Home » Reportage
geschiedenis wegwerpmaatschappij

Het ontstaan van de wegwerpmaatschappij

Regelmatig verschijnen er verontrustende berichten over plastic soep, afvalbergen en meer van dergelijke narigheid. Afval is een groot probleem, want elke keer dat we iets kopen, gooien we ook dingen weg. Oude spullen, verpakking, we gooien het allemaal in de prullenbak. Daarom zeggen veel mensen dat we in een wegwerpmaatschappij leven. Maar hoe is dat zo gekomen? 

In augustus 1955 stond er in het Amerikaanse magazine LIFE een bijzondere foto. Een man en een vrouw gooiden een grote berg huishoudelijke spullen in de lucht. Volgens het artikel bij de foto zou het schoonmaken van al die spullen zo’n veertig uur kosten. Maar, zo betoogde het artikel, die enorme tijdsinspanning was verleden tijd. Dankzij throw away living, vrij vertaald als de wegwerpmaatschappij, hoefden huisvrouwen zich niet meer druk te maken om het schoonmaken van al die spullen. Het was de eerste keer dat de term wegwerpmaatschappij genoemd werd. 

Belofte van luxe na de oorlog

Het ontstaan van de wegwerpmaatschappij in Amerika heeft veel te maken met het einde van de Tweede Wereldoorlog. Mede dankzij de oorlog waren er veel meer wegwerpproducten ontstaan, vooral verpakkingsmaterialen die aan het front werden gebruikt. Tegelijk was er tijdens de oorlog in de VS een behoorlijk strenge rantsoenering ingesteld. Allerlei grondstoffen gingen voor de gewone bevolking op rantsoen, zodat er geen tekorten ontstonden bij de wapenindustrie en het leger. De regering hield mensen voor dat ze spullen moesten repareren en hergebruiken en niet teveel nieuw moesten kopen, zodat er zo veel mogelijk grondstoffen voor het leger beschikbaar waren. De Amerikaanse overheid hield de bevolking voor dat, wanneer na de oorlog die rantsoenen opgeheven zouden worden, iedereen in luxe kon leven. 

Fabrieken, die jarenlang voor de oorlogsindustrie hadden gewerkt, stonden voor een uitdaging. Door het einde van de oorlog, waren ze in één klap hun grootste klant, het leger, kwijt. Tegelijk hadden ze door de oorlog veel ervaring opgedaan in goedkope massaproductie. Met die goedkope massaproducten bestormden ze nu de consumentenmarkt. Dat sloot goed aan bij het beeld van het beloofde luxeleven dat na de oorlog zou komen. Producten die voor iedereen betaalbaar waren en voor iedereen het leven een beetje leuker en makkelijker maakten. Advertenties in tijdschriften portretteerden de meest geïdealiseerde versie van het Amerikaanse huiselijke leven, de suburban lifestyle, waarin het gemak de mens diende. Na de magere jaren en het zuinige leven werd iedereen aangespoord om nu vooral iets te kopen. 

Gemak dient de mens

Het waren vooral huishoudelijke producten die aangeprezen werden. Die maakten het leven immers makkelijk. Een wegwerpbarbeque en wegwerp-eetgerei zorgden ervoor dat moeder na de gezelligheid niet meer lange tijd stond te schrobben. Tijd die ze in een fijn gezinsleven kon steken. Hetzelfde gold voor allerlei herstelwerk in het huis. En was er iets kapot? Dan stond er in de winkel altijd een betaalbaar vervangend exemplaar te koop. Een exemplaar dat vaak nog beter, mooier en modieuzer was ook. Zo ontstond er een cultuur waarbij het de norm was om altijd het mooiste, nieuwste en meest praktische product in huis te hebben. De tijd van tweedehandsjes en opgelapte spullen was voorbij. Tweedehands werd afgeschilderd als oud en stoffig. Nieuw, dat telde.  

De tweede helft van de twintigste eeuw werd een tijdperk van massaal kopen en weer weggooien en die massaconsumptie werd een belangrijk deel van het economische systeem. Maar ook de kritiek groeide. Steeds vaker werd zichtbaar dat de wegwerpcultuur het leven niet altijd makkelijker maakte. Buiten het zicht van de Westerse suburbs groeiden de afvalbergen en het gebeurde ook regelmatig dat mensen in de schulden kwamen omdat een kapot apparaat alleen vervangen kon worden door een duurder exemplaar, waar geen geld meer voor was. De term wegwerpmaatschappij, die ooit stond voor de naoorlogse vooruitgang, werd tegen het einde van de eeuw gezien als de oorzaak van alle ecologische en economische problemen waar de wereld tegenaan liep. 

Nieuwe consumptiecultuur

Hoewel we bij het aanbreken van de 21e eeuw nóg meer kochten en mensen dagelijks verleid werden om altijd de nieuwste gadgets in huis te halen, groeit er een industrie die de levensduur van producten verlengt, of afgedankte producten die nog niet aan het eind van de levensduur zijn gekomen, een tweede leven geeft. De technische levensduur van een refurbished iPhone doet niet meer onder voor die van een nieuw exemplaar en voor veel mensen is zo’n telefoon een veel aantrekkelijker en betaalbaarder alternatief dan een spiksplinternieuw, maar daarmee vaak ook duur exemplaar. 

En de reclamewereld zou de reclamewereld niet zijn als daar op ingesprongen werd. Tweedehands werd weer hip gemaakt. Vintage en retro stonden opeens óók synoniem voor populair, hip en bewust. De tweedehands trend was dus deels het resultaat van bewustwording, maar economische belangen kregen een grote rol. Waar tweedehandsproducten eerst vaak nog van twijfelachtige kwaliteit waren, professionaliseerde de tweedehandsindustrie. Tweedehandswinkels werden professioneler en reparatiebedrijven zoals refurbished.nl  leverden steeds betere kwaliteit van opgeknapte producten. Zelfs high-tech producten als smartphones.  

Partners: 

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!