Hoofdkantoor van de CIA in Virginia

Een blik op de grimmige controverses van de CIA

De Central Intelligence Agency, beter bekend als de CIA, gaat al sinds haar oprichting gebukt onder een sluier van geheimzinnigheid. De Amerikaanse inlichtingendienst geeft traditiegetrouw nauwelijks details over haar werkwijze vrij aan het publiek. Toch zijn er door de geschiedenis heen meerdere schandalen plaatsgevonden waarbij geheime operaties en duistere doelstellingen pijnlijk helder op straat kwamen te liggen. Deze onthullingen waren soms zo schokkend dat ze leidden tot diepe politieke crises die tot op de dag van vandaag doorwerken. 

De psychologische martelingen van MKUltra 

In de jacht op efficiënte ondervragings- en hersenspoeltechnieken schuwde de inlichtingendienst geen enkel middel. Proefpersonen werden zonder hun medeweten onderworpen aan psychologische martelingen, hypnose, extreme isolatie, elektrische schokken en het gedwongen toedienen van hoge doses LSD. MKUltraDit beruchte programma, bijgenaamd MKUltra, vond onder het mom van 'wetenschappelijk onderzoek' plaats op meer dan tachtig verschillende locaties, waaronder universiteiten, ziekenhuizen en gevangenissen verspreid door heel Amerika. 

Toenmalig CIA-hoofd Richard Helm, liet in 1973 al het bewijs vernietigen van MKUltra's activiteiten. Echter, twee jaar later kwamen de misstanden alsnog aan het licht na een onderzoek van de Amerikaanse Senaat en de Rockefeller Commission. Uit enkele duizenden overgebleven documenten bleek dat de proefpersonen binnen het experiment nooit toestemming hadden gegeven om deel te nemen aan het project van MKUltra en wisten vaak niet eens dat zij onderdeel waren van een CIA-onderzoek. De experimenten werden fel bekritiseerd vanwege mensenrechtenschendingen en ernstig machtsmisbruik. De CIA heeft de wreedheden sindsdien erkend, maar heeft nooit een officiële verontschuldiging aan de slachtoffers aangeboden of mensen binnen de organisatie verantwoordelijk gesteld. 

Nazi's als CIA-spionnen in Operation Bloodstone 

Toen de Tweede Wereldoorlog eindigde met een overwinning voor de geallieerden, verplaatsten de VS direct hun aandacht van de nazi's in Duitsland naar de communisten in de Sovjet-Unie. De CIA was zo gefixeerd op het bestrijden van het rode gevaar, dat de dienst tijdens de vroege jaren van de Koude Oorlog bereid was met de meest kwaadaardige mensen samen te werken. CIA badge

Frank Wisner, een van de oprichters van de CIA, bezocht in 1947 een aantal kampen voor ontheemden in Duitsland. In deze kampen leefden veel mensen die in de oorlog tegen de communisten hadden gevochten. Wisner zag in hen de ideale infiltranten om achter het IJzeren Gordijn te spioneren. Dat velen van hen onder de nazi’s hadden gediend en schuldig waren aan gruwelijke oorlogsmisdaden, werd door Wisner slechts weggewuifd. Zolang ze maar hetzelfde anti-communistische sentiment deelden, was er niks mis met het rekruteren van oorlogsmisdadigers.  

Onder de codenaam Operation Bloodstone rekruteerde de CIA vanaf 1948 minstens duizend ex-nazi's als spionnen. Tot aan de jaren ‘90 hielden de Amerikaanse inlichtingendiensten hun banden met deze personen verborgen en gingen zelfs zo ver om vervolgingen van sommige nazi-spionnen te voorkomen. 

Geheime wapendeals met andere landen: de Iran-Contra-affaire 

In de jaren tachtig raakte de CIA nauw verwikkeld in een van de grootste politieke schandalen uit de Amerikaanse geschiedenis: de Iran-Contra-affaire. Functionarissen binnen de regering van president Ronald Reagan bedachten in 1985 een plan om in het geheim wapens te verkopen aan het streng-islamitische regime in Iran, destijds een gezworen aartsvijand. Officieel claimde de regering dat de wapens bedoeld waren voor 'gematigde facties', maar in de praktijk spekten ze de kas van een revolutionair regime. 

In ruil voor deze illegale leveranties moest Iran druk uitoefenen op gelieerde terreurgroepen in Libanon om daar gegijzelde Amerikanen vrij te laten. Het schrijnende was de totale hypocrisie: terwijl Reagan op televisie verkondigde dat Amerika nooit met terroristen onderhandelde, deed zijn regering achter de schermen precies dat. Bovendien loste de deal niks op; zodra er gijzelaars vrijkwamen, werden er weer nieuwe Amerikanen ontvoerd. Ronald Reagan

Een deel van de opbrengst van deze geheime wapenverkopen werd vervolgens gebruikt om de Contra's in Nicaragua heimelijk te financieren. De Contra's waren een gewapende rebellengroep die zich verzette tegen de links-nationalistische Nicaraguaanse regering. Het Amerikaanse Congres had echter beperkingen opgelegd aan de steun voor de Contra's en had verdere financiering afgewezen. De CIA speelde een belangrijke rol bij het organiseren van de geheime wapenleveringen en ondersteunde de Contra's met logistiek, transport en inlichtingen.  

De affaire kwam in 1986 aan het licht. Reagan hield daarop een televisietoespraak waarin hij bevestigde dat er inderdaad geheime wapenleveringen hadden plaatsgevonden. Hij ontkende echter dat het bevrijden van Amerikaanse gijzelaars in het Midden-Oosten een doel van de operatie was geweest. Uit later onderzoek bleek dat de vrijlating van gijzelaars wel degelijk een belangrijk motief was en een jaar later richtte Reagan zich opnieuw tot de Amerikaanse bevolking via een televisietoespraak. Ditmaal nam hij de verantwoordelijkheid voor de affaire op zich, zowel voor de handelingen waarvan hij op de hoogte was als voor die waarvan hij naar eigen zeggen niet op de hoogte was geweest. 

Aanslagen op wereldleiders 

De Amerikaanse ontvoering van de Venezolaanse president Maduro in 2026 toont aan dat de VS nog steeds bereid is vergaande maatregelen te nemen tegen staatshoofden die zij als een bedreiging zien. Of zulke interventies zowel juridisch als moreel gerechtvaardigd zijn, blijft nog altijd een punt van discussie. De CIA is sinds de Koude Oorlog, hoe dan ook, nauw verbonden aan zulke controversiële interventies. Fidel Castro

Het bekendste doelwit was waarschijnlijk de Cubaanse revolutionaire leider Fidel Castro. De CIA ontwikkelde gedurende de jaren zestig meerdere plannen om Castro te vermoorden. Zo werd onder meer geëxperimenteerd met vergiftigde sigaren, verborgen explosieven in gebruiksvoorwerpen en andere geheime methoden om hem uit de weg te ruimen. Geen van de operaties slaagde, waardoor Castro uiteindelijk nog jarenlang aan de macht bleef. Hij groeide daardoor uit tot het bekendste voorbeeld van een buitenlandse leider die herhaaldelijk doelwit was van CIA-moordplannen. Castro stierf uiteindelijk een natuurlijke dood in 2016. 

Minder fortuinlijk was Patrice Lumumba, de eerste democratisch verkozen premier van de Democratische Republiek Congo. Patrice LumumbaHoewel de CIA niet rechtstreeks verantwoordelijk werd gehouden voor zijn moord in 1961, kwam later bewijs naar voren dat wees op betrokkenheid van buitenlandse regeringen, waaronder de Verenigde Staten via de CIA, bij plannen om hem uit de weg te ruimen. 

Naast Lumumba werden ook leiders als Rafael Trujillo (Dominicaanse Republiek) en René Schneider (Chili) het slachtoffer van dodelijke operaties waarbij de CIA achter de schermen aan de touwtjes trok. 

Nadat deze moordcomplotten in de jaren zeventig leidden tot een officieel verbod door president Gerald Ford, veranderde de CIA simpelweg de terminologie van de aanslagen. Onder de vlag van 'gerichte eliminaties' bleven de buitenlandse kopstukken op de korrel genomen worden, zoals Muammar Gaddafi in 1986, Slobodan Milošević in 1999 en Saddam Hussein in 2003. 

Bronnen:

Afbeeldingen:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief.