
Venezuela is niet de eerste: de geschiedenis van Amerikaanse bemoeienis in Latijns-Amerika
De spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela lopen de afgelopen maanden hoog op. President Trump slijpt zijn messen en heeft de Venezolaanse President Maduro in zijn visier. De afgelopen tijd voerde de Amerikaanse marine verschillende aanvallen uit op Venezolaanse boten in de Caribische Zee en recent werd zelfs een olietanker ingenomen door Amerikaanse mariniers. Onlangs voerde Amerika een militaire interventie uit waarbij de Venezolaanse president Maduro gevangen genomen werd. Het is al even geleden dat de VS zich zo nadrukkelijk bemoeide in Latijns-Amerika, maar in de geschiedenis kwam dit veel vaker voor.
Na dagen van hevige onrust en Amerikaanse luchtaanvallen op Caracas en de luchthaven van Higuerote, is president Maduro door de Amerikaanse elite-eenheid Delta Force opgepakt en afgevoerd naar New York. Terwijl de vicepresident van Venezuela spreekt van een brute ontvoering, houdt het Witte Huis vast aan hun narratief: Maduro is geen staatshoofd, maar een drugsbaron die verantwoordelijk is voor een grootschalig drugskartel.
Drugsbestrijding of een strijd om grondstoffen?
De officiële reden voor deze militaire operatie is de strijd tegen drugssmokkel, maar critici en experts zetten hier grote vraagtekens bij. Cijfers tonen namelijk aan dat slechts tien procent van de cocaïne die de Verenigde Staten binnenkomt via de Venezolaanse route loopt. Waarom de VS dan juist nu met zoveel militair vertoon ingrijpt, lijkt volgens velen dan ook een andere oorzaak te hebben: de gigantische oliereserves van het land.
Venezuela bezit de grootste olievoorraden ter wereld en momenteel is aartsrivaal China de grootste afnemer. De Colombiaanse president vatte de algemene scepsis eind november al samen tegenover CNN: “De kern van de zaak is olie.” Of het nu gaat om drugs of om het veiligstellen van strategische grondstoffen, de vrees is groot dat deze escalatie leidt tot een langdurig en bloederig conflict.
Meer weten over de geschiedenis van Venezuela en hoe Maduro uiteindelijk aan de macht kwam? Lees hier meer.
Invloed op de achtertuin: de Monroedoctrine
Door de geschiedenis heen zijn er regelmatig Amerikaanse interventies in het westelijk halfrond geweest. Hoewel deze inmengingen werden neergezet als ‘hulp’, ging er meestal eigen politiek of economisch gewin achter schuil, met vaak ontwrichtende gevolgen voor de Latijns-Amerikaanse landen.
De bemoeienis van Amerika in het westelijk halfrond begon met de Monroedoctrine in de 19de eeuw. President Monroe kondigde tijdens een toespraak in 1823 aan dat de Verenigde Staten geen Europese inmenging meer in het westelijk halfrond zou tolereren. Amerika zag Europa namelijk als een bedreiging voor de eigen expansie.
Theodore Roosevelt deed daar begin 20ste eeuw nog een schep bovenop. Hij verkondigde de Roosevelt Corollary; dit hield in dat Amerika volgens hem het recht had om zelf in te grijpen bij mismanagement en wanbeleid. In zijn State of the Union van 1904 stelde hij dat de Verenigde Staten zich konden mengen in de interne aangelegenheden van Latijns-Amerikaanse landen.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
De Bananenoorlog
De uitspraken van Roosevelt werden al snel omgezet in daden die meer met economie dan met staatsbestuur te maken hadden. Van 1898 tot 1934 voerden de Verenigde Staten in Latijns-Amerika een reeks van militaire interventies uit, die de geschiedenis zijn ingegaan als de Bananenoorlogen (Banana Wars). De naam klinkt misschien komisch, maar het conflict was bloedig en had flinke gevolgen voor de betrokken landen.
Het draaide in deze periode niet om nationale veiligheid of democratie, maar om wat toen Dollar Diplomacy werd genoemd: de bescherming van Amerikaanse commerciële belangen. De Amerikaanse marineschepen en mariniers werden veelal ingezet om de investeringen van machtige fruitmaatschappijen, met name de United Fruit Company (UFC), veilig te stellen. De United Fruit Company kent men tegenwoordig als het merk Chiquita, en heeft dus een bloedig verleden. Als de lokale regeringen in landen als Nicaragua, Honduras of de Dominicaanse Republiek de Amerikaanse bedrijven te veel belasting oplegden, of als er een dreigende staatsgreep was die de winsten in gevaar bracht, stuurde Washington onmiddellijk troepen.
Dit leidde tot langdurige bezettingen en militaire overheersing in landen als Haïti en Nicaragua. De VS installeerden marionettenregeringen die gunstig waren voor de Amerikaanse bedrijven en hielpen bij het opzetten van lokale militaire machten die hun invloed op de lange termijn garandeerden. Deze acties zorgden voor flinke instabiliteit en lieten de bevolking vaak verarmd achter. De Bananenoorlogen zijn dan ook het schoolvoorbeeld van hoe de Monroedoctrine werd misbruikt om Amerikaanse economische overmacht in 'de achtertuin' te behouden.
Rode angst tijdens de Koude Oorlog
Na de Bananenoorlogen verschoof het motief van Amerikaanse inmenging naar de bestrijding van het communisme. De strijd tegen de Sovjet-Unie betekende dat elke progressieve of socialistische beweging in Latijns-Amerika onmiddellijk werd gezien als een communistische bedreiging die moest worden geneutraliseerd.
Een vroeg en berucht voorbeeld hiervan is Guatemala in 1954. President Jacobo Árbenz Guzmán probeerde het land te moderniseren door een landhervorming door te voeren. Dit zou betekenen dat ongebruikte landbouwgrond, met name van de United Fruit Company, zou worden herverdeeld onder de arme bevolking.
Hoewel Árbenz democratisch was verkozen, zag de Amerikaanse regering, met staatssecretarissen die sterke banden hadden met de UFC, dit als een dreigende stap naar het communisme. Onder de codenaam Operatie PBSUCCESS organiseerde en financierde de CIA een staatsgreep, waarbij ze een klein leger binnensmokkelden en met psychologische oorlogsvoering het leger van Árbenz demotiveerden. Árbenz werd afgezet, wat leidde tot decennia van brute militaire dictaturen en burgeroorlog in Guatemala.
De angst voor het communisme bereikte een hoogtepunt na de succesvolle revolutie van Fidel Castro in Cuba. In 1961 probeerde de Amerikaanse regering, kort na de machtsovername van Castro, de Revolutie ongedaan te maken in wat bekendstaat als de invasie in de Varkensbaai.
Meer weten over deze invasie en hoe deze mislukte? Klik dan hier
De meest verwoestende interventie uit de Koude Oorlog was misschien wel de coup in Chili op 11 september 1973. De democratisch verkozen socialistische president Salvador Allende werd afgezet in een bloedige staatsgreep, geleid door generaal Augusto Pinochet. De Amerikaanse regering, onder president Nixon en Henry Kissinger, had jarenlang actief gewerkt aan het destabiliseren van Allende's regering, uit angst voor zijn socialistische beleid.
Pinochet ontmantelde onmiddellijk de democratie en vestigde een wreed terreurregime. Meer dan 3000 Chilenen werden gemarteld, gedood of 'verdwenen' (desaparecidos) in geheime detentiecentra. Ondanks volledige kennis van deze mensenrechtenschendingen bleef de VS de Pinochet-dictatuur financieel en militair steunen als betrouwbare bondgenoot tegen het communisme. De val van Allende werd als een "overwinning op het communisme" gezien, ten koste van de Chileense democratie en het immense lijden van de bevolking.
The War on Drugs en Noriega
Na het einde van de Koude Oorlog hadden de Amerikanen een nieuwe reden voor interventies: The War on Drugs. Onder deze noemer probeerden de Amerikanen controle over strategische gebieden te krijgen, zoals het Panamakanaal. De invasie van Panama in 1989 is hiervan het schoolvoorbeeld.
De man in kwestie was Manuel Noriega. Noriega was een dictator en een brute heerser die de Panamese verkiezingen annuleerde en politieke tegenstanders liet verdwijnen. De ironie is echter dat hij jarenlang een cruciale bondgenoot en betaalde informant was van de Amerikaanse inlichtingendiensten (CIA). Hij werd opgeleid aan de School of the Americas. Zolang hij de Amerikaanse belangen, zoals de strijd tegen linkse bewegingen en het delen van inlichtingen, diende, werden zijn drugshandel en mensenrechtenschendingen genegeerd.
Toen Noriega echter te lastig werd, zich steeds meer afzette tegen de VS en zijn criminele bijverdiensten publiekelijk bekend werden, werd hij een doelwit. In 1988 werd hij in de VS aangeklaagd wegens drugshandel, en in december 1989 viel het Amerikaanse leger na een aantal mislukte coups Panama binnen met Operation Just Cause. Noriega werd gevangengenomen en overgebracht naar Miami om berecht te worden.
Dit laatste voorbeeld, het gebruiken van drugs als excuus om strategische belangen te verkrijgen, doet ergens denken aan de huidige situatie in Venezuela. Hoe deze situatie verder gaat aflopen is nog onduidelijk, wel heeft Trump gezegd dat de VS Venezuela tijdelijk gaat 'runnen'.
Bronnen
Groene Amsterdammer - Een aanval op Venezuela zal bloedig zijn
NOS - Amerikaanse dreiging tegen Venezuela: gaat de geschiedenis zich herhalen
Historisch Nieuwsblad - Bemoeizucht en territoriumdrift voor de VS is het doodnormaal
The Collector - The Banana Wars
NPR - Chile Coup 50 years Pinochet
Wikipedia - US invasion of Panama
NOS - Aanval Venezuela






