nederlandse strip

De Nederlandse stripgeschiedenis in vogelvlucht

In Rotterdam opent eigenaar Marc Kleijnen Nederlands tweede stripmuseum Strips! Kleijnen heeft meer ruimte tot zijn beschikking dan in het stripmuseum te Groningen. Hij wil dan ook vooral veel strips tonen die in Nederland populair zijn geweest. De redactie dook de Nederlandse stripgeschiedenis in en ontrafelde een turbulente geschiedenis met veel hoogte- en dieptepunten.

Technisch gezien stamt het oudste stripverhaal ter wereld uit 3300 voor Christus. Dit pictografische schrift (het schrift dat alleen uit afbeeldingen bestaat) van het Soemerische volk werd gebruikt om boodschappen aan elkaar over te dragen. Het beeldverhaal in Nederland vindt zijn oorsprong in de Middeleeuwen. In deze tijd gebruikte men kleurrijke afbeeldingen om romantische verhalen en grote veldslagen kracht bij te zetten. P11.tjp


Tekstballonnen


De welbekende tekstballonnen kwamen in Nederland voor het eerst voor in 1493, in een brief aan hertog Karel van Gelre (het moderne Gelderland). Een graaf beklaagde zich in deze brief dat de Fransen hem nog steeds gevangen hielden. De hertog had de beloofde betaling namelijk nog steeds niet voldaan..


Reizen en avonturen van mijnheer Prikkebeen


Deze ontwikkelingen hadden nog weinig overeenkomsten met het moderne stripboek. De eerste aanzet tot een stripverhaal gaf de Zwitser Rodolphe Töppfer in 1845. De Nederlandse uitgave van zijn fantasierijke avonturen van ´mijnheer Prikkebeen´ was vooral populair bij kinderen. Toch waren ook veel afbeeldingen uit die tijd helemaal niet bedoeld voor kinderen. Satirische bladen voerden de boventoon in Nederland, gevuld met spotprenten over de Nederlandse politiek en het dagelijkse leven.


Stripgeschiedenis Tweede Wereldoorlog


Getekende afbeeldingen lenen zich goed voor spot omdat de tekenaar net als de schrijver al zijn fantasie kan gebruiken. Over het algemeen komt spot echter harder aan in een tekening dan in een tekst. Dit kwam goed van pas tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen men niet publiekelijk uiting kon geven aan hun afkeer van de Duitse bezetters. Tekenaars moesten echter alsnog oppassen voor wraakacties van hun overheersers, want de Duitsers waren vaak woest over de beledigende prenten.









Titel: Kennis in beeld - Denken en doen in de middeleeuwen
Redactie: Andrea van Leerdam , Orlanda Lie , Martine Meuwese en Maria Patijn
ISBN: 9789087044176
Uitgever: Verloren
Prijs: €25,-

   



Tom Poes en Bommel


Het is wellicht ook geen toeval dat rond deze tijd tekenaars minder direct waren door middel van spotprenten, maar zich op avonturenstrips gingen richten. De bekendste Nederlandse stripverhalen werden voor het eerst uitgegeven: Tom Poes en later Bommel door Marten Toonder, Kapitein Rob door Pieter Kuhn en Eric de Noorman door Hans G. Kresse. Deze klassieke avonturenstrips die voornamelijk door kinderen werden gelezen moesten wedijveren met soortgelijke strips uit België. Deze zijn nu nog populair in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan Kuifje, Robbedoes, Lucky Luke en Suske en Wiske.


Nieuwe trends


Na de Tweede Wereldoorlog zijn de meest langlopende stripverhalen pas net begonnen. Uitgevers zagen heil in het concept van de comic die in Amerika ontstond in de jaren ‘30. Ideeën als Tarzan en Batman werden nog eens fijntjes in Nederlandse stijl overgedaan. In 1952 deed ook de Donald Duck zijn intrede in Nederland. Kranten gebruikten strips om de jeugd een beeld te geven van de verre reizen die Nederlanders maakten in nieuwe voertuigen als de duikboot en zelfs de raket. Ondanks dit alles nam de belangstelling voor het beeldverhaal af.


Gouden jaren voor het stripverhaal


In de jaren ‘60 vond het stripverhaal in Nederland een tweede adem. In 1967 kwam er een centrum voor belangstellenden in strips en één jaar later opende in Amsterdam het eerste Nederlandse ‘stripantiquariaat’ Lambiek. Door de toenemende populariteit van strips bij alle leeftijden, kwam in de jaren ‘60 ook de strip voor volwassenen in beeld. In deze strips kwamen heftigere onderwerpen naar voren en vooral meer seksueel getinte situaties. De jaren ‘70 en ‘80 kenmerken zich door een toename in zowel kwaliteit als kwantiteit van alle soorten strips. Deze populariteit zou echter niet lang aanhouden.


Verminderde populariteit


Hoewel de avonturenstrips hun levensvatbaarheid vanaf de jaren 90 zagen afnemen, waren er nog steeds veel amateur tekenaars die hun eigen verhalen kopieerden en op kleine schaal verspreidden (zogenaamde small-press uitgaven). Daarnaast kennen wij nu nog steeds dagelijkse krantenstrips als Heinz, Sigmund, Dirkjan en S1ngle. Het stripverhaal leeft dus nog steeds voort, maar wordt tot meer creatieve oplossingen gestimuleerd door internet en televisie. Wellicht dat museum Strips! weer een nieuwe generatie tekenaars kan inspireren.


 


Afbeeldingen:


Bronnen:


Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!