitenlanderswijk in Moskou. Hij vond ze onder de Schotten, Duitsers en Hollanders. Er waren nogal wat kooplieden en vaklieden onder, afkomstig uit Amsterdam en wijde omgeving. Buitenlanders hadden in 1653 naar deze wijk moeten verhuizen om te voorkomen dat zij Russen met hun varianten van het christendom zouden besmetten. Zij mochten ook geen Russisch-orthodoxe huispersoneel aannemen.

Kennismaking met de denkwereld van niet-Russen

In de buitenlanderswijk maakte Peter kennis met de denkwereld van niet-Russen. Sommige buitenlanders hadden om politieke redenen hun vaderland verlaten, anderen hadden een misdaad begaan en hadden wel moeten vluchten, weer anderen zochten het avontuur of betere kansen. De meesten waren in hun vaderland al generaties gewend aan het naast elkaar bestaan van verschillende geloven. Om de religievrede te bewaren waren ze gedwongen tot tolerantie.[12] Het was tenslotte al meer dan anderhalve eeuw geleden dat Luther en Calvijn begonnen waren de Kerk van Rome het monopolie op het ‘ware’ geloof te betwisten. Een van de dingen die Peter in de wijk leerde, was dat je heel verschillend over de godsdienstige praktijk kunt denken en toch met elkaar om kunt gaan, een voor de meeste Russen onvoorstelbare gedachte.[13] In Rusland was de situatie totaal anders. Daar was slechts één variant van het christendom toegestaan; elke Rus was Russisch-orthodox, met uitzondering van moslims in de door Ivan IV veroverde Tataarse gebieden. Voor joden bleef Rusland ook onder Peter verboden.[14]

Patriarch Joachim verbood Peter in de buitenlanderswijk te komen. De patriarch was sterk gekant tegen omgang met deze buitenlandse ‘ketters’. Toen hij in 1690 stierf stond er in zijn testament

Moge onze tsaren [Peter en Ivan, zij deelden sinds 1682 de troon] nimmer toelaten dat Russisch-orthodoxe christenen nauwe betrekkingen onderhouden met ketters en andersdenkenden – met Latijnen, Lutheranen, Calvinisten, en goddeloze Tataren (...) maar laat ze hen vermijden als vijanden van God en eerschenders van de kerk.[15]

Peter heeft zich nooit iets aan het verbod van Joachim gelegen laten liggen. Zijn belangstelling voor de buitenlanders was gericht op het verwerven van kennis. Door bij buitenlandse vaklieden de kunst af te kijken kreeg Peter volgens tijdgenoten maar liefst veertien beroepen onder de knie, zoals metselaar, smid, schilder, drukker, boekbinder, vroedvrouw, tandarts enzovoorts.[16] Zeilen leerde hij van de Nederlandse protestant Karsten Brand, die voor hem een Engels sloepje opknapte en hem tegen de wind in leerde zeilen. Tegelijkertijd oefende hij met zijn speelregimenten. Hij vormde regimenten van jongens van zijn leeftijd uit drie verschillende dorpen, aangevuld met echte soldaten. Zij oefenden in nieuw ontworpen uniformen in gedisciplineerd vechten op commando. Dat was nieuw voor Rusland. De militaire training verzorgde een katholieke generaal, Patrick Gordon uit Schotland, die zijn eigen training in 1655 in het Zweedse leger had ondergaan. In 1661 was hij in Russische dienst getreden en hij had succesvolle militaire campagnes gevoerd. Peter raakte speciaal bevriend met een protestantse militair uit Genève, die in Frankrijk en de Nederlanden had gediend, Frans LeFort. Peter vond een leraar mathematica in de Nederlander Frans Timmermans. Bij het militaire bedrijf kwam ook wiskundige kennis te pas om bijvoorbeeld de baan van een kanonskogel te berekenen, een kwadrant te hanteren en een driehoeksmeting toe te passen. Russen was dergelijke kennis onbekend en ze beschouwden die als godslasterlijk en verdacht. Peter brak met die traditie en maakte zich deze nieuwe kennis eigen.

De nieuwe Tabel rangov, de Rangentabel

Peter stond erop in zijn eigen regiment alle rangen te doorlopen. Hij bracht het van gemeen soldaat tot bombardier. Hetzelfde deed hij op een schip in Archangel dat de Amsterdamse burgemeester Witsen voor hem had laten uitrusten. Hij doorliep er de rangen, van kajuitsjongen tot kapitein. Dat was een merkwaardige wens voor een tsaar, die immers met onbeperkte macht aan het hoofd stond van alle Russen. Het idee van Peter, dat iedereen gelijk begint en op grond van kennis en vaardigheden bevorderd kan worden tot een hogere rang, was nieuw voor Rusland. Voordat Peter zijn nieuwe Rangentabel invoerde, waarbij iemand bij het bereiken van een bepaalde rang van adel werd, was de rangorde ingedeeld op grond van een eeuwenoud stelsel dat niet werd bepaald door iemands bekwaamheden, maar door geboorte, mestnitsjestvo (plaats in de rangorde) genoemd. Een uitzondering waren legeraanvoerders, die soms om een bepaalde veldtocht te leiden bez mest (zonder plaats) benoemd werden. Het was niet zo dat in de Nederlanden rangen en standen niet telden, integendeel, maar sociale mobiliteit door verdienste was er allang algemeen aanvaard. Veel Nederlanders dachten over erfopvolging en adellijke afkomst net zo als de Amsterdamse arts, libertijn en publicist Adriaan Koerbagh:

Men maakt onderscheid tussen mens en mens; de een wordt edel genoemd, de ander onedel. Maar wie, naar mijn mening, edel of onedel is, moet ik eens kortweg zeggen. Onedel is hij die niets weet en onredelijk is, al stamde hij af van den grootsten koning. Edel is hij die wijs is en kennis heeft, al ware hij een kind van den armsten bedelaar.[17]

Kennismaking met kunsten en wetenschappen

Peter had tenslotte het roer van staat overgenomen en een grote overwinning op de Turken bij Azov behaald. Tijd om nieuwe plannen te maken. Omdat hij in Moskou alles geleerd had wat er in de buitenlanderswijk aan kunsten en wetenschappen te leren viel, daagde admiraal Frans LeFort hem uit om nu maar eens te gaan kijken in de landen waar die buitenlanders vandaan kwamen. Daar zou hij nog veel meer kunnen leren. Peter stelde een zaakwaarnemer aan, verbood iedereen in Rusland op straffe des doods bekend te maken dat de tsaar niet in het land was en vertrok. Officieel reisde hij incognito mee als Peter Michajlov, bombardier, met een gezantschap onder leiding van admiraal Frans LeFort, Fjodor Golovin en Prokopi Voznitsyn dat bondgenoten ging zoeken voor zijn strijd tegen de Turken.

Peter toonde onderweg de onbegrensde nieuwsgierigheid van de autodidact en nam daarmee iedereen voor zich in. In Nederland en Engeland doorliep hij in een periode van ruim een jaar, van maart 1697 tot mei 1698, allerlei cursussen. In Amsterdam behaalde hij in enkele maanden een diploma scheepstimmerman en in Londen leerde hij in een dag doodkisten maken. Hij bezocht parlementen, ontmoette burgemeesters, bezocht instellingen voor wezen-, armen-, en ziekenzorg, synagogen en kerken van elke denominatie. Hij maakte kennis met wetenschappelijke verzamelingen van planten, dieren en mineralen en woonde natuurkundige demonstraties bij met nieuwe instrumenten. De tsaar-leerling kwam  in Moskou terug, geschoold in vrijwel alle kunsten en wetenschappen: van sterrenkunde, anatomie en chirurgische operaties tot de kunst van het etsen en de kunst van het slaan van betrouwbare munten. Terug in Moskou begon hij zijn hervormingen door te voeren.[18]

Nieuwe bestuurslaag

Tijdens zijn reis door de Oostzeelanden en de Duitse staten naar Amsterdam, was Peter de macht van de burgemeesters opgevallen. Waar hij arriveerde, altijd werd hij welkom geheten door één of meer burgemeesters. Het ontging hem niet hoe welvarend deze steden waren in vergelijking met Russische steden. Deze steden kenden een hoge graad van autonomie, die zijn zegslieden in direct verband brachten met de welvaart van hun stad. Door hun welvaart konden de steden een aanzienlijke som afdragen aan de schatkist van het land. Terug van zijn Grand Tour stelde Peter de nieuwe functie van burgemeester in. In enkele steden koos voortaan de groep door de tsaar erkende kooplieden jaarlijks uit haar midden de burgemeester. Toezicht op deze Russische burgemeesters hield een nieuw ministerie, de Burmisterskaja palata, het burgemeestersministerie.

Radicale verandering van de positie van de vrouw

In de Duitse staten en de Republiek maakte Peter kennis met dames die deelnamen aan het openbare leven, aanzaten bij banketten en niet schroomden om hem het hemd van het lijf te vragen over zijn land en over zijn opvattingen. Vrouwen demonstreerden hem hun zelfgeteelde ananas. Zij lieten zich voorstaan op het kweken, tegen de gesteldheid der natuur in, van gewassen uit tropische streken in de koude Nederlanden. Anderen leidden hem rond in de Hortus Botanicus en vertelden hun aandachtig luisterende toehoorder over de geneeskundige eigenschappen van exoten en inheemse planten. Dat was in wel heel grote tegenstelling tot het verborgen bestaan in vrouwenvertrekken dat dames leidden in zijn eigen land. 

Na zijn terugkomst ging Peter het openbare leven en het hofleven hervormen. Er kwamen ontvangsten, feesten en picknickpartijen waarbij vrouwen dringend gevraagd werden mee te komen met hun  echtgenoten. Zo dringend dat wie niet kwam opdagen omdat zij ziek of zwanger was, door soldaten van huis werd gehaald. Ook juridisch verbeterde Peter de positie van vrouwen. In zijn nieuwe wetgeving kregen vrouwen recht op een, zij het klein, deel van de erfenis van hun vader of echtgenoot.

Introductie van nieuwe technieken in handwerk en industrie

Rusland had zich lang afzijdig gehouden van de razendsnelle ontwikkelingen die zich afspeelden in de rest van Europa. Architecten die monumentale gebouwen konden neerzetten, in een bouwstijl geïnspireerd op de Romeinse architectuurtheorieën van Vitruvius, denk aan het Stadhuis op de Amsterdamse Dam uit 1650, kregen opdrachten van Poolse magnaten, maar niet van Russen. De polyfone muziek uit Italië die overal geïntroduceerd werd, was gestopt bij de Russische grens. De belangstelling in Europa voor chemische experimenten bij het bereiden van medicijnen en voor nieuwe processen in de nijverheid werd in Rusland met wantrouwen bekeken.

Peter erkende dat Rusland een achterstand had opgelopen door de oriëntering op de Grieken en Romeinen over te slaan. De renaissance, die de rest van Europa een andere manier van denken over de staat, het individu en de wetenschap had teruggegeven, had Rusland niet doorgemaakt. Daar heerste nog onveranderd de christelijke manier van denken die vooral gericht was op het bestrijden van  andersdenkenden en nieuwe ideeën. Peter wilde zijn onderdanen die andere manier van denken onderwijzen. Hij koos voor twee praktische manieren.

Allereerst vakonderwijs, georganiseerd in een leerlingenstelsel, door buitenlandse specialisten die in Rusland kwamen werken in nieuwe beroepen. In hun contracten liet hij vastleggen dat ze zich verplichtten Russische leerjongens op te leiden. Daarnaast liet hij Russen een opleiding volgen in het buitenland. De Amsterdamse schilder Arnold Boonen kreeg Andrej Matvejev een tijd in de leer.[19] Terug in Rusland maakte Matvejev een dubbelportret van zichzelf en zijn vrouw. Dit dubbelportret betekende een mijlpaal. Het was het eerste schilderij van een echtpaar. Het was tevens het eerste zelfportret van een Russische schilder. In Amsterdam woonde en werkte Jan van der Heijden, die in 1673 de brandspuit demonstreerde. De brandspuit was een praktische toepassing van het wetenschappelijk onderzoek naar luchtdruk. Moskou was nog geheel uit houten huizen opgetrokken en Peter had na zijn bezoek aan het atelier gevraagd een drietal brandspuiten naar Archangel te verschepen. Hij besloot twee Russische jongelingen naar Amsterdam te zenden om brandspuiten te leren bouwen.[20] Ook werd een jongen uitgestuurd om opgeleid te worden tot tuinman bij de tuinenexpert bij uitstek Court van der Voort. De jongen moest ook worden onderricht in het doen van meteorologische waarnemingen, zoals het meten van temperatuur en luchtdruk.[21]

Adellijke jongens werden door Peter gedwongen lezen en schrijven te leren, anders kregen ze geen toestemming om te trouwen. Edelen moesten in het buitenland allerlei praktische vakken gaan studeren zoals voor architect, zeeofficier of bombardier ook als ze al een gezin hadden.

Bevorderen van kunsten en wetenschappen

Peter liet handboeken drukken voor de scholing van zijn Russische specialisten. Hij liet het handboek van de vestingbouwer Menno van Coehoorn vertalen, maar ook de handboeken van Franse en Duitse vestingbouwers. Hij liet al in 1700 in Amsterdam een wereldgeschiedenis vertalen, een miniwoordenboekje maken, een duodecimo Latijns grammaticaatje en een hemelbol met verdraaibare delen. Er werden in Amsterdam Russische letters voor ontworpen. In 1708 werd een complete drukkerij naar Moskou verstuurd met drie vaklui. Deze Amsterdamse grafici ontwierpen in 1708 een nieuw ‘burgerschrift’. Peter bemoeide zich persoonlijk met de keuze en de vorm van de naar Romeinse kapitalen gestileerde nieuwe letters. 

De merkwaardigste uitgave die in Russische vertaling verscheen was Cosmotheoros, een beschouwing van Christiaan Huygens over de mogelijkheid van leven op andere planeten. Een gewaagde veronderstelling in een tijd dat het scheppingsverhaal nog rechtovereind stond. Het werd in Nederland dan ook pas na Huygens dood gepubliceerd, in het Latijn.[22] Er verscheen een vertaling in het Nederlands, het Engels en het Duits. Peters generaal van Schotse afkomst, Jacob Bruce, heeft het in 1717 in het Russisch gepubliceerd en van een inleiding voorzien. Dit uitzonderlijke boekje beleefde zelfs een tweede druk.

Naast schriftelijke instructie werden er onderwijsinstellingen opgericht. In Gollandia was voor instrumentbouwers, vestingbouwers, sluizenbouwers, kanonnengieters en andere uitvinders, kennis van wiskunde onontbeerlijk. Lessen werden in de landstaal gegeven. Elke stad had wel een zeevaartschool waar wiskunde en andere technische vakken onderwezen werden. Toen Peter soortgelijk onderwijs opzette, werd dat ook in de landstaal gegeven. De eerste onderwijsinstellingen die Peter oprichtte waren een zeevaartschool en een mijnbouwschool. Alleen op de medische school, in Moskou, werd het onderwijs in het Latijn gegeven. De leiding op deze hogere beroeps-opleidingen was in handen van eerste of tweede generatie buitenlanders. 

Om de wetenschappen te beoefenen werden geleerden uitgenodigd om te gaan werken met de collecties van de Kunstkamera. Dat was Peters encyclopedisch museum waar hij alle toen bestaande kennis verzamelde.  Het bevatte een observatorium, een anatomisch theater, een museum met twee grote Amsterdamse naturaliacollecties met in Rusland totaal onbekende planten en dieren (uit Zuid-Amerika en Oost-Indië) en menselijke anatomie, een collectie natuurkundige instrumenten en ook een bibliotheek. De zakelijk directeur van de Kunstkamera, Peters medewerker Johan Daniel Schumacher, werd in 1721 uitgestuurd om in Europese steden te inventariseren, en zo mogelijk aan te schaffen, wat er in Peters Kunstkamera nog ontbrak op het gebied van hulpmiddelen voor het beoefenen van de wetenschappen.

De schone kunsten

In de Nederlanden floreerde een grote kunstmarkt. Er werkten honderden schilders en prentsnijders, edelsmeden en beeldhouwers. Je kon er bijvoorbeeld beelden kopen die uit Italië kwamen en die dateerden uit de klassieke oudheid of nieuw vervaardigd waren. Er was een levendige handel in prenten. Prenten gemaakt naar schilderijen, prenten die bedacht waren naar geschiedenissen uit het Oude Testament en de klassieke oudheid, terwijl ook eigentijdse gebeurtenissen werden verbeeld. Er waren spotprenten, politieke en propagandaprenten. Vorsten, maar ook stadhouders, gaven opdracht hun faits et gestes te vereeuwigen om steun onder hun onderdanen te verwerven. De onderdanen moesten tenslotte instemmen met de opgelegde belastingen ter financiering van het beleid.

Vorsten manifesteerden zich door paleizen en een hofhouding met uniforme kleding voor personeel. In een burgerlijke samenleving als de Republiek bouwden de rijken magnifieke landhuizen. Vorsten en burgers etaleerden rijkdom en goede smaak met kostbare meubels en schilderijen, met tuinen die het beheersen van de natuur demonstreerden, met strak geleide groei en exotische gewassen, opgekweekt in stookkassen. Peter nam dit hele programma over. Hij liet paleizen bouwen en vullen met schilderijen, ontwierp tuinen met exotische planten en vroeg een leerling van Romein de Hooghe zijn faits et gestes in prent te verbeelden.[23]

Klassieke oudheid als inspiratie en voorbeeld

Peter was niet gewoon de vele religieuze verplichtingen, die hij had als tsaar, na te komen. Aanvankelijk had zijn broer Ivan ze vervuld. Later stelde hij plaatsvervangers aan die aanwezig waren bij de talloze gebeurtenissen die gedurende het kerkelijk jaar de aanwezigheid van de tsaar protocollair vereisten. Omdat Peter begreep dat optochten en feesten belangrijk waren als manifestatie van zijn heerschappij ontwierp hij een eigen stijl. Toen hij Azov veroverd had op de Turken in 1696 en een eerste overwinning had geboekt op de in Europa oprukkende islam, werden triomfbogen opgericht zoals wel gebeurd was voor Romeinse keizers. In de triomftocht werd de tekst veni, vidi, vici meegevoerd. Peter werd vergeleken met keizer Constantijn. De kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders kregen, anders dan in het verleden, bij deze overwinningsfeesten geen rol toebedeeld. Ook bij latere militaire successen ontwierp zijn Nederlandse lijfarts Nicolaas Bidloo triomfpoorten met thema’s uit de klassieke oudheid, waarvan de ontwerpen bewaard zijn gebleven.[24]

In 1721 was er na eenentwintig jaar eindelijk vrede met Zweden gesloten. De verovering van de Oostzeelanden was een feit. Peter heerste nu over een veelvolkerenstaat: met niet alleen Russen maar ook Esten, Letten en Litouwers en hij kreeg hij de titel Imperator aangeboden door de senaat. Bij die gelegenheid werd hij voor het eerst ‘de Grote’ genoemd, net als zijn bewonderde Alexander.[25] Toen Peter in 1722 besloot naar Perzië op te trekken, trad hij in de voetsporen van de grote Alexander.

Peter maakte er werk van om meer Russen kennis te laten maken met de klassieke oudheid. In Amsterdam, waar iedereen Ovidius citeerde en Cicero las, had hij als eerste daad een Latijns grammaticaatje laten drukken en enkele fabels van Aesopus.[26] Meer effect sorteerden de beelden van goden en godinnen uit de Griekse mythologie, en beroemde paren uit Ovidius’ Metamorfosen, die hij in de Zomertuin liet opstellen, voorzien van een educatieve toelichting. Deze meer dan levensgrote, schaarsgeklede vrouwenfiguren waren een grote schok voor Russen, die nog nooit geklede beelden hadden gezien, daar dit land het tweede gebod placht te eerbiedigen. Tegenwoordig baren de beelden in de Zomertuin minder opzien. 

Optreden tegen bijgeloof

Een van de kenmerken van de vroege, radicale Verlichting was het niet langer accepteren van de mogelijkheid van het bestaan van wonderen. Spinoza had aangetoond dat de duivel een verbeelding van de angsten van de mens was. Balthasar Bekker, een gereformeerde Friese dominee, zocht, op het idee gebracht door Spinoza, alle Bijbelplaatsen na en bewees dat de duivel niet bestond. Bekkers discussie over wonderen en het wel of niet bestaan van de duivel bereikte niet alleen Frankrijk, Engeland en Duitsland[27], maar zelfs Rusland. Peters diplomaat en vertaler, Peter Sjafirov, had een exemplaar van Betoverde wereld van Balthasar Bekker (Amsterdam 1691-1693), in een eerste Duitse vertaling (1693) in zijn bezit.[28]

In heel Europa was het levensgevaarlijk voor spinozist te worden uitgemaakt. In Rotterdam durfde de filosoof Pierre Bayle de duivel niet te bannen.[29] In Engeland commentarieerde de natuurwetenschappelijke onderzoeker Robert Boyle heel voorzichtig op het niet kunnen bestaan van wonderen. ‘Almost all mankind agrees in believing in general that there have been true miracles.’[30] Peter echter was autocraat en ontmaskerde wonderen publiekelijk als mensenwerk. Een voorbeeld is zijn optreden tegen een afbeelding van de Madonna, geschilderd op een icoon, die plotseling ging huilen. Hij wees op de bijenwas die achter het gezicht van de Madonna was aangebracht op het hout van de icoon, en op de twee gaatjes, geboord in haar ogen. Daardoor druppelden uit haar ogen tranen, die werden geïnterpreteerd door de verzamelde gelovigen als tranen van afkeuring over het beleid van de tsaar. Al wie het wonder van het huilen van de Madonna had aanschouwd, vertelde het verder en zo vormde zich een verzamelplaats voor de oppositie tegen de tsaar. Peter verordonneerde het icoon in beslag te nemen en over te brengen naar zijn Kunstkamera. Daar kon het icoon worden geëxposeerd, om zijn onderdanen te verlichten, te midden van een rijke verzameling religieuze attributen van alle hem bekende godsdiensten. Daar ook liet hij ‘monsters’ tentoonstellen, geboren uit mensen of dieren, met twee hoofden of drie benen etc.; om zijn onderdanen te instrueren dat niet de duivel of allerlei niet-mechanische, bovennatuurlijke krachten monsters veroorzaakten, maar dat zij een gevolg waren van een speling der natuur. Hier herhaalde hij wat de Amsterdamse anatoom, de bestrijder van bijgeloof, Frederik Ruysch, hem verteld had. Hij had diens kabinet, met onder meer menselijke anatomie, gekocht in 1718 in Amsterdam en noemde Ruysch bij die gelegenheid zijn leermeester.

De verhouding tussen kerk en staat

Peter spotte, ook toen hij tsaar was, met alle verschijningsvormen van de kerk. Tot ontsteltenis van zijn moeder was hij met een stuitende optocht van leden van de Dronken Kerkvergadering (sobor) dwars door de straten van Moskou getrokken. De leden verbeeldden op carnavaleske wijze hoge en lage functionarissen van de Russisch-orthodoxe kerk, reden omgekeerd op rare dieren en maakten de geestelijkheid totaal bespottelijk. Het werd een van zijn vaste vermaken die met veel drankgebruik gepaard gingen. De Russische historiografie, weinig bekend met de carnavaleske omkering van waarden en de spotprentcultuur, begreep weinig van deze optochten.[31] Peter kende de spotprenten van Romeyn de Hooghe tegen de katholieke Zonnekoning Lodewijk XIV en tegen de mogelijke katholieke troonopvolger in Engeland. De Hooghe accentueert in zijn prenten ‘de associatie van carnaval met het katholieke verleden en van het katholicisme met gedateerde gezagsverhoudingen en achterlijk bijgeloof’.[32] Peter had geen enkele eerbied voor kerkelijke gezagsdragers.

Honderd jaar eerder al kende de Haarlemse strafrechthervormer Dirk Volkertsz. Coornhert kerkelijke autoriteiten geen bijzonder gezag toe. Ook de autoriteit van religieuze ceremoniën en voorschriften in de Bijbel werden door Coornhert, en met hem door veel andere Nederlanders, niet meer als dwingend door God voorgeschreven ervaren. Coornhert en, een eeuw later, ook Spinoza schreven dat ceremoniën en voorschriften door mensen waren bedacht en niet van wezenlijk belang waren.[33] Peter was natuurlijk alles

behalve een filosoof, maar aan deze manier van denken was hij door zijn omgang met buitenlanders gewend geraakt.[34]

Peter legde eerst in Moskou en later op zijn Grand Tour een levendige belangstelling aan de dag voor geloven van alle volkeren, oude en nieuwe, christelijk en niet-christelijk. Hij bezocht godshuizen en liet zich riten, gebruiken en opvattingen uitleggen. Een voorbeeld van een nieuw geloof waren de Quakers. De hervormer William Penn, gehuwd met een Rotterdamse koopmansdochter, ontmoette Peter verschillende malen.[35]

Quakers namen voor niemand hun hoed af. Zij erkenden geen gezag tussen hen en God. In de Republiek zag Peter dat de gereformeerde kerk, die het formeel voor het zeggen had, weinig macht had. Aan het hoofd van deze kerk stond een synode. Toen de patriarch van zijn eigen Russisch-orthodoxe kerk in 1700 overleed, verkoos Peter geen patriarch maar een synode aan te stellen. Opdat de synode zich alleen zou bezighouden met zaken betreffende de godsdienst, benoemde hij een aantal verlichte intellectuelen. Hij vaardigde in 1718 een kerkreglement uit met strikte beperkingen van de handelingsvrijheid van de popes (priesters). Zij mochten geen ‘voorspellende gezichten’ hebben, geen nieuwe plekken waar wonderen hadden plaatsgevonden aanwijzen, of alleen met voorafgaande goedkeuring van de tsaar.[36] Dit alles om de mogelijkheden van manipulatie van een kerkelijke oppositie tegen zijn bewind te voorkomen. Hij verbood de popes wat alleen de radicaalste publicisten in de Republiek durfden formuleren. Ericus Walten (1663-1697) schreef dat bijgelovige angst de grootste vloek van de mensheid is, een angst geworteld in onwetendheid van het volk, die door de kerk en andere machthebbers gemanipuleerd werd ten bate van hun eigen materiële belangen.[37]

Hielden Peters innovaties stand na zijn dood?

De oosterse kaftans en lange baarden keerden na Peters oekaze tot het verplicht dragen van westerse dracht en het afscheren van baarden niet meer terug in het Russische straatbeeld. Ook het nieuwe schriftbeeld, het burgerschrift, bestaat nog in vrijwel ongewijzigde vorm. Het wacht op verbeteringen die het makkelijker leesbaar maken. Het lijdt aan een saai letterbeeld omdat de Amsterdamse lettersnijders weinig gebruik maakten van stokken en staarten toen zij het burgerschrift ontwierpen. De bijbehorende introductie van Arabische cijfers in plaats van een ingewikkelde lettersysteem is nooit teruggedraaid. Op 1 januari 1700 werd de toen in Nederland veel gebruikte tijdrekening ingevoerd. Het jaar begon niet langer op 1 september en de jaren werden geteld vanaf de geboorte van Jezus en niet meer vanaf de schepping van de wereld. Op diezelfde datum, gingen de meeste steden in Nederland over op de Gregoriaanse kalender, de Russen deden dat pas in 1918. Deze uiterlijke innovaties staan blijvend op Peters conto.

Een staatshervorming die gebleven is, is het ondergeschikt maken van de kerk aan de staat. Ondanks zijn belangstelling voor verschillende religies stond Peter nooit vrijheid van godsdienst toe aan zijn onderdanen. Tolerantie gold alleen voor buitenlanders. Die beperkte opvatting van vrijheid van godsdienst is zo gebleven. De synode staat ook nu aan het hoofd van de kerk, de voorzitter is de patriarch. De kerk is sinds Peter een instrument van de staat.

Wat bleef bestaan, al was het slechts in naam, was de Rangentabel. Toen in 1721 Peter zijn nieuwe Rangentabel invoerde, bleef de adel in Rusland dienstadel, in dienst van de tsaar. Dat men volgens de nieuwe Rangentabel door kennis en verdiensten tot een bepaalde ambtelijke rang opgeklommen van adel werd, bleef tot de Russische Revolutie in 1917 het geval. En onder Peter werkte dat. Een aangetrouwd familielid van Peter beklaagde zich dat nieuwkomers op hoge posten benoemd werden. Hij werd wegens zijn kritiek door Peter weggepromoveerd naar een verre post als ambassadeur in Den Haag en Parijs.[38] Later echter raakte het systeem geperverteerd en verloor het zijn functie voor sociale mobiliteit.

Het invoeren van een nieuwe bestuurslaag van burgemeesters werd in Rusland geen succes. De reden was dat de situatie in Rusland totaal verschilde van die in bijvoorbeeld de Nederlanden. De burgers hadden daar een grote stem in het landelijk bestuur, de adel noch de geestelijkheid hadden invloed. Stadbewoners kozen er hun regenten uit de kooplieden en beoefenaren van de vrije beroepen. In Rusland echter bestonden geen vrije steden die een tegenwicht konden vormen tegen de macht van de tsaar. Vrije steden met een Kremlin en een Vetsje (zelfbesturende raad) waren door Ivan IV onderworpen. De welvarende steden Kazan (1552) en Astrachan (1556) werden belegerd en daarna werden de (moslim) inwoners verbannen, de Hanzestad Novgorod (1570) werd belegerd en uitgemoord. Peters burgemeesters werden nooit meer dan veredelde belastingophalers in dienst van de tsaar. Al na enkele jaren werden de burgemeesterstaken overgedragen aan gouverneurs en verder op provinciaal niveau vervuld. Andere uit de Nederlanden meegenomen ideeën en technieken vonden geen aftrek meer omdat het idee van vrij ondernemerschap niet was geïntroduceerd. Na Peters dood bijvoorbeeld stortte de boekenmarkt in. Schilders hadden geen werk meer. Na Peters dood werden nauwelijks nog wereldlijke boeken gedrukt. Peters boekdrukprogamma was van bovenaf opgelegd geweest. Drukkerijen waren in overheidshanden. Voor kunst en cultuur moet een vrije markt zijn. Er was geen vraag naar prenten of naar het werk van portretschilders. Catharina de Grote (1729, 1762-1796) moest opnieuw buitenlandse prentmakers en schilders uitnodigen.

Voor de door Peter opgerichte vloot gold hetzelfde als voor de schone kunsten. Er was geen behoefte aan oorlogsschepen. Een vloot moet onderhouden worden. De leeftijd van een houten schip is beperkt tot enkele tientallen jaren. De bemanning moet geschoold zijn. Toen Catharina de Grote krap een halve eeuw later in de Zwarte Zee bij de Krim wilde vechten tegen de Turken (1768-1774) moest zij op zoek naar marine-experts, ze contracteerde Van Kinsbergen, en moest de vloot sterk uitgebreid en gemoderniseerd worden.

Vrouwen zouden in Rusland nooit meer terugkeren naar hun plaats achter in de tent. Zij zouden blijvend hun plaats in het openbare leven innemen. Dit is een revolutionaire hervorming die na Peters dood recht overeind bleef.

Na Peters dood bleef ook wetenschappelijke kennis gewaardeerd. De Academie van Wetenschappen, opgericht op de kennisstructuur van zijn encyclopedische Kunstkamera, had Peter de rang van een ministerie gegeven. Dat zorgde ook na zijn dood voor een zekere continuïteit. Voor de kostbare financiering had Peter de belastingopbrengsten bestemd van drie Baltische havensteden, die ook na 1721 hun welvaart behielden.

De door Peter opgerichte instellingen van hoger beroepsonderwijs, het Mijnbouw Instituut, de Navigatieschool, waar ook landmeters werden opgeleid, en de Medische Academie bleven functioneren. Het kader dat deze instituten afleverden was voor het gemoderniseerde Russische staatsapparaat onmisbaar. Peter werd sterk beïnvloed in zijn denken door Nederlanders. Om zijn land te hervormen kon hij de benodigde kennis huren in Holland. In de Nederlanden was de welvaart groot en konden immigranten uit allerlei streken emplooi vinden. De tsaar kon er honderden Nederlanders en nieuwe Nederlanders contracteren. De nieuw verworven vaardigheden en kennis konden echter nauwelijks ontwikkeld worden, omdat de bijbehorende vrijheid van denken en ondernemen in Rusland niet bestond.

 

Afkomstig uit:
 

Titel:      Wat tsaar Peter de Grote (1672-1725) leerde van Holland en de Hollanders
Nummer: Rusland en Europa. Westerse invloeden op Rusland
Jaargang:  24.2

 

 

Dit nummer is helaas uitverkocht, maar is wel digitaal beschikbaar. Voor vele andere publicaties: 

 

Noten:

[1] Jacob de Geyn, Wapenhandelighe van roers, musquetten ende spiessen (Den Haag 1607).

[2] Simon Stevin, Castrametatio. Dat is legermeting en nieuwe maniere van stercktebou door spilsluysen (Rotterdam 1617). Een Franse vertaling van een tweede, verbeterde druk, uitgegeven in Leiden in 1618 had Peter I in zijn bibliotheek: Je. I. Bobrova ed., Biblioteka Petra I. Oekazatel-spravotsjnik [De bibliotheek van Peter I. Beschrijvingnaslagwerk](Leningrad 1978) 152.

[3] Ioann Jakobi fon Valchauzen. Oetsjenië i chitrost ratnogo strojenia pechotnych ljoedej.[Johann Jacobi von Wallhausen. Lehre des Kriegskunst des Fuszvolks] (Moskou 1647).

[4] Charles van den Heuvel, ‘Wisconstighe ghedachtenissen. Maurits over de kunsten en wetenschappen in het werk van Stevin’ in: Kees Zandvliet ed., Maurits prins van Oranje (Amsterdam, Zwolle z.j.) 116.

[5] Een Nederlander, secretaris van Jacob de la Gardie, schreef de eerste Nederlandse Ruslandbeschrijving: Johan Danckaert, Reyze door Moscovien ofte Rus-landt (Amsterdam 1615).

[6] Jozien J. Driessen, Russen en Nederlanders (Amsterdam en Den Haag 1989) 51-52.

[7] Nicolaas Witsen maakte een reis naar Rusland met het gezantschap van Jacob Boreel in het jaar 1664-1665. Hij schreef een dagboek van zijn reis dat hij nooit heeft uitgegeven. Wel stuurde hij een afschrift naar een bevriende onderzoeker in Parijs. Dit afschrift is uitgegeven: Nicholaas Witsen, Moskovische Reyse I, Pieter de Buck en Theodoor Lochor ed. (’s Gravenhage 1966) 238.

[8] Witsen, Moscovische Reyse I, 126.

[9] Francis Bacon, The advancement of learning, Stephen Jay Gould ed. (New York 2001).

[10] Andries Dionisiusz Winius, de kanonnengieter, emigreerde met medeneming van zijn gezin en zijn schilderijencollectie. Winius’ collectie is de vroegst bekende collectie westerse schilderkunst in Moskovië.

[11] Het stuk was door een Lutherse pastor geschreven en werd opgevoerd door zijn leerlingen. Artaxerxes was gebaseerd op het boek Esther uit het Oude Testament, dat het verhaal vertelt van koning Ahasverus en koningin Esther die de jodenhater Haman te slim af was. Lindsey Hughes, Russia in the age of Peter the Great (Londen 1998) 240.

[12] Http://www.dbnl.org/tekst/bong004dirc01_01/colofon.htm; H. Bonger, Dirck Volckertszoon Coornhert. Studie over een nuchter en vroom Nederlander (Lochem z.j. [1941]) 71.

[13] Pogodin, ‘Petr pervyj’ in: Russki archiv 1879. Band 1. 17-18, geciteerd in M.M. Bogoslovski, Petr I. Materialy dlja biografii [Peter I. Materialen voor een biografie.] ([Moskou] 1940) 117.

[14] In Holland konden joden zich rond 1600 vestigen. Nicolaas Witsen heeft nog eens tevergeefs een verzoek van Amsterdamse joden aan Peter I overgebracht om zich in Rusland te mogen vestigen. Jacobus Scheltema, Rusland en de Nederlanden beschouwd in derzelver wederkerige betrekkingen, 4 dl. (Amsterdam 1817-1819) II, 263.

[15] Lindsey Hughes, Russia in the age of Peter the Great (Londen 1998) 333.

[16] Erich Donnert, Peter der Grosse. (Leipzig [1988]) 32.

[17] Koerbagh beschreef in zijn Bloemhof, Algemeen woordenboek der bastaardwoorden wat hij dacht over de adel onder het trefwoord ‘Ignobel’, onedel, geciteerd uit http://www.freethinker.nl. Geraadpleegd op 22 juli 2009: P.H. Moerkerken, ‘Adriaan Koerbagh, een strijder voor het vrije denken’ in: De Vrije Bladen(1948) 39.

[18] Jozien J. Driessen van het Reve, De Kunstkamera van Peter de Grote (Hilversum 2006) 14.

[19] Brief van agent Van den Burgh aan keizerin Catharina, 21.04.1719. Tsgada (Centraal Archief voor Oude Akten, Moskou) IX, II, 48, 537-538.

[20] Brief van agent Van den Burgh aan Makarov, 19 december 1719. Tsgada IX, II, 42, 423.

[21] Brief van De la Court van der Voort aan L. Blumentrost, 26.03.1722. SPbARAN (St. Petersburgs Archief van de Russische Academie van Wetenschappen) 1.3.7, 400-401. Brief van De la Court van der Voort aan Schumacher, 05.07.1721. SPbARAN 1.3.7, 240-241. Brief van agent Van den Burgh aan Schumacher, 06.07.1723. SpbARAN 1.3.8, 19-20v.

[22] Het Latijnse origineel verscheen in 1698 en was aanwezig in de bibliotheek van Peter de Grote. Je. I. Bobrova ed., Biblioteka Petra I., no. 1197, 129.

[23] De vele aspecten van dit proces van cultuuroverdracht naar Rusland is door Nederlandse en Russische specialisten beschreven in de geïllustreerde catalogus van de tentoonstelling: Renée Kistemaker, Natalja Kopaneva en Annemiek Overbeek ed., Peter de Grote en Holland. Culturele en wetenschappelijke betrekkingen tussen Rusland en Nederland ten tijde van tsaar Peter de Grote (Bussum en Amsterdam 1996). Het bij de tentoonstelling behorende boek Jozien J. Driessen, Peter de Grote en zijn Amsterdamse vrienden (Utrecht 1996) geeft nog meer achtergronden.

[24] Nicolaas Bidloo, ‘Ontwerpen voor triomfpoorten voor de overwinning bij Poltava’ in: Je. I. Bobrova, Biblioteka Petra I, no. 21, 21.

[25] N.I.Pavlenko, Pjotr Veliki (Peter de Grote) (Moskou 1994) 425.

[26] Als je dit duodecimoboekje bekijkt, blijken slechts de onderschriften bij de afbeeldingen in het Russisch vertaald.

[27] Jonathan I. Israel, Radical enlightenment. Philosophy and the making of modernity 1650-1750 (Oxford z.j. [2002]) 375-405.

[28] Protokol van de inbeslagname van de bibliotheek van Peter Sjafirov omvattende 531 titels opgemaakt op 13.02.1724 door kapitein Sjoesjerin. SPbARAN (St Petersburgs Archief van de Russische Academie van Wetenschappen) 1.3.2, 189-190.

[29] Israel, Radical enlightenment, 400.

[30] Ibidem, 284 citeert Robert Boyle, The works of the honourable Robert Boyle IV, Thomas Birch ed. (6 dln. Londen 1772) 65.

[31] De Amerikaanse historicus James Cracraft ook niet. James Cracraft, The revolution of Peter the Great. (Cambridge en Londen 2003) 20, 21.

[32] Meredith Hale, ‘Drie koningen, een haan en een ezel. De spotprenten’ in: Romeyn de Hooghe, de verbeelding van de late Gouden Eeuw. Henk van Nierop et al. ed. (Zwolle en Amsterdam 2008) 100-111.

[33] Bonger, Coornhert, 81; Steven Nadler, ‘Spinoza en het jodendom’ in: Cis van Heertum ed., Libertas philosophandi. Spinoza als gids voor een vrije wereld (Amsterdam 2008) 49. 

[34] Mikhail M. Bogoslovski, ‘Peter’s program of political reform’ in: Marc Raeff ed., Peter the Great changes Russia (2e druk; Lexington, Toronto en Londen 1972).

[35] http://www.nmm.ac.uk/explore/sea-and-ships/facts/explorers-andleaders/pe... . Geraadpleegd op 21 juni 2009. Educatieve informatie van het National Maritime Museum, Greenwich.

[36] K. Waliszewski, Pierre le Grand. L'éducation, l'homme, l'oeuvre d'apres des documents nouveaux (Parijs 1897) 493.

[37] Walten beschuldigde de kerk van pogingen de debatten over de duivel speciaal in het Latijn te laten houden zodat het volk, dat geen Latijn kende, 'onverlicht' zou blijven. In 1694 werd hij op beschuldiging van godslastering en het belasteren van de hervormde kerk in de gevangenis opgesloten waar hij in 1697 overleed. Jonathan Israel, Monarchy, Orangism and Republicanism in the later Dutch Golden Age (Amsterdam 2004) 25 citeert Ericus Walten, Vervolg van de Aardige duyvelary voorvallende in dese dagen (Rotterdam 1691) 6.

[38] Koerakin was getrouwd met een zuster van de eerste vrouw van Peter I, Jevdokia Lopoechina. Lindsey Hughes, Russia in the age of Peter the Great, 25.

Meer weten

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Tijdschriften: