Johannes Paulus I

Moord in het Vaticaan? De mysterieuze dood van paus Johannes Paulus I

Op 28 september 1978 overleed paus Johannes Paulus I na slechts 33 dagen op de Heilige Stoel. De 'lachende paus' werd op 65-jarige leeftijd plotseling dood in zijn bed aangetroffen. Hoewel de officiële doodsoorzaak een hartinfarct was, ontstond er vrijwel direct een zweem van mysterie en complot rond zijn overlijden. Maar wie was deze relatief jonge paus en wat gebeurde er werkelijk achter de gesloten deuren van het Vaticaan? 

Het nieuws van zijn overlijden werd wereldkundig gemaakt door camerlengo Jean-Marie Villot, waarna al snel de eerste vragen rezen. Het feit dat er geen autopsie werd verricht en dat kort daarna bleek dat het Vaticaan niet de waarheid sprak over bepaalde zaken, voedde het wantrouwen. Al snel gingen er geruchten dat mensen binnen het Vaticaan belang hadden bij zijn dood, wat het de ideale voedingsbodem maakte voor talloze complottheorieën. Om te begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen, moeten we terug naar het begin. 

Albino Luciani 

Op 17 oktober 1912 werd Albino Luciani geboren in Canale d’Agordo, in Noord-Italië. Bij zijn geboorte maakten zijn ouders zich grote zorgen over zijn gezondheid. Daarom werd hij al twee dagen na zijn geboorte door de vroedvrouw gedoopt. Luciani overleefde zijn jeugd, maar zou zijn hele leven kampen met gezondheidsproblemen en een kwetsbare conditie. 

De jonge Luciani groeide op in grote armoede. Als kind  was hij al genoodzaakt om zijn familie te helpen om aan eten te komen. Samen met zijn moeder bezocht hij regelmatig de parochiekerk aan het dorpsplein van het door de Eerste Wereldoorlog getroffen dorp. De orgelmuziek die daar klonk, kon hem de armoede even doen vergeten. Tegenwoordig draagt het plein de naam Piazza Papa Luciani, als herinnering aan de dorpsjongen die het uiteindelijk tot paus zou schoppen. Johannes Paulus I

Een retraite met een minderbroeder gaf de tienjarige knul het beslissende duwtje: hij wilde priester worden. Op het seminarie ontpopte hij zich tot een meesterleerling. Hij las werk van Franciscus van Sales, maar verdiepte zich ook in destijds omstreden denkers zoals Charles Darwin. 

Na zijn priesterwijding in 1935 en het afronden van zijn studie theologie koos Luciani tijdens de Tweede Wereldoorlog stilzwijgend de kant van het Italiaanse verzet; aan het einde van de oorlog bood het seminarie zelfs onderdak aan verzetsleden. 

Bisschop Luciani 

In 1958 werd Luciani door paus Johannes XXIII benoemd tot bisschop van Vittorio Veneto. Paus Pius XII had eerder van benoeming afgezien vanwege Luciani's medische dossier, maar Johannes XXIII keek daar lichter tegenaan. Toen Luciani over zijn ademhalingsproblemen vertelde, antwoordde de paus lachend: "Voortreffelijk! Het bisschoppelijk paleis ligt op een heuvel, de gezonde lucht zal je goed doen." 

Als bisschop was hij doortastend. Toen twee priesters met kerkelijk geld hadden gespeculeerd en kleine spaarders benadeelden, greep Luciani hard in: de gedupeerden werden gecompenseerd en de priesters werden bestraft. Voor Luciani stond vast dat de Kerk er voor de armen moest zijn, niet voor zichzelf. 

Tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie was Luciani aanwezig als bisschop van Vittorio Veneto. Hoewel zijn rol er beperkt was, zouden de uitkomsten van het concilie grote invloed hebben op zowel de katholieke kerk als op Luciani zelf. Binnen de kerk gold hij als relatief progressief. Ook het gebruik van anticonceptie was tijdens het concilie een belangrijk discussiepunt. Hoewel paus Paulus VI zich later in Humanae Vitae tegen kunstmatige anticonceptie zou uitspreken, waren er aanwijzingen dat Luciani een minder strikt standpunt innam. Zijn ervaringen met armoede hadden hem ervan overtuigd dat geboortebeperking in bepaalde omstandigheden bespreekbaar moest zijn. 

Op 17 september 1969 overleed Giovanni Urbani, de patriarch van Venetië. Het Vaticaan wilde Luciani als zijn opvolger. Aanvankelijk bedankte hij voor de eer, maar na herhaald aandringen accepteerde hij de benoeming. 


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Kardinaal Luciani 

Als patriarch van Venetië kwam Luciani steeds meer in beeld bij paus Paulus VI. Tijdens een bezoek aan Venetië in 1972 maakte Paulus VI een opvallend gebaar. Hij deed zijn stola af en legde die over de schouders van Luciani. Later vertelde de patriarch over het moment: “Hij liet me ten overstaan van 20.000 mensen blozen tot aan mijn haarwortels, omdat hij zijn stola afnam en haar om mijn schouders legde. Nooit heb ik zo gebloosd!” 

In Venetië viel Luciani op door zijn eenvoud. Hij haalde kinderen tijdens preken uit de kerkbanken om over hun dagelijks leven te praten en schreef open brieven aan fictieve personages. Toch schroomde hij niet om de strijd aan te gaan met het Vaticaanse apparaat. 

Toen de Venetiaanse katholieke bank, die juist bestond om tegen lage rente geld te lenen aan armen, buiten hem om werd verkocht aan de commerciële Banco Ambrosiano in Milaan, was Luciani woedend. Omdat hij de verkoop niet kon terugdraaien, hief hij demonstratief alle bankrekeningen van het aartsbisdom bij die instelling op. 

Paus Johannes Paulus I 

Op 6 augustus 1978 overleed paus Paulus VI. Het College van Kardinalen werd daarop naar Rome geroepen voor een nieuw conclaaf. Luciani was inmiddels zelf kardinaal, maar beschouwde zichzelf niet als een serieuze kandidaat. In een brief aan zijn nicht schreef hij dat hij “geen gevaar liep”. Ook tegenover de pers liet hij weten geen rekening te houden met een verkiezing. Hij werd nauwelijks tot de zogenaamde papabili gerekend. 

Toch gebeurde het onverwachte. Op 26 augustus, na slechts enkele stemrondes, werd Albino Luciani tot paus gekozen. De verkiezing kwam voor velen als een verrassing. 

Na de witte rook zweeg Luciani enkele minuten. Uiteindelijk accepteerde hij de zware verantwoordelijkheid en koos hij de naam Johannes Paulus I, als eerbetoon aan zijn twee directe voorgangers: Johannes XXIII en Paulus VI. Hij was de eerste paus die een dubbele naam aannam. Tijdens zijn eerste optreden op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek maakte hij een wat onwennige indruk. Zijn nieuwe taak als leider van een miljard mensen was duidelijk nog wennen. 

Luciani wilde een pastorale paus zijn. Hij weigerde een traditionele pauselijke kroning met de tiara en zocht direct contact met het publiek. Maar de grote hervormingen die velen verwachtten, kwamen er niet. 

De dood van een paus 

33 dagen na zijn verkiezing, in de nacht van 28 op 29 september 1978, werd een van de zusters die voor Johannes Paulus I zorgden ongerust. De paus had zijn ochtendkoffie niet aangeraakt. Ze ging naar zijn kamer en ontdekte dat hij was overleden. 

De omstandigheden waren opmerkelijk. Johannes Paulus I was in bed gestorven en had papieren bij zich. Al snel ontstond verwarring over wie hem precies had gevonden en wat hij op dat moment aan het lezen was. De eerste officiële berichtgeving week daardoor af van latere verklaringen. Juist die tegenstrijdigheden zouden later een belangrijke rol spelen in de complottheorieën rond zijn dood. 

De officiële doodsoorzaak was een acuut hartinfarct. Over een autopsie werd gestemd door het College van Kardinalen, maar omdat het lichaam al snel was gebalsemd, zou een betrouwbare autopsie bovendien gecompliceerd zijn. Ook wilden de kardinalen de speculatie rond zijn dood niet voeden: een autopsie zou mensen laten denken dat zijn dood niet natuurlijk was. De kardinalen stemden in grote meerderheid tegen, maar daardoor was het achteraf wel onmogelijk om met forensische zekerheid vast te stellen wat precies de dood had veroorzaakt. 

De tegenstrijdige berichtgeving en het ontbreken van een autopsie vormden alsnog een vruchtbare voedingsbodem voor speculaties. Al snel deden verhalen de ronde over vergiftiging, verdwenen documenten en een mogelijk complot binnen het Vaticaan. 

Johannes Paulus I

Complotten en het Vaticaanse bankgeheim 

In 1984 kreeg een omstreden theorie over de dood van Johannes Paulus I grote bekendheid. De Britse onderzoeksjournalist David Yallop publiceerde dat jaar In God’s Name, een boek waarin hij betoogde dat de paus niet aan een natuurlijke dood was gestorven, maar was vermoord. Volgens Yallop bevond zich achter de moord een netwerk waarin hooggeplaatste Vaticaanse geestelijken, de Vaticaanse bank en figuren uit de Italiaanse financiële wereld met elkaar waren verbonden. 

Als een van de belangrijkste schakels in dat complot wees Yallop naar kardinaal Jean-Marie Villot, de staatssecretaris van het Vaticaan. Villot zou grote moeite hebben gehad met de hervormingsplannen van de kersverse paus. Ook zouden de twee van mening hebben verschild over de koers van de kerk, onder meer rond Humanae Vitae, de omstreden encycliek over geboorteregeling. Volgens Yallop had Johannes Paulus I bovendien plannen om binnen het Vaticaan personele en financiële veranderingen door te voeren. 

Yallop beweerde daarnaast dat Villot na de ontdekking van het lichaam belastende voorwerpen uit de vertrekken van de paus had laten verwijderen. Een belangrijk onderdeel van zijn reconstructie was een verklaring van zuster Vincenza Taffarel, de non die de paus op de ochtend van 29 september 1978 aantrof. Yallop zei zich op haar getuigenis te baseren, maar weigerde de transcripties van zijn gesprekken met haar openbaar te maken. Dat gebrek aan controleerbaar bewijsmateriaal vormde later een belangrijk punt van kritiek op zijn theorie. 

Een tweede mogelijk motief lag volgens Yallop bij de Vaticaanse financiën. De affaire rond de Banco Ambrosiano had al voor grote onrust gezorgd. De Italiaanse bank, onder leiding van Roberto Calvi, onderhield nauwe zakelijke banden met de Vaticaanse bank, het IOR. Toen de Banco Ambrosiano in 1982 instortte, kwam een ingewikkeld netwerk van financiële constructies, schulden en dubieuze transacties aan het licht. De Amerikaanse aartsbisschop Paul Marcinkus, die aan het hoofd stond van het IOR, raakte daarbij eveneens in opspraak. 

Volgens Yallop zou Marcinkus hebben gevreesd voor zijn positie als Johannes Paulus I daadwerkelijk orde op zaken wilde stellen binnen het financiële apparaat van het Vaticaan. De paus had zich eerder al kritisch opgesteld tegenover bepaalde financiële praktijken en zou volgens Yallop op de hoogte zijn geraakt van gevoelige informatie over het IOR en de Banco Ambrosiano. In Yallops reconstructie maakte juist dat financiële netwerk de nieuwe paus tot een bedreiging voor machtige personen. 

De affaire kreeg later ook een plaats in de populaire cultuur. De financiële connecties tussen het Vaticaan, de Banco Ambrosiano en de Italiaanse onderwereld vormden bijvoorbeeld een van de inspiratiebronnen voor The Godfather Part III. 

Dan was er nog een andere, eeuwenoude vijand van de katholieke Kerk: de vrijmetselarij. Binnen Yallops theorie speelde de Italiaanse loge Propaganda Due, beter bekend als P2, een belangrijke rol. P2 was in de jaren zeventig en tachtig uitgegroeid tot een geheim en invloedrijk netwerk rond grootheden uit de Italiaanse politiek, zakenwereld en veiligheidsdiensten. Roberto Calvi, de bankier van de Banco Ambrosiano, was lid van de loge en onderhield zakelijke contacten met Marcinkus. 

Marcinkus werd in verband gebracht met het financiële schandaal rond de Banco Ambrosiano en in Italië aangeklaagd, maar werd uiteindelijk niet berecht. Voor Yallop vormden de banden tussen Marcinkus, Calvi en P2 een belangrijk onderdeel van het grotere complot rond de dood van Johannes Paulus I. Zijn reconstructie zou decennialang aanleiding blijven geven tot discussie en speculatie over wat er werkelijk was gebeurd in de nacht van 28 op 29 september 1978. 

Voor de moordtheorie is echter nooit sluitend bewijs gevonden. Latere onderzoeken kwamen tot andere conclusies. De theorieën bleven desondanks een eigen leven leiden. Het langdurige zwijgen van het Vaticaan en de gebrekkige communicatie rond het overlijden droegen daar ongetwijfeld aan bij. Het onderzoek naar de zaligverklaring van ‘de lachende paus’ zorgde later voor nieuwe aandacht voor de omstandigheden van zijn dood. 

Wat is er écht gebeurd in de nacht van 28 september? 

De Italiaanse journaliste en schrijfster Stefania Falasca deed jarenlang onderzoek naar het leven en overlijden van Johannes Paulus I. In het kader daarvan kreeg zij toegang tot documenten die meer licht moesten werpen op zijn laatste uren, waaronder medische gegevens. 

Uit die documenten kwam naar voren dat Luciani kort voor het avondeten pijn op de borst had gekregen. Hij zou de klachten hebben weggewuifd en niet hebben gewild dat er een arts werd gebeld. Later die avond werd de arts alsnog bij zijn bed geroepen, maar toen was het al te laat. Johannes Paulus I

Falasca kwam op basis van de medische gegevens en getuigenverklaringen tot de conclusie dat Luciani een natuurlijke dood was gestorven. Daarmee verwierp zij de bekende moordtheorieën. Haar onderzoek sluit echter niet uit dat de precieze medische oorzaak anders kan zijn geweest dan het destijds vastgestelde hartinfarct. Juist omdat er geen autopsie werd uitgevoerd, kan daar achteraf geen volledige forensische zekerheid over worden verkregen. 

De mysterieuze omstandigheden rond zijn overlijden blijven daardoor bestaan. Maar een mysterie is nog geen bewijs voor een moord. De beschikbare bronnen bieden geen sluitend bewijs dat Johannes Paulus I werd vergiftigd of dat iemand binnen het Vaticaan verantwoordelijk was voor zijn dood. 

Na de dood van Johannes Paulus I moest opnieuw een paus worden gekozen. Tijdens het daaropvolgende conclaaf kwam de Poolse kardinaal Karol Wojtyła uit de Sixtijnse Kapel als nieuwe paus tevoorschijn. Hij koos de naam Johannes Paulus II, als eerbetoon aan zijn voorganger.

BRONNEN:

AFBEELDINGEN:

Ook interessant: 

Landen: 

Religie: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief.