Geschiedenis van polynesië

Kano’s, katamarans en de Polynesische vaarcultuur

Sinds de oertijd gebruikt de mens bootjes om zich te verplaatsen. Vervoer over water was sneller, gemakkelijker en minder zwaar dan over land. Culturen over de hele wereld raakten verweven met het water. Eén watercultuur is bijzonder opvallend. Duizenden jaren geleden maakten de volkeren van Oceanië de verre reizen over de meest gevaarlijke oceanen. Vanaf de dertiende eeuw bevolken ze bijna alle eilanden van de Stille Oceaan. Ze gebruikten hiervoor enkel kano’s en catamarans. De cultuur was - en is - mysterieus.


Melanesiërs, Polynesiërs en Micronesiërs zijn genetisch niet verwant. De laatste twee volkeren delen wel culturele kenmerken. De vaarcultuur is nergens zo verfijnd als bij de Polynesiërs. Deze trokken met hun bootjes oostwaarts. In de loop van de eeuwen zijn er zo honderdduizenden mensen gemigreerd. Hun cultuur is verspreid over talloze eilanden. Bij de Polynesische culturen lag de oorsprong van de Maori in Nieuw-Zeeland, dat tussen het jaar 500 en 1200 bevolkt raakte, evenals de oorspronkelijke bewoners van Hawaï, dit eiland werd bereikt in de vijfde eeuw.


Over de oceanen


De kanocultuur was bijzonder verfijnd. Het stelde de volkeren in staat om een groot deel van de eilanden van Oceanië te bevolken. Onderzoek naar patronen in het DNA van de Micronesiërs, Melanesiër en Polynesiërs ondersteunt de stelling dat allen oorspronkelijk afstammen van één enkel volk. De Polynesiërs verspreidden zich in de loop van de geschiedenis naar Paaseiland (dertiende eeuw) en Hawaï (vijfde eeuw). Duizenden kilometers werden afgelegd over de ruwe oceanen. Mogelijk ging men nog verder; speculaties spreken van bestemmingen zo ver als Amerika en Antarctica.


 Op de vlucht


Vele duizenden jaren geleden voeren de volkeren oostwaarts. Steeds maar weer verder; op de vlucht voor overbevolking, stamconflicten en dreigende honger. De leefbaarheid van kleine eilandjes en atols was beperkt. Zelfs de meest geringe klimaatsverandering kon een eiland en haar ecosysteem in gevaar brengen. Men ging de zee op, de sterke Westenwind bepaalde de richting.


Bijzondere navigators


Maar hoe vond de eenzame Polynesiër dan de weg? Een ingewikkelde en uitgekiende strategie was ontwikkeld. Overdag navigeerde men met de stand van de zon. s ’Nachts gebruikte men de beweging van sterren als leidraad. Op een bepaald moment van de nacht stond een bepaalde ster op het noorden. Zeevaarders dienden de wisselende posities van de sterren te onthouden. Ook moest men een goed besef van tijd hebben: op nachtelijke vaartochten mocht een eenzame zeevaarder niet slapen.


Boten van bijna 20 meter


De levenslessen van navigatie, de geheimen van de zee en de mysteries van de wind werden doorgegeven aan vele generaties. Vermoedelijk werden kinderen vanaf jonge leeftijd klaargestoomd voor een leven op zee. Dit was niet zonder reden; ook zij gingen mee met de grote migraties. Hele families voeren op de bootjes. De grootste boten waren bijna 20 meter lang. ze bestonden uit twee grote kano, verbonden door een stevige houten constructie; het waren dus vroege catamarans. Deze boten hadden een zeil, maar werden waarschijnlijk voortbewogen met riemen. Er was voldoende ruimte voor een aantal gezinnen en een kleine veestapel. Er waren maar weinig voorraden; drinkwater werd opgevangen en voedsel werd uit de oceaan gevist. De navigatie werd vermoedelijk afgewisseld. Iedereen kwam aan de beurt.


Een geschikte nieuwe wereld


De Polynesiërs op weg naar Hawaï en Paaseiland wisten niet wat hun uiteindelijke bestemming zou gaan worden. Men wist ook niet óf de tocht een bestemming zou krijgen. Er was geen kennis over de gebieden die zij bevoeren. Het is verwonderlijk dat kleine, eenzame eilandjes als Paaseiland ontdekt zijn door een Polynesische vloot van kano’s. Wat dreef ze dan op zoek te gaan? Waarschijnlijk stopten de volkeren niet met varen voordat er een geschikte ‘nieuwe wereld’ gevonden was. Terugkeren had geen zin. Wel werden er voortdurende contacten onderhouden met de bekende eilanden.


Bio-geo-nauto-grafie


Er was veel kennis nodig van de zee om land te vinden. De zeevaarder moest de ogen open houden. Enkele zaken duidden op land: vliegende zeevogels, de vorming van wolken en de golven. De aanwezigheid van zeeleven kon duiden op ondiepe wateren. Het zou dan niet lang duren voordat het land in zicht zou komen.


Kennis van stam en schip


De bootjes waren bijzonder kwetsbaar. In de handen van een bekwame zeevaarder vormde dit geen probleem. De duurzaamheid was echter klein en veel bootjes moesten geproduceerd worden om te kunnen blijven reizen. Dit kostte veel hout. Waar de Oceaniërs aanvankelijk volledige boomstammen gebruikten in de bouw van hun bootjes werd men gedwongen om over te schakelen naar riet en losse takken. Deze noodbootjes waren kwetsbaarder dan de gebruikelijke bootjes. Op Paaseiland leidde dit vanaf de vijftiende eeuw tot isolatie. Door ontbossing verloor het eiland al het contact met de buitenwereld.


De cultuur stuurt


Kano’s en catamarans brachten de Polynesiërs ver. Het waren echter niet alleen de bootjes die het mogelijk maakte om verre oorden te bereiken. De bootjes lagen aan de oorsprong van een echte vaarcultuur. Deze cultuur was gebaseerd op kennis van de zee. Toch Deze grootse reizen blijven bijzonder omdat ze meer vragen oproepen dan beantwoorden, ondanks al het wetenschappelijke onderzoek.

Beschavingen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!