
De doorsnee zakenman die piraat werd op de Caraïbische Zee
Heb je er ooit wel eens over gefantaseerd om je burgerlijke bestaan thuis achter te laten om piraat te worden en Britse schepen op de Caraïbische Zee te plunderen samen met figuren als Blackbeard? Begin 18e eeuw maakte een Engelse man genaamd Stede Bonnet deze fantasie werkelijkheid en werd de ‘Gentleman Pirate’. Al snel ondervond hij echter de negatieve gevolgen van het piratenleven
Een voorspoedig koloniaal leven
Stede Bonnet werd in 1688 geboren in Bridgetown op het Britse koloniale eiland Barbados en had alle ingrediënten voor een succesvol leven. Bonnet erfde in 1694 het landgoed waar suikerriet werd verbouwd van zijn Engelse familie. Hij was goed opgeleid, had een tijdje in het leger gediend als majoor en was zelfs een jaar vrederechter geweest (een eervolle juridische functie). In 1709 trouwde hij en kreeg hij drie zoons en een dochter.
Waarom besloot hij dan toch zonder enige zeemanservaring in 1717 piraat te worden? De exacte reden is niet zeker, maar waarschijnlijk voelde Bonnet zich erg depressief vanwege huwelijksproblemen en de dood van zijn oudste zoon twee jaar eerder. Daarom zocht hij ontsnapping en avontuur op de open zee. Andere historici suggereren juist dat verveling of financiële hebzucht ook een rol zou hebben gespeeld.
Een andere mogelijke reden was dat hij een Jacobiet was, wat meerdere mensen in het vroege 18e-eeuwse West-Indië dreef tot piraterij. Het Jakobitisme was een politieke beweging die de katholieke koning James II van Engeland en zijn nakomelingen weer op de Britse troon wilde zetten, nadat hij was afgezet door Willem III. Uit opstand tegen de kroon werden sommige Jacobieten piraten en plunderden Britse schepen.
Sommige historici speculeren zelfs dat Bonnet homoseksueel was en dat hij wilde ontsnappen aan vervolging daarvan. Piraten accepteerden homoseksualiteit in die tijd namelijk net wat meer dan op het vaste land.

Piraatje spelen
Bonnet regelde dat zijn vrouw en twee van zijn vrienden zijn financiën overnamen en nam voorgoed afscheid van zijn gezin. In maart 1717 kocht Bonnet, zonder het iemand te vertellen, met zijn eigen geld van de plantage voor 1700 pond een schip genaamd ‘The Revenge’ met een bemanning van 70 mensen, plus eigen benodigdheden. Vanwege zijn keurige achtergrond kreeg hij de bijnaam ‘The Gentleman Pirate’. Onder een alias genaamd ‘captain Edwards’ voer Bonnet weg van Barbados in de hoop dat noordelijker aan de Amerikaanse oostkust niemand hem zou herkennen. Hij plunderde vier schepen aan de kust van Virginia en vernietigde er één die mogelijk geruchten over zijn ware identiteit kon verspreiden. Opvallend was dat hij zijn bemanning een regulier loon betaalde in plaats van dat ze moesten leven van de plunderopbrengsten, zoals gebruikelijker was voor piraten. Vanwege zijn goede opleiding beschikte hij al over basiskennis op het vakgebied van zeevaart, wat compenseerde voor zijn gebrek aan ervaring op zee.
Langs de kusten van New York en Carolina plunderde Bonnet nog een aantal meer schepen. Toen hij langs de kust van Florida een enorm Spaans oorlogsschip aanzag voor een handelsschip om te beroven, liep The Revenge grote schade op en raakte Bonnet gewond. Ze zochten toevlucht in Nassau (tegenwoordig de hoofdstad van de Bahama’s), destijds de Republiek der Piraten, en hier ontmoette Bonnet de beroemde piratenkapitein Blackbeard.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
In (en op) zee gaan met Blackbeard
Blackbeard werd aan boord van The Revenge gebracht en nam de leiding van de herstellende Bonnet over (volgens sommige bronnen tegen zijn wil in). In oktober 1717 viel de Revenge elf schepen aan. Blackbeard claimde een van deze schepen als zijn eigen en doopte het om tot zijn beroemde oorlogsschip de Queen Anne’s Revenge. Aan de kust van Mexico namen Bonnet en Blackbeard in december van dat jaar afscheid en gingen beiden zelfstandig verder op hun eigen schepen.
Stede Bonnet maakte niet veel later op 28 maart 1718 nabij Honduras opnieuw de fout het op te nemen tegen een veel groter en beter bewapend schip en wederom was de Revenge gedwongen te vluchten. Na deze nederlaag en met het leiderschap van Blackbeard nog vers in hun hoofd, besloten veel bemanningsleden over te stappen naar de Queen Anne’s Revenge. Blackbeard maakte Bonnet’s schip onderdeel van zijn vloot en liet een ander de rol van kapitein van de Revenge overnemen. Bonnet was van kapitein van zijn eigen schip nu slechts een bemanningslid van de Queen Anne’s Revenge geworden.

Het piratenleven opgegeven... Of toch niet?
Nadat de Queen Anne’s Revenge was gezonken in juni 1718, gaf Blackbeard Bonnet toestemming om weer het roer over te nemen van de Revenge. De koning van Engeland had een jaar eerder een amnestie beloofd voor piraten als ze beloofden het piratenleven op te geven en Bonnet en Blackbeard voeren naar Bath (toen de hoofdstad van North Carolina) om het pardon te accepteren. Blackbeard keerde stilletjes direct terug naar het piratenleven en liet Bonnet voorgoed achter.
Bonnet was na het accepteren van de amnestie eerst van plan om met toestemming van de overheid over te schakelen naar kaapvaart, maar al snel zou ook hij in het geheim weer teruggaan naar het plunderen. Hij nam een nieuwe alias, ‘captain Thomas', aan en hernoemde de Revenge naar de Royal James. Hij beroofde in twee maanden tijd elf Britse schepen en maskeerde de buit als ‘handelswinsten’ om zijn amnestie niet in gevaar te brengen.
Het tij keert voor Stede Bonnet
In augustus 1718 kreeg de Royal James lekkage, waarop Stede Bonnet naar Cape Fear River (een trefpunt voor piraten) voer voor reparaties. Hij was van plan om te wachten tot het aankomende orkaanseizoen voorbij was voor hij weer zou uitvaren, maar zijn schuilplaats werd in september echter ontdekt. De gouverneur van South Carolina, die al langere tijd te maken had gehad met piraterij, had twee schepen uitgestuurd om Bonnet en andere piraten in de omgeving te arresteren. Bonnet, die nu voor de derde keer op rij bewapende schepen verwarde met mogelijke prooien, was gedwongen op de vlucht te slaan over de rivier. Na een achtervolging over de rivier kwamen de schepen vast te liggen vanwege het tij. Het geluk stond niet aan Bonnets kant. Na zes uur lang kanonvuur van beide kanten kwamen de twee schepen van de piratenjagers eerder los door het tij dan de Royal James. Bonnet had geen andere keuze dan de witte vlag te hijsen.

Stede Bonnet en zijn bemanning werden naar Charleston in South Carolina gebracht, waar hun verbaal proces werd gehouden. Bonnet wist met hulp van een bemanningslid (die vreemd genoeg tegen hem zou getuigen in de rechtbank) te ontsnappen door beiden zich als vrouwen te verkleden, maar werd twee weken later opnieuw gevangen. Bonnet beweerde dat zijn bemanning en Blackbeard hem hadden gedwongen tot piraterij, waardoor hij en de bemanning aparte rechtszaken kregen. Heel de overgebleven bemanning, met uitzondering van vier kroongetuigen, stierf op 8 november aan de galg.
Een maand later eindigde de rechtszaak van Bonnet en ook hij werd veroordeeld tot de galg. Bonnet reageerde geschokt op het oordeel van de rechter en schreef in afwachting van zijn executie brieven naar de gouverneur. Hierin smeekte hij om een strafvermindering. Vanwege zijn spijtbetuiging tijdens de rechtszaak en zijn emotionele reactie op zijn doodvonnis kreeg Bonnet sympathie van het publiek (vooral van vrouwen) en de gouverneur stelde de executie zeven keer uit. Op 10 december 1718 stierf Stede Bonnet (volgens ooggetuigen huilend) uiteindelijk aan de galg. Bonnet, die het piratenleven zocht en vond, zag het ook eindigen zoals vele andere Caraïbische piraten dat deden: met een enkeltje naar het schavot.
Hij werd zonder grafsteen begraven naast zijn bemanningsleden. Sinds 1943 staat in Charleston een monument op de plaats waar Bonnet en zijn bemanning stierven, dat de executies van de piraten beschrijft.
Bronnen:
- Wayne Savage: Stede Bonnet
- Jennifer González: Stede Bonnet and the Golden Age of Piracy: Part One
- Jennifer González: Stede Bonnet and the Golden Age of Piracy: Part Two
- Colin Woodard: The Republic of Pirates
Afbeeldingen:
- Geo. S. Harris and Sons, CC0, via Wikimedia Commons
- Charles Johnson, Public domain, via Wikimedia Commons
- RootOfAllLight, CC0, via Wikimedia Commons
- Wally Gobetz, Charleston - White Point Garden: Pirate Monument, via Flickr






