De Koninklijke Wachtkamer van Amsterdam Centraal Station

Op 15 oktober 2014 bestaat Amsterdam Centraal Station 125 jaar. Op het station wordt deze dag gevierd met onder andere een tentoonstelling, rondleidingen en een aantal ritten met de eerste elektrische trein die de Nederlandse Spoorwegen in dienst had. Daarnaast is later in deze week ook de Koninklijke Wachtkamer te bezichtigen. Een dergelijke wachtkamer was ten tijde van de bouw van Amsterdam Centraal een belangrijk onderdeel van het station.

Planning van Amsterdamse Centraal Station

Oorspronkelijk bezat Amsterdam twee stations. In de buurt van het Haarlemmerplein lag station Willemspoort en nabij het Weesperplein was station Weesperpoort te vinden. Nadat het rijk in 1860 had besloten om sterk te investeren in nieuwe spoorlijnen, werd besloten dat ook de Spoorlijnen in Amsterdam met elkaar verbonden moesten worden. De plek waar dit nieuwe station moest komen was de aanleiding tot discussie. Ondanks protesten van het stadsbestuur, werd uiteindelijk besloten het station op een aantal nieuw aan te plempen eilanden in het IJ te bouwen. Hierbij werd zand gebruikt uit de duinen, dat door het graven van het Noordzeekanaal was weggegraven. Onder andere de minister van Binnenlandse Zaken, Johan Rudolf Thorbecke, was hiervoor een belangrijk pleitbezorger, omdat hierdoor goederen- en personenvervoer gecombineerd konden worden.

Ontwerp van Amsterdam CS

In 1875 werd de opdracht voor het ontwerp van het Centraal Station gegeven aan de architecten P.J.H. Cuypers en A.L. van Gendt. Van Gendt was daarbij verantwoordelijk voor de constructie van het station en Cuypers nam het decoratieve ontwerp tot zijn rekening. Cuypers had de opdracht gekregen om het station te bouwen in Oudhollandse Stijl. Dit werd uiteindelijk de ‘Hollandse Renaissancestijl’, omdat deze stijl herinnerde aan de Gouden Eeuw, een belangrijke periode voor de Hollandse natie. In het gebouw kwamen ook verschillende kantoren voor het spoorwegpersoneel, een plaatskaartenbureau en diverse voorzieningen voor de reizigers.

Koninklijke wachtkamers

Omdat reizen in de negentiende eeuw een stuk langer duurde dan tegenwoordig, waren wachtkamers een belangrijk onderdeel op een station. Voor overstappen moest een behoorlijke tijd worden uitgetrokken. Tegelijkertijd was reizen met de trein iets zeer moderns. Om aan te tonen dat ze met hun tijd meegingen, reisden leden van het koningshuis daarom graag met de trein. Koning Willem I stelde zelfs persoonlijk geld beschikbaar voor de uitbreiding van de spoorlijnen. Naar goed gebruik werden daarom bij stations die dicht bij koninklijke paleizen lagen, koninklijke wachtkamers gebouwd. Naast de wachtkamer op het Centraal Station, waren er wachtkamers op station Baarn; voor Paleis Soestdijk, op station Apeldoorn; voor Paleis het Loo, op Stations Staatsspoor en Hollands Spoor in Den Haag en bij de haven van Vlissingen; voor de veerdienst naar Engeland. Saillant detail is dat de wachtkamer bij station Baarn eerder werd gebouwd dan de wachtkamer in Apeldoorn. De wachtkamer in Baarn werd gebouwd in opdracht van Frederik Hendrik, de broer van Willem III. Deze had eigenlijk een eigen station bij zijn paleis willen bouwen. Omdat de koning zelf echter nog geen eigen wachtkamer had, vond hij dat zijn broer deze ook niet mocht hebben. De wachtkamer in Baarn, dat 4 kilometer van Paleis Soestdijk lag, was daarom een tussenoplossing.

De wachtkamer op Amsterdam CS

Om aan te geven dat het bij het Centraal Station ging om de belangrijkste wachtkamer van de hoofdstad, liet Cuypers de Koninklijke Wachtkamer nog uitbundiger decoreren dan hij bij de rest van het gebouw had gedaan. Op het gebouw zijn dan ook verschillende ornamenten te vinden die verwijzen naar het koninklijk huis en in het bijzonder Willem III en Emma, de regerende vorsten. Ook binnenin is de wachtkamer gedecoreerd met koninklijke familiewapens. Cuypers hechte er belang aan om in al zijn decoraties een verband te leggen tussen de spoorwegen en het gezag van het koningshuis als oorsprong voor de nieuwe economische bloei van het land. Het is daarom toch enigszins cru dat Willem III de architectuur van Cuypers eigenlijk maar niets vond. Om ervoor te zorgen dat de koning en koningin niet de straat op hoefden, werd ook een inpandige parkeerplaats gebouwd voor de koets.

Gebruik van de wachtkamer

Oorspronkelijk werd de Koninklijke Wachtkamer uiteraard enkel gebruikt door leden van het koninklijk huis. Omdat de wachtkamers niet in eigendom zijn van de Oranjes, maar van de NS, worden de wachtkamers tegenwoordig ook gebruikt voor belangrijke vergaderingen of ontvangsten van bijvoorbeeld het bedrijf zelf. Leden van het koningshuis maken echter nog steeds gebruik van de wachtkamer, als zij bijvoorbeeld met het koninklijke rijtuig op wintersport gaan.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!