Stedelijk Museum Geschiedenis

Geschiedenis van het Stedelijk Museum

Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft een nieuwe directeur. Rein Wolfs begint op 1 december 2019 aan zijn nieuwe baan. Het Stedelijk opende ruim 120 jaar geleden voor het eerst haar deuren. Wat is de geschiedenis van dit bekende museum?

Bouw van het museum

Het waren particulieren die verantwoordelijk waren voor de oprichting van het museum. De rijke Sophia Adriana Lopez Suasso-de Bruijn was een groot liefhebber van kunst en ook een actieve verzamelaar. Na haar dood in 1890 liet zij een grote som geld na aan de stad Amsterdam, evenals haar kunstcollectie. Dankzij deze erfenis en een andere grote bijdrage (zowel financieel als in kunst) van de bankiersfamilie Van Eeghen kon de bouw van het museum van start gaan. In 1895 opende het museum haar deuren, waarna het al snel de bijnaam ‘Suasso-museum’ kreeg.

Het museum had in eerste instantie geen duidelijke focus. De collectie bestond uit een grote verzameling van uiteenlopende voorwerpen en kunstwerken. Ook bevatte het museum twee stijlkamers met kunstcollecties uit Nederland en Frankrijk. In de loop van de 20ste eeuw begon het museum zich langzaam meer te profileren als een museum voor de moderne kunst. Dit was ook te zien aan het interieur. De muren werden wit geverfd en de wanden minder volgehangen. De warmere sfeer maakte plaats voor een modernere inrichting.

De kunstbunker

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog speelde het museum een grote rol in het beschermen van het Nederlands cultureel erfgoed. Dit was grotendeels te danken aan Willem Sandberg, die sinds 1936 als adjunct-directeur bij het museum werkte. In 1938 had hij met eigen ogen de verschrikkingen van de Spaanse burgeroorlog gezien. Sandberg zette zich vervolgens actief in voor de bouw van een bunker, om de kunstwerken tegen luchtbombardementen te kunnen beschermen. Deze bunker werd uiteindelijk in Castricum gebouwd en maakte het Stedelijk zo het eerste museum met een bunker. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog diende de bunker als beschermplaats voor talloze kunstwerken. Ook ander musea maakten graag gebruik van de verstopplek van het Stedelijk. Werken uit onder andere het Frans Hals museum en de Lakenhal werden er bewaard. Zelfs de Nachtwacht van het Rijksmuseum heeft een tijd opgerold in ‘de kluis’ doorgebracht.

Modernisering

In 1945 werd Willem Sandberg directeur van het Stedelijk Museum. Onder zijn leiding vonden er in het museum nog meer vernieuwingen plaats. In 1949 gaf hij de pas gevormde groep Cobra-kunstenaars alle ruimte om hun eerste groepstentoonstelling samen te stellen. Dit was een controversieel besluit aangezien deze tentoonstelling destijds veel kritiek kreeg vanuit de Nederlandse pers. De experimentele kunst van de groep werd “geklad, geklets en geklodder” genoemd. Sandbergs voerde daarnaast nog een reeks vooruitstrevende vernieuwingen door. Zo lanceerde het Stedelijk Museum onder zijn bewind een workshop voor kinderen en introduceerde het in 1952 als eerste museum ter wereld met een draadloze audiotour.

In 1963 nam Edy de Wilde het stokje over van Sandberg. Hij was een groot voorstander van actuele kunst en bepaalde dat het museum geen kunstwerken ouder dan twintig jaar mocht aanschaffen. Onder zijn leiding werd het Stedelijk Museum zodoende een museum voor de moderne kunst.

De Badkuip

In 2003 organiseerde het Stedelijk Museum een wedstrijd om het ontwerp van een enorme nieuwe vleugel te bepalen. Benthem Crouwel Architekten won de wedstrijd, waarna de bouw in 2004 van start ging. Het museum verplaatste zich ondertussen tijdelijk naar een andere locatie en was vanaf 2008 een ‘verplaatsend’ museum. Onder het mom van Stedelijk in de Stad met onder andere workshops en tentoonstellingen trok het Stedelijk door heel Amsterdam. In 2010 en 2011 werden er weer enkele tijdelijke tentoonstellingen in het gerenoveerde oude gebouw tentoongesteld.

In 2012 opende het Stedelijk Museum na een grootschalige verbouwing opnieuw haar deuren, nu met de ingang aan het museumplein. De enorme nieuwe vleugel stond al snel bekend als ‘De Badkuip’, de kleur en vorm van de vleugel deden namelijk veel mensen denken aan een bad. Deze ‘Badkuip’ ontving zowel positieve als negatieve reacties. De opmerkelijke vleugel trok zelfs de aandacht van de internationale pers. Zo noemde de Amerikaanse kunsthistoricus Michael Kimmelman het gebouw onder meer een “bovenmatig stuk sanitair”.

Leestip: Uitgeverij Verloren

Druk bekeken: collecties en hun publiek in de 19de eeuw – De negentiende eeuw
Redactie: Saskia Pieterse e.a.
Uitgever: Verloren
ISBN: 9789087042301
Winkelprijs: €10,–

Bestel: Druk bekeken: collecties en hun publiek in de 19de eeuw – De negentiende eeuw

Bronnen:

Afbeelding:

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!