Gladiatoren

Het gevecht tussen Verus en Priscus

Maar weinig zaken uit het Romeinse Rijk spreken zo tot de verbeelding als de gladiatorengevechten. Van de gevechten op leven en dood in de arena’s zijn veel afbeeldingen en andere restanten bewaard gebleven, maar er is maar één geschreven verslag bekend over een gevecht: het gevecht tussen Verus en Priscus. 

In het jaar 80 na Christus opende keizer Titus het Colosseum, toen nog bekend als Amphitheatrum Flavium. Zijn vader Vespasianus had zo’n tien jaar eerder opdracht gegeven voor de bouw van het enorme complex, dat grotendeels bekostigd werd door de plundering van de joodse tempel in Jeruzalem. Het Colosseum was met stip een van de meest imposante bouwwerken van Rome. Tien jaar lang hadden de inwoners van Rome tienduizenden werklieden – vooral slaven – en onmetelijke hoeveelheden dure steensoorten voorbij zien komen, terwijl langzaam maar zeker het enorme bouwwerk van bijna 52 meter hoog zijn schaduw over de stad begon te werpen. Bij zo’n enorm project paste uiteraard alleen maar een enorm feest, en dus trok Titus alles uit de kast. De openingsspelen van het Colosseum duurden maar liefst honderd dagen. 

Wat er precies tijdens die honderd dagen durende feesten gebeurde, is niet bekend. Er is maar één verslag van iemand die erbij was, overgeleverd. Andere verslagen, zoals die van Cassius Dio en Suetonius, zijn veel later geschreven. Maar schrijver Marcus Valerius Martialis was daarentegen in Rome, waardoor zijn verslag tot nu toe wordt beschouwd als het enige contemporaine verslag van de openingsfeesten. 

De openingsfeesten van het Colosseum

Martialis had zich weten op te werken tot de gegoede kringen in Rome. Hij was vooral bekend om zijn epigrammen, korte bondige gedichten, die vaak een vrolijke kwinkslag hadden en erg geliefd waren onder de Romeinse hogere burgerij. Martialis gaf zijn epigrammen vaak een sterke satirische boodschap mee, waarmee hij de hele maatschappij in enkele zinnen op de hak nam. In  één gedichtje wist hij zowel de problemen met het grote aantal woningbranden in Rome aan de kaak te stellen, als de mensen die daarmee fraudeerden. 

Zijn verslag van de opening van het Colosseum was echter geen satire, maar een lofdicht op keizer Titus, een van Martialis’ belangrijkste geldschieters. Het werk, dat in feite een grote dichtbundel is, staat bomvol complimenten aan de keizer, maar daartussen staan interessante beschrijvingen van wat er in het enorme amfitheater gebeurde. Daardoor krijgen we een kijkje in de gladiatorengevechten, gevechten tussen dieren onderling en gevechten tussen dieren en mensen, soms met de meest gruwelijke en bloederige details. Daarbij liet Martialis soms doorschemeren dat het hem net wat té bloederig werd. In een gedicht over een van de ‘jachtpartijen’ waarbij dieren in de arena werden opgejaagd, vertelt hij hoe een drachtig zwijn door een lans in de buik werd getroffen en dat – terwijl het volwassen zwijn stierf – enkele van haar biggen nog kort leefden. Martialis verborg zijn afgrijzen over het gebeuren nauwelijks en schreef: “Lucina, u bent wreed! Is dit nu werpen?”

Het gladiatorengevecht van Priscus en Verus

Een belangrijk deel van de festiviteiten waren de gladiatorengevechten. Over de details van die gevechten is weinig bekend geworden, maar Suetonius omschreef de gevechten jaren later als ‘weelderig’ en Cassius Dio noteerde dat de gevechten bestonden uit groepsgevechten en duels. Martialis’ gedicht over een van de gevechten, het gevecht tussen Priscus en Verus, is daardoor het meest gedetailleerde verslag van een gladiatorengevecht dat we tot op heden kennen. Dat uitgerekend dit gevecht in de geschiedenisboeken is terechtgekomen, is minder toevallig dan het lijkt, want het gevecht verliep uitzonderlijk. 

We weten dat een gladiatorengevecht niet zomaar een vechtpartij tot de dood was. Er waren daadwerkelijk regels, die in de gaten werden gehouden door een soort scheidsrechter. Een belangrijke taak van die scheidsrechter was ervoor zorgen dat gladiatoren het niet uit doodsangst op een rennen zetten, maar actief deelnamen aan het gevecht. Een andere belangrijke taak bestond uit het bepalen van het einde van een gevecht. 

Een gladiatorengevecht was voorbij als een van de twee niet meer verder kon vechten. Dat hoefde niet altijd te betekenen dat de verliezer het gevecht niet overleefde. Het kwam ook voor dat een van de twee strijders zelf besloot dat hij niet meer verder kon vechten – en zich overgaf. Door de wapens letterlijk neer te leggen en een wijsvinger uit te steken, gaf een gladiator aan dat hij de meerdere in zijn tegenstander erkende. Op zo’n moment kwam de scheidsrechter tussenbeide, om vervolgens de organisator van het gevecht de uitslag te laten beslissen. Dat was tijdens de openingsspelen vanzelfsprekend de keizer. Die wendde zich op zijn beurt meestal weer tot het publiek om op basis van hun aanmoedigingen en spreekkoren de beslissing te nemen. Een handgebaar, de pollice verso bezegelde het lot van de verliezer. Volgens veel populaire verhalen was dat gebaar een duim naar beneden, maar waarschijnlijk klopt dat niet. Naar alle waarschijnlijkheid gaven gladiatoren zich alleen over als ze er zeker van waren dat ze de steun van het publiek genoten. Anders gold zo’n overgave al snel als een teken van lafheid – en dus een zekere dood. Wie kon, vocht zo lang mogelijk door. 

Urenlange strijd

Daardoor kon het lang duren voordat een gevecht een duidelijke winnaar en verliezer kende, en dat was zeker het geval bij het gevecht tussen Verus en Priscus. “Priscus wist het gevecht te rekken, Verus ook en beider kracht bleef aan elkaar gewaagd”, schreef Martilialis. Hoe lang het gevecht precies duurde, weten we niet, maar waarschijnlijk heeft het uren geduurd. Naar verluidt lieten de gladiatoren zich zelfs niet door hun eigen vermoeidheid tegenhouden. Zelfs toen beiden zo uitgeput waren dat ze niet meer de kracht hadden om hun schild met één arm op te tillen, vochten ze nog door – met alleen hun zwaard. 

Voor zulke situaties waren er dus regels. Als een gevecht te lang onbeslist bleef en beide gladiatoren uitgeput raakten, laste de scheidsrechter een pauze in, waarin de gladiatoren even op adem konden komen. De hervatting zou een winnaar moeten opleveren, maar zelfs in die verlenging bleven Verus en Priscus elkaars gelijke. In zulke gevallen kon de scheidsrechter tussenbeide komen en net als bij een overgave de keizer vragen een winnaar aan te wijzen. De winnaar viel in de prijzen, maar als de verliezer in de ogen van het publiek en de organisator dapper genoeg had gevochten, kon ook hij een eervolle aftocht krijgen. Dat zou in het geval van Priscus en Verus zeker gebeuren. Volgens Martialis had het publiek al vaak geroepen dat ze beiden zo’n eervolle aftocht verdienden. Maar de keizer hield voet bij stuk en liet het gevecht doorgaan tot er een beslissing viel. Maar voordat die beslissing kwam, vielen – in de woorden van Martialis – Priscus en Verus zelf al om door uitputting. Het gevecht bleef dus onbeslist. 

Een eervolle aftocht na een onbeslist gevecht was voor veel gladiatoren al een overwinning. Zo’n gelijkspel telde ook als bewijs van doorzettingsvermogen en dapperheid. Maar voor Priscus en Verus zat er meer in het vat. Het gevecht was zo gelijk op gegaan dat het voor de keizer onmogelijk was een winnaar aan te wijzen en dus gebeurde er iets bijzonders: Zowel Priscus als Verus werden als winnaar aangewezen en met prijzen overladen. “Daarop liet Caesar beide vechters prijzen brengen; zo werd grote moed speciaal beloond,” schreef Martialis vol bewondering voor zijn keizer. De prijzen bestonden in de regel uit voorwerpen die de overwinning symboliseerden, zoals een olijftak of soms zelfs een lauwerkrans, en geld. Maar het zou kunnen dat Priscus en Verus er met een zeer waardevollere prijs vandoor gingen. Volgens Martialis kregen de twee ook een houten zwaard. Zo’n houten zwaard, een rudis, was een ware hoofdprijs voor de gladiatoren. De rudis stond namelijk symbool voor vrijheid, al is niet helemaal duidelijk hoe groot die vrijheid in de praktijk was. Sommige bronnen spreken over volledige vrijheid, wat zou betekenen dat de gladiatoren ook niet meer hoefden te vechten. Maar historici wijzen er ook op dat dat een enorme financiële klap voor een gladiatorenschool zou kunnen betekenen; gladiatoren waren immers ook geld waard. Zij wijzen erop dat gladiatoren die een rudis hadden gewonnen nog wel op enige wijze aan hun gladiatorenschool verbonden bleven, bijvoorbeeld om nieuwe gladiatoren op te leiden. 

Bronnen:

Hidden in Plain Sight: Martial and the Greek Epigrammatic Tradition
Inaugural games of the Colosseum
Fik Meijer: Gladiatoren, Volsvermaak in het Colosseum

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!