Sirimavo Bandaranaike

Sirimavo Bandaranaike: eerste vrouwelijke minister-president ter wereld

Als weduwe van de vermoorde minister-president van Sri Lanka wist Sirimavo Bandaranaike in 1960 iets wat onvoorstelbaar leek voor elkaar te krijgen: ze werd de eerste verkozen vrouwelijke regeringsleider ooit. In de internationale gemeenschap was ze haar gehele regeringsperiode populair, maar in haar thuisland had ze vooral te maken met grote problemen en veel kritiek.

Bandaranaike werd op 17 april 1916 geboren als Sirimavo Ratwatte in een invloedrijke, aristocratische familie. Ze was het oudste van uiteindelijk zes kinderen. Bandaranaike’s familie was boeddhistisch, maar ze werd onderwezen op katholieke, Engelstalige scholen.

Huwelijk en aanslag

In 1940 trouwde ze op 24-jarige leeftijd met Solomon Bandaranaike, met wie ze drie kinderen kreeg. Deze werd in 1946 actief voor de United National Party (UNP), die streefde naar onafhankelijkheid. Sri Lanka was een kolonie van Groot-Brittannië,  maar in 1948 werd de onafhankelijkheid verkregen. Solomon Bandaranaika werd de 4e premier van de jonge natie in 1956, na een grote verkiezingsoverwinning. In 1959 werd hij echter vermoord door een Boeddhistische monnik wegens een geschil over de officiële taal van het land.

Verkiezingsoverwinning

Hierna werd het onrustig in de UNP. Uiteindelijk werd Sirimavo Bandaranaika gevraagd om haar man op te volgen als partijleider. Ze stemde hier mee in. Inmiddels had ze de bijnaam ‘weeping widow’ gekregen, doordat ze vaak tijdens bijeenkomsten en toespraken in huilen uitbarstte als de naam van haar man ter sprake kwam. Ze wist de UNP echter te verenigen door te verklaren dat ze de politieke lijn van haar man door zou zetten. Ze kreeg een plaats in de Senaat en wist de UNP in 1960 aan een verkiezingsoverwinning te helpen. Bandaranaike werd hierna de eerste vrouwelijke premier ter wereld

Bewind

Wegens haar openlijke uitingen van emotie, werd ze ontzettend populair onder de bevolking. Haar tegenstanders bekritiseerden haar hierom juist en noemden haar een ‘huilebalk’. Bandaranaike’s bewind werd gekenmerkt door haar socialistische inslag. Grote delen van de economie werden genationaliseerd. Vooral de VS en Groot-Brittannië waren het hier niet mee eens en stopten de ontwikkelingshulp. Hierop zocht Bandaranaike meer toenadering tot de Sovjet Unie en China. Haar binnenlandse politiek kon op steeds meer kritiek rekenen, nadat zesloeg een opstand van de Tamil bevolking bloedig neer sloeg. Ze werd in 1964 dan ook niet voor een tweede termijn herkozen.

Herverkiezing 1970

In 1970 wist Bandaranaike met haar partij echter weer een grote verkiezingsoverwinning te boeken. Ze werd opnieuw premier, maar had vrijwel meteen weer te maken met grote problemen rond de minderheden in haar land. Verder werd er een staatsgreep gepleegd en kreeg de economie een grote klap door de oliecrisis van 1973. Bandaranaike kon de kritiek op haar en haar regering steeds minder goed verdragen en verbood enkele kritische kranten. De onvrede werd steeds groter en in 1977 leed de UNP dan ook een historische verkiezingsnederlaag. Hierna, In de jaren ’80, raakte Bandaranaike vanwege de vele problemen rondom haar regeringsperiodes, in diskrediet. Zeventien jaar lang bevond ze zich in de oppositie.

1994

Tijdens haar tijd in de oppositie werd hevig getwijfeld aan de geschiktheid van Bandaranaike als partijleider van de UNP. Zelfs haar zoon en dochter, inmiddels ook politici, spraken zich tegen hun moeder uit. Wonder boven wonder won ze toch de verkiezingen van 1994 en werd ze weer premier. De grondwet van Sri Lanka was echter veranderd en deze functie had een meer symbolische rol gekregen, terwijl de president nu de werkelijke macht had. Bandaranaike’s dochter, Chandrika werd tot president benoemd en was dus nu, in plaats van haar moeder, de machtigste vrouw van Sri Lanka. Bandaranaike behield de positie van premier tot haar dood, op 10 oktober 2000.

Afbeelding:

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!