Home » Reportage
De citroen: een bron van vitamine C

De geschiedenis van vitamineonderzoek

Hoewel mensen en andere dieren in staat zijn sommige vitaminen, zoals vitamine D, zelf aan te maken, heeft recent onderzoek aangetoond dat de mens al heel lang afhankelijk is van andere organismen voor de meeste vitaminen. Maar we weten nog niet zo lang, pas 100 jaar, wat vitamines zijn. Hoe zorgde men er vroeger voor dat ze gezond bleven en hoe leidde dat tot het moderne vitamineonderzoek?

Kennis en geloof

Meer dan 3500 jaar geleden wisten de Egyptenaren al dat nachtblindheid voorkomen kon worden door lever te eten. Dat klopt. Tegenwoordig weten we dat de aandoening te wijten is aan een vitamine A-tekort en dat het eten van lever dat tekort kan opheffen. Maar de Egyptische wetenschap dat bepaald voedsel goed kan zijn voor de gezondheid, waarschijnlijk het resultaat van toevalligheden en opmerkzaamheid, ging verloren. In de meeste culturen en beschavingen over de hele wereld werd lange tijd vastgehouden aan lotsbestemming of de invloed van een god of meerdere goden op de gezondheid. Ziektes en onraad werden, juist vanwege het gebrek aan medische kennis, toegeschreven aan vage oorzaken als boze goden, slechte lucht, hekserij, slechte humeuren (lichaamssappen) of het lot.

Scheurbuik

In de late Middeleeuwen en Renaissance, toen de schepen van Europese landen erop uit trokken op zoek naar exotische handelswaar en koloniën, werd voor het eerst goed duidelijk wat de invloed van voedsel op de gezondheid was. Doordat ze maandenlang eenzijdig en houdbaar voedsel aten, werd de bemanning van de handelsschepen massaal ziek. Ze kregen zwellingen aan hun tandvlees, paarse vlekjes, slappe en pijnlijke ledematen, inwendige bloedingen en leden ontzettende pijn: scheurbuik! De ziekte eiste soms het leven van bijna de hele bemanning, waardoor het succes van de handelsexpeditie in gevaar kwam. Vanwege het economische belang gingen de handelscompagnieën op zoek naar een medicijn.

Vers fruit: vitamine C

Wie precies als eerste ontdekte dat vers fruit en groente, met name citrusvruchten, scheurbuik kon voorkomen is onduidelijk. Het lijkt erop dat Spanjaarden, Nederlanders en Engelsen vrijwel tegelijkertijd tot die ontdekking kwamen. In 1602 schreef de Spaanse priester Antonio de la Ascensión, die meevoer op de Spaanse vloot naar Mexico, in zijn privé dagboek dat de bemanning aan scheurbuik leed. Tijdens het begraven van de slachtoffers op een nabijgelegen eiland at één van de overlevenden een cactusvrucht en voelde zich daarna spontaan beter. De rest van de bemanning volgde zijn voorbeeld en sloeg cactusvruchten in voor de rest van de reis, die voorspoedig verliep. Zonder het zelf te weten, losten zij hun tekort aan vitamine C op door vers fruit te eten, en genazen daardoor van de scheurbuik.

Zelf verbouwen

De Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) van de Republiek der Nederlanden was in de zeventiende eeuw ook op de hoogte van het belang van vers fruit en groente. Nadat Jan van Riebeeck in 1652 bij Kaap de Goede Hoop een nederzetting had gesticht, stopten alle VOC-schepen op weg naar de Oost daar om nieuwe voorraden mierikswortel en lepelblad in te slaan die door de Nederlanders verbouwd werden in speciaal aangelegde tuinen. In 1747 publiceerde de Schotse chirurg James Lind als eerste een wetenschappelijk essay over de heilzame werking een onbekende nutriënt in citrusvruchten bij scheurbuik. Zonder het zelf te weten legde hij daarmee de basis voor het wetenschappelijk onderzoek naar vitaminen.

De ontdekking van vitaminen

De vreselijke ziekte scheurbuik, die zich ook aan land voordeed tijdens oorlogen of hongersnood, bleef lange tijd een belangrijke drijfveer voor wetenschappers om onderzoek naar de invloed van voedsel op de gezondheid te doen. Nadat Louis Pasteur in 1864 de ziekteverwekkende eigenschappen van bacteriën ontdekte, werden veel ziektes omschreven als infectieziektes. Daar kwam pas in 1911 verandering in toen de Poolse scheikundige Casimir Funk ‘vitaminen’ ontdekte. Vanaf de jaren ’20 en ’30 werd steeds meer duidelijk dat kleine hoeveelheden van die vitaminen ziektes konden voorkomen of genezen. Ziektes als beri-beri of pellagra bleken geen infectieziekte te zijn, maar een gevolg van vitaminetekort. Toen de Hongaarse biochemist Albert Szent-Györgyi in 1931 vitamine C ontdekte, was duidelijk dat de Spanjaarden, de VOC en Lind in de zeventiende eeuw gelijk hadden: scheurbuik kon worden genezen met vers fruit, omdat er veel vitamine C in zit.

Vitaminen voor een gezond leven

In de twintigste eeuw raakte men steeds meer doordrongen van het belang van een gebalanceerd dieet met voldoende vitaminen. Ook bleek dat niet alle vitaminen uit voedsel gehaald konden worden. Vitamine D, goed voor de botten, spieren en algehele weerstand, kan het menselijk lichaam bijvoorbeeld zelf omzetten uit zonlicht. Maar omdat de levensstijl van veel mensen in die tijd ook drastisch veranderde, doordat ze bijvoorbeeld een kantoorbaan kregen en dus niet meer de hele dag buiten kwamen, steeg de vraag naar vitaminesupplementen en zonnebanken. Tegenwoordig zijn vitaminen dus niet meer weg te denken uit een gezonde levensstijl en dat hebben we misschien wel te danken aan de zeventiende-eeuwse scheepslui die massaal leden aan een vitaminetekort.

Bronnen:

Afbeelding:

Citrus medica limon, Aurantiata Major, Lima grossa dolce di Spagna. G. Geri, circa 1825. [Creative Commons via Wikimedia Commons]

Meer inspiratie

Extern en commercieel: 

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

8x per jaar de beste geschiedenis in de bus

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!