Nepal is weer vrij van landmijnen

De Verenigde naties hebben gisteren officieel verklaard dat Nepal weer landmijnvrij is. De mijnen werden tijdens de burgeroorlog van 1996 tot 2006 gelegd door het Nepalese leger om een aantal strategische plaatsen te beschermen. De burgeroorlog kostte aan 13.000 mensen het leven.

In 1990 werd Nepal officieel een parlementaire democratie, na sinds 1962 een dictatoriaal geregeerde staat te zijn geweest, waarin de koning de dienst uitmaakte. Van echte democratie kwam ook na 1990 echter niet veel terecht. Wel ontstond er een sterk links blok van diverse communistische partijen, waarvan de in 1994 opgerichte Maoïstische CPN de meeste invloed had. In 1996 waren er verkiezingen. Koning Birenda sloot, uit vrees voor haar groeiende populariteit, de CPN uit van de verkiezingen, waarop die de wapens opnamen. Er brak een burgeroorlog uit. De rebellen slaagden er in meer dan 60% van het Nepalese grondgebied onder controle te krijgen. Maar toch wisten zij de regeringstroepen niet definitief te verslaan.

Omstreden wapens

Om belangrijke strategische plaatsen, zoals kazernes, vliegvelden en regeringsgebouwen, te beschermen, legde het regeringsleger duizenden landmijnen. Landmijnen zijn omstreden wapens, omdat ze veel burgerslachtoffers eisen en omdat ze nog lang na een oorlog een gevaar blijven voor de bevolking. In 1997 werd in het Verdrag van Ottawa het verbod op gebruik, verkoop en productie van landmijnen vastgelegd. Het verdrag werd door 127 landen, waaronder Nederland, ondertekend, maar een aantal landen deden dat niet, onder andere de Verenigde Staten en Rusland, de grootste landmijnproducenten ter wereld. Nepal heeft het verdrag ook niet ondertekend. Nadat in 1998 Burkina Faso als veertigste land het verdrag ratificeerde werd het een bindende internationale wet.

Familiemoord

De situatie in Nepal werd nog onrustiger toen in 2001 kroonprins Dipendra bijna zijn hele familie, inclusief koning Birenda, vermoordde en vervolgens zelfmoord pleegde. Zijn motieven zijn nooit bekend geworden. Zijn broer Gyanendra volgde hem op als koning en intensiveerde de strijd tegen de opstandelingen. Het aantal slachtoffers nam daarna drastisch toe. Ook de economie, voor een aanzienlijk deel afhankelijk van het toerisme, stortte volledig in.

Communisten aan de macht

In 2006 werd uiteindelijk een vredesverdrag gesloten tussen de rebellen en de regering. In 2007 werd dit verdrag gevolgd door de afschaffing van de monarchie. Het koninkrijk Nepal werd de Democratische Federale Republiek Nepal. Het Nepalese parlement koos in 2008 de communistische partijvoorzitter Pushpa Kamal Dahal, bijgenaamd Prachanda (de vurige) tot premier, nadat diens partij de grootste was geworden. Met behulp van de Verenigde Naties werd in 2007 begonnen met het opruimen van de landmijnen. Werk dat deze week werd afgerond met de vernietiging van de laatste landmijn door premier Dahal.

Meer weten

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!