De ‘vriendschapsband’ tussen Cuba en de Verenigde Staten

Cuba en de Verenigde Staten hebben tegenwoordig een moeizame relatie. De communistische Cubaanse overheid heeft weinig op met de liberaal ingestelde Amerikanen. De militaire legerbasis Quantanamo Bay zien zij het liefst van hun grondgebied verdwijnen, maar de Amerikanen geven dit gebied niet terug. Tussen 1899 en 1959 hadden beide landen wel een vreemd soort vriendschappelijke relatie.


Onafhankelijkheid van Spanje


De ‘vriendschap’ tussen Cuba en de VS ontstond aan het einde van de Cubaanse onafhankelijkheidsoorlog die gevoerd werd tussen 1895 en 1898. Van 1511 tot 1895 was Cuba een kolonie geweest van Spanje. Ondanks verschillende pogingen van de Cubanen om onafhankelijk te worden lukte dit aanvankelijk niet. Pas toen de VS zich aan het eind van de negentiende eeuw met de zaak ging bemoeien wisten de Cubanen de kolonisator te verdrijven. De Amerikaanse overheid had zich tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van de Cubanen, ondanks dat al in 1823 door president James Monroe binnen de zogenaamde Monroe Doctrine, werd bepaald dat de VS ervoor moest zorgen dat Europese mogendheden de onafhankelijkheid van Amerikaanse staten niet in de weg zouden mogen zitten, altijd vrij sterk afzijdig gehouden. Amerikaanse bedrijven hadden echter veel geïnvesteerd in het eiland en ook veel Amerikaanse staatsburgers hadden zich hier gevestigd. Nadat het oorlogsschip The Maine op 15 februari 1898 plotseling in de haven van Havana explodeerde, zag de Amerikaanse overheid haar kans schoon om toch de oorlog te verklaren aan Spanje.


Bezet door de VS


Nadat Spanje in 1899 haar laatste kolonie in Amerika afstond werd Cuba echter niet onafhankelijk. De VS geloofde niet dat Cuba zichzelf kon besturen en vanwege het grote aantal zwarten werden ideeën om het eiland te annexeren al snel van de hand gewezen. Tot 1902 bleef Cuba daarom een Amerikaans Protectoraat, met een militaire overheid onder leiding van generaal John A. Brooke. De Cubanen werden door de Amerikanen verplicht hun wapens in te leveren en hadden tot 1901 geen enkel recht om te stemmen. Vanaf 1902 veranderde de situatie iets. Formeel werd Cuba nu een eigen staat met een eigen parlement. Wel diende de Cubaanse overheid zich te schikken naar het zogenaamde Platt Amendement dat de VS toestemming gaf zich verregaand te bemoeien met Cubaanse aangelegenheden. Feitelijk was Cuba hierdoor niet anders dan een vazalstaat van haar grote noordelijke ‘hulpverlener’. Het amendement gaf de Amerikanen bovendien toestemming om een militaire basis op het eiland op te richten en het recht om daarvoor eeuwig een stuk land van de Cubanen te huren – Quantanamo Bay.


Fulgencio Batista


Tussen 1902 en 1959 werd Cuba een belangrijk toeristenoord voor Amerikaanse Staatsburgers. Vooral de hoofdstad Havana kreeg met haar vele bedrijven en hotels het uiterlijk van een Amerikaanse stad. Bij veel plannen die door de Cubaanse regering werden vormgegeven kreeg zij steun in de vorm van Amerikaans geld. Door de soepelere wetgeving konden de Amerikanen zich ook uitbundiger gedragen dan zij in hun thuisland gewend waren. Een belangrijke persoon in deze periode van bijna zestig jaar was Fulgencio Batista y Zaldivar (16 januari 1901 - 6 augustus 1973). Batista wist op 4 september 1933 na een korte opstand het bestuur van Cuba over te nemen. Door verschillende stromannen als president aan te nemen kon hij het land jarenlang in zijn greep houden. Batista had goede relaties met Amerikaanse zakenmannen en wist bovendien kleine opstandjes die in het land uitbraken goed te onderdrukken.


Breuk in de ‘vriendschapsband’


Hoewel Batista langzamerhand impopulairder werd onder het Cubaanse volk, bleef de VS hem steunen. Na kort de macht grotendeels uit handen te hebben gegeven, pleegde Batista in maart 1952 dan ook opnieuw een staatsgreep om als dictator aan de macht te komen. De VS keurde de regering Batista goed. Havana werd in deze periode een echte gokstad waar de Amerikaanse maffia de dienst uitmaakte. Door de slechte economische positie van de Cubanen ontstonden in het land protesten. Een groepje revolutionairen onder leiding van Fidel Castro viel bijvoorbeeld de Moncada kazerne in Santiago aan. Ook eiste het volk nieuwe verkiezingen. Twee keer liet hij deze houden, maar stelde daarbij wel zichzelf of een verwant aan als enige kandidaat. Door aanhoudende rellen besloot men ook in de VS om de ‘vriendschapsband’ met Cuba gedeeltelijk af te bouwen. Toen Batista op 1 januari 1959 in het geheim Cuba ontvluchtte kreeg de VS er plotseling een vijand bij, want in het midden van de Koude Oorlog werd het eiland nu Communistisch, met Fidel Castro als dictator.   Geschiedenis Magazine heeft een Maan van de Geschiedenis-special, die vanaf 10 oktober te koop is. Kijk hier

Bronnen:


Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 27 januari een abonnement.

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 27 januari een abonnement.

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Lees het aankomende nummer van Geschiedenis Magazine. Neem vóór donderdag 27 januari een abonnement.

 Het komende nummer van Geschiedenis Magazine niet missen?

Je hebt nog 5 dagen om je aan te melden. Neem vóór donderdag 16:00 u. een abonnement.