
Het echte verhaal achter de bekende foto van Che Guevara
Op 5 maart 1960 legde de Cubaanse fotograaf Alberto Korda een grimmige Che Guevara vast met zijn iconische zwarte baret. Het portret werd een van de beroemdste foto's ter wereld. Maar vrijwel niemand kent de bloedige tragedie die zich de dag ervoor afspeelde: de verwoestende explosie van het munitieschip La Coubre in de haven van Havana.
Een rampzalige ochtend in de haven van Havana
Het Franse vrachtschip La Coubre meerde op de ochtend van 4 maart 1960 aan in de Cubaanse hoofdstad. Aan boord bewoog een gevaarlijke lading: tonnen aan Belgische wapens en munitie, gekocht door de nieuwe revolutionaire regering van Cuba. Terwijl havenarbeiders en soldaten bezig waren met het uitladen van de munitiekisten op de kade, ging het gruwelijk mis.
Om tien over drie 's middags schudde een gigantische ontploffing de hele stad. Terwijl hulpverleners, brandweerlieden en omstanders toesnelden om de gewonden uit het brandende schip te redden, volgde dertig minuten later een tweede, minstens zo verwoestende explosie. Het resultaat was een bloedbad: bijna honderd mensen kwamen om het leven en meer dan tweehonderd Cubanen raakten zwaar gewond.
"Toen de tweede explosie plaatsvond, veranderde de kade in een ravijn van vuur en rondvliegend staal. Het was een regelrechte slachting onder de eerste hulpverleners."
Zat de Amerikaanse CIA achter de explosie?
De kersverse Cubaanse leider Fidel Castro twijfelde geen seconde. Volgens hem kon de ramp nooit een ongeluk zijn geweest en zat de Amerikaanse geheime dienst CIA achter de sabotage. Washington wilde immers koste wat het kost voorkomen dat de revolutionairen in Havana hun leger zouden herbewapenen. De Amerikaanse regering ontkende echter in alle toonaarden elke betrokkenheid.
Tot op de dag van vandaag blijft de exacte oorzaak van de scheepsramp een raadsel. Zowel Franse als Cubaanse onderzoeken leverden in de decennia daarna geen sluitend bewijs voor sabotage op. Wel staat vast dat de ramp Fidel Castro een krachtig propagandawapen gaf om zijn volk te mobiliseren tegen de Verenigde Staten.
Het ontstaan van de strijdkreet 'Patria o Muerte'
Een dag na de ramp, op 5 maart 1960, trok een gigantische rouwstoet door de straten van Havana. Honderdduizenden Cubanen liepen mee van de haven naar de begraafplaats. Aan het hoofd van de mars liepen de leiders van de revolutie gebroederlijk naast elkaar: Fidel Castro, de toenmalige president Osvaldo Dorticós, Che Guevara en Castro's broer Raúl.
Bij de begraafplaats beklom Castro het podium voor een emotionele en vlammende speech. Voor het eerst sprak hij daar de woorden uit die de officiële slogan van de Cubaanse Revolutie zouden worden: "Patria o Muerte!" (Het vaderland of de dood!). De menigte beantwoordde zijn oproep massaal met het befaamde antwoord: "Venceremos!" (Wij zullen zegevieren!).
De geboorte van een iconische foto
Tijdens de toespraak van Castro op 5 maart 1960 stapte Che Guevara even naar voren op het podium. Modefotograaf Alberto Korda legde hem in een fractie van een seconde vast met zijn Leica-camera. Het resultaat, gedoopt tot 'Guerrillero Heroico', werd na Guevara's dood in 1967 wereldberoemd als hét symbool van verzet en revolutie.
Een breuk tussen twee revolutiehelden
Hoewel Castro en Che Guevara tijdens de herdenkingsmars nog eendrachtig naast elkaar liepen, zou hun hechte vriendschap in de jaren daarna barsten vertonen. Guevara raakte steeds meer teleurgesteld in de koers van Cuba en de toenemende afhankelijkheid van de Sovjet-Unie.
Toen Che Guevara halverwege de jaren zestig naar Zuid-Amerika vertrok om de revolutie verder te verspreiden, voelde hij zich door zijn oude strijdmakker in de steek gelaten. Vlak voor zijn executie in Bolivia in 1967 verklaarde Guevara dat Castro hem niet de beloofde steun had gegeven. Zo bleef de mars voor de slachtoffers van La Coubre een van de laatste momenten waarop de twee kopstukken van de Cubaanse Revolutie schouder aan schouder voor het oog van de wereld stonden.







