Hamidische slachtingen en de Armeense kwestie

Koerdistan 1894 – Sultan Abdul Hamid II van het Ottomaanse Rijk denkt een oplossing te hebben gevonden voor de ‘Armeense kwestie’: hij laat ze simpelweg uitmoorden. In het land ontstaan massaal moordpartijen en deze Hamidische slachtingen zorgen voor honderdduizenden doden. Zo worden op 16 november 1894 zesduizend Armeniërs in Koerdistan vermoord door de Ottomanen.

Armenië was in de zestiende eeuw grotendeels onder Ottomaans gezag gekomen. De meeste Armeniërs leefden in armoede en de christelijke Armeniërs werden onderdrukt in het islamitische Ottomaanse Rijk. Onder druk van de christelijke landen Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië werden er vanaf halverwege de negentiende eeuw hervormingen doorgevoerd die gunstig waren voor christelijke minderheden in het Ottomaanse Rijk. Doordat de Armeniërs hierdoor een opleiding konden volgen, groeide onder deze geleerden de onvrede over hun tweederangs status. Een oorlog tussen Rusland en het Ottomaanse Rijk (1877-1878) en beloofde hervormingen brachten geen verbeteringen. Hierop ontstond er aan het einde van de negentiende eeuw een Armeense revolutionaire beweging die verbeteringen van de leefomstandigheden van de Armeniërs eiste.

Het beleid van Hamid II was gericht op dat de Armeniërs nergens in zijn rijk een meerderheid gingen vormen. Ottomaanse ambtenaren lokten opstanden uit bij de Armeniërs, hoofdzakelijk door ze hogere belastingen te laten betalen. De Armeense revolutionaire beweging bewapende de Armeense bevolking en zij kwamen in opstand. De militaire eenheid greep deze opstanden aan om hard in te grijpen. Dit leidde tot vuurgevechten tussen de opstandelingen en het Ottomaanse leger. Het neerslaan van deze opstanden werd gedaan met zeer veel geweld en het massaal uitmoorden van Armeniërs. Daarnaast werd de islamitische bevolking opgehitst tegen de Armeniërs. Deze moordpartijen zouden bekend worden als de Hamidische slachtingen.

Van 1894 tot 1897 werden Armeniërs massaal gedood en het geschatte dodental varieert van 100.000 tot 300.00. Het ergste voorbeeld van de gruwelijkheden tijdens deze moordpartijen is afkomstig uit de stad Urfa. Hier hadden drieduizend Armeniërs hun toevlucht gezocht in de Armeense kerk. Deze kerk werd door de Ottomaanse troepen in brand gestoken en iedereen die probeerde te vluchten werd doodgeschoten. In 1897 verklaarde Hamid II de ‘Armeense kwestie’ gesloten. Alle revolutionairen waren simpelweg vermoord of gevlucht naar Rusland. De moordpartijen in het Ottomaanse Rijk werden breed uitgemeten in de westerse pers. Er werd massaal meegeleefd met de Armeniërs. Toch had geen enkel land concrete actie ondernomen tegen de Ottomanen. Achteraf gezien waren de Hamidische slachtingen slechts een opmars naar de Armeense genocide in het Ottomaanse Rijk, tijdens en net na de Eerste Wereldoorlog.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!