Het Vorstendom van Antiochië

Tijdens de kruistochten stichten de christelijke ridders verschillende rijken in het Midden-Oosten. Het Koninkrijk van Jeruzalem (1099-1291) is hiervan de bekendste. In 1088 verovert Bohemund I de Syrische stad Antioch en sticht hij het Vorstendom van Antiochië, dat twee eeuwen lang een belangrijk handelscentrum vormt in de Levant, tot het door de Egyptische Mamelukken veroverd wordt op 18 mei 1278.

Bohemund I was een Normandische edele die zich tijdens de eerste kruistocht (1096-1099) aansloot bij de christelijke legers die tot doel hadden de islamitische legers te bestrijden. Samen met zijn ridders streed hij tegen de Turken bij Nicaea en Dorylaeum en in oktober 1097 belegerde hij samen met andere kruisridders de Syrische stad Antioch. Uiteindelijk veroverden de kruisridders op 3 juni 1098 de stad waarbij ze de islamitische bevolking afslachtten. Toen de andere kruisvaarders in 1099 Jeruzalem aanvielen, bleef Bohemund in Antioch. Hij wilde de stad in handen houden, maar ook naburige moslimheren en de Byzantijnen maakten aanspraak op de stad. Het lukte Bohemund pas in 1107 om zich Antioch definitief eigen te maken. Het Vorstendom van Antiochië was een feit.

Welvaart

Antioch werd in de periode van Bohemund en zijn nakomelingen een welvarende stad. De stad was het handelscentrum van de christelijke rijken in het oosten, maar bedreef eveneens handel met de omliggende moslimlanden. Antiochië vormde het uiteinde van de Aziatische zijderoute en voerde oosterse producten als zijde, specerijen en porselein door naar Europa. Lokale producten zoals citroen, olijfolie en cederhout werden door het vorstendom aan Egypte verkocht.

Kwetsbaar rijk

Hoewel het Vorstendom van Antiochië zeer welvarend was, stelde het op militair gebied weinig voor. Het rijk telde minder dan 100.000 inwoners en kon niet zoveel soldaten op de been brengen als omliggende landen. Bovendien was er sprake van interne strijd in het vorstendom en aasden nabijgelegen moslimrijken als de Seltsjoeken op de stad en haar grondgebied. Als het christelijke Koninkrijk van Jeruzalem Antioch niet meermaals militair had bijgestaan, was het vorstendom al veel eerder veroverd.

Verovering door de Mamelukken

Het lukte de christelijke Antiochiërs uiteindelijk niet om de moslims buiten de stadspoorten te houden. In 1260 sloten ze zich aan bij de Mongolen, die tijdens hun veroveringen in het Midden-Oosten in conflict waren gekomen met de Egyptische Mamelukken. Omdat het Vorstendom van Antiochië aan de kant van de Mongoolse Rijk had gevochten zagen de Mamelukken Antioch nu als vijand. In 1268 veroverde de Egyptische sultan Baibars I Antioch. Hij plunderde de stad en het Vorstendom van Antiochië hield op te bestaan.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.