![An Iranian soldier wearing a gas mask during the Iran-Iraq War:See page for author [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons Iraanse soldaat tijdens de Irak-Iran oorlog (jaren tachtig)](https://isgeschiedenis.nl/sites/isgeschiedenis.nl/files/styles/detailpag/public/chemical_weapon1.jpg)
De gifgasaanval op Halabja (1988): Hoe Saddam Hoessein zijn eigen volk vergiftigde
Op 16 maart 1988 veranderde het Iraakse stadje Halabja binnen enkele minuten in een dodelijke plek. Het leger van dictator Saddam Hoessein zette strijdgassen in tegen de eigen Koerdische bevolking, met duizenden doden tot gevolg. De tragedie van Halabja staat te boek als een van de gruwelijkste chemische aanvallen op burgers in de moderne geschiedenis en vormde de directe aanleiding voor een wereldwijd verbod op chemische wapens.
Verhaal over de gifgasaanval
Gedurende de uitputtingsslag van de Irak-Iran-oorlog (1980-1988) laaide het conflict aan het noordelijke front hoog op. De Koerdische bevolking in het noorden van Irak strijdt al sinds de val van het Ottomaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog voor een eigen staat. Toen de Koerdische Peshmerga-guerrillastrijders tijdens de oorlog de handen ineensloegen met Iran om hun droom van onafhankelijkheid te verwezenlijken, sloeg het regime in Bagdad met genadeloze wreedheid terug.
De beruchte Al-Anfaloperatie
Onder leiding van Saddams neef, Ali Hassan al-Tikriti (beter bekend onder zijn gruwelijke bijnaam ‘Ali Chemicali’) startte het Iraakse regime in de tweede helft van de jaren ’80 de Al-Anfaloperatie. Een systematische campagne gericht op het breken van de Koerdische weerstand. Dorpen rondom Halabja werden platgewalst en de wanhopige bevolking vluchtte massaal richting de stad, die al snel uitgroeide tot een symbool van anti-Iraaks verzet.
De hel van 16 maart 1988
Toen Iraanse troepen en Koerdische strijders begin 1988 terrein wonnen, besloot het regime tot een ultieme wandaad. In de ochtend van 16 maart 1988 begonnen Iraakse vliegtuigen met het bombarderen van Halabja. Maar er vielen geen gewone bommen: de lucht vulde zich met de geur van zoete appels en chloor.
Irak zette een dodelijke cocktail in van zenuwgassen zoals sarin en tabun, gecombineerd met mosterdgas. De bevolking raakte in ademnood, raakte blind en stikte ter plekke op straat. De schattingen van het dodental lopen uiteen van 3.000 tot ruim 5.000 slachtoffers, vrijwel allemaal burgers. Meer dan 10.000 mensen liepen ernstige, blijvende schade op.
"De lucht rook naar zoete appels. Mensen vielen voor mijn ogen neer op straat — moeders die hun kinderen probeerden te beschermen stikten samen in de modder."
Wereldwijde impact en het Verdrag Chemische Wapens
De schokkende beelden van overleden gezinnen in de straten van Halabja sloegen wereldwijd in als een bom. Hoewel de internationale reactie tijdens de Koude Oorlog traag op gang kwam, vormde de tragedie de catalysator voor mondiale wetgeving.
In 1993 leidde dit tot het Chemische Wapensverdrag (CWC) en de oprichting van de OPCW (Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens), gevestigd in Den Haag. Inmiddels zijn vrijwel alle landen ter wereld aangesloten bij dit verdrag en is het gebruik van gifgas internationaal strikt verboden en aangemerkt als een zware oorlogsmisdaad.
Afbeelding:
- An Iranian soldier wearing a gas mask during the Iran-Iraq War:See page for author [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons






