De dip van Churchill

In 1911 moet Churchill de Britse zeemacht klaarstomen voor de oorlog. Op 25 november 1914 vraagt hij aan de Britse oorlogsraad of hij de Dardanellen, een Turkse zeestraat, mag bezetten om Constantinopel te veroveren. Daardoor zullen de Duitse troepen en hun bevoorrading weg worden gehouden van de fronten in het oosten en westen.

Een vastberaden Churchill

De oorlogsraad heeft geen goed zicht op het plan en hooggeplaatste Britse admiraals willen meer tijd om de aanval te kunnen plannen. Maar Churchill is vastberaden. Hij oefent druk uit op admiraal Carden, een ervaren kapitein die zich in de regio bevindt. Carden moet een aanvalsplan opstellen dat aan de oorlogsraad zal worden voorgelegd. Churchill ziet het vage, halfslachtige en verwarrende nietszeggende antwoord van de oorlogsraad als een krachtig ‘ja’ en beveelt admiraal Carden en zijn kleine vloot onmiddellijk de straat in.

Zieke admiraal

Hoewel de eerste aanval een succes is, zijn Carden en zijn mannen niet klaar voor een onverwacht goed georganiseerd Turks leger en een gigantische hoeveelheid drijvende mijnen. Admiraal Carden wordt ook nog eens ziek en generaal Sir Ian Hamilton wordt aangesteld om de militaire macht van 70.000 soldaten in de regio te leiden.

Duizenden doden

Na diverse mislukte campagnes beveelt de oorlogsraad Hamilton en de Britse zeemacht om de Dardanellen te verlaten. In de gevechten in de Dardanellen verliezen in totaal tweehonderdduizend soldaten – zowel Britten als bondgenoten – het leven. De Turken verliezen bijna evenveel mannen, maar de juiste cijfers zijn niet bekend. Na de campagne wordt Churchill uit de admiraliteit geschopt en krijgt hij een depressie.

Over het boek

Bovenstaande blunder is afkomstig uit het boek ‘444 blunders die de geschiedenis (bijna) hebben veranderd‘ van Herman Boel bij Uitgeverij Lannoo. Wil je dit boek bestellen? Klik dan hier.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!