Home » Reportage
eerste pc

De eerste Personal Computer

De allereerste computers waren enorme dingen. Zulke computers waren gigantische kasten die een hele kamer konden vullen, en alsnog niet heel veel meer waren dan een hele grote rekenmachine. De eerste computer EINAC was dan ook een project van het Amerikaanse leger, en niet bruikbaar voor ‘gewone’ mensen. Maar het duurde niet lang voordat de eerste Personal Computer op de markt kwam.

Het ‘gigantische brein’ EINAC had nog een oppervlakte nodig van 167 m2. En hoewel ENIAC door één persoon bediend kon worden, was het haast nog onvoorstelbaar dat iemand ooit met een veel krachtiger apparaat in z’n broekzak rond zou lopen. Zelfs nadat in 1949 de opvolger van ENIAC, met de naam EDSAC, bekend werd gemaakt, schreef de Britse krant The Star: “The "brain" may one day come down to our level and help with our income-tax and book-keeping calculations. But this is speculation and there is no sign of it so far.”  Toch hadden ENIAC en EDSAC wel een aantal zaken die we nu volstrekt normaal vinden. Zo konden de computers opnieuw geprogrammeerd worden. ENIAC was in eerste instantie ontworpen voor de Amerikaanse marine, die een apparaat wilde dat snel kon uitrekenen hoe ze hun kanonnen moesten richten, maar het apparaat kon worden aangepast zodat er andere berekening mee konden worden gemaakt. Daarom heten ENIAC, EDSAC en soortgelijke computers van die generatie ook General Purpose Computers genoemd. Computers die geschikt waren voor algemeen gebruik.

Dat de apparaten zo groot waren had te maken met de bouw van de apparaten. Ze maakten gebruik van 19.000 radiobuizen waarmee de elektriciteit door het apparaat geleid kon worden. Zo veel radiobuizen namen ongelofelijk veel ruimte in.

Halfgeleiders maakten computers kleiner

De doorbraak kwam in de ontwikkeling van halfgeleiders eind jaren 50. Met die halfgeleiders kon net zoveel als met al die radiobuizen, of nog wel meer. Maar met één groot voordeel: die halfgeleiders namen veel minder ruimte in. De transistors en chips die gemaakt werden met die halfgeleiders, hadden maar een fractie van het formaat van de grote radiobuizen. En ze waren nog goedkoper ook, de IBM 610, die in 1957 als Personal Automatic Computer (PAC) werd gepresenteerd kostte 55.000 dollar. Veel geld, maar een schijntje in vergelijking met de 500.000 dollar die de ontwikkeling van EDVAC had gekost. En hij kon nog meer ook.

IBM 610, de eerste Personal Computer?

Een echte Personal Computer was de IBM 610 nog niet. Want hoewel de IBM 610 dus geschikt was voor relatief eenvoudig gebruik door een persoon, had het apparaat nog altijd het formaat had van een klein dressoir en een gewicht van 360 kilo en waren er soms lange repen geponst papier nodig om opdrachten in te voeren of juist om output van de machine te krijgen. Toch was de machine wel innovatief: met een toetsenbord kon je de computer opdrachten geven, en via een elektrische printer kon je de computer iets laten printen, veel interactiever dan eerdere computers. Er was zelfs een klein beeldscherm!

Het apparaat kon vooral worden gebruikt om meerdere ingewikkelde berekeningen tegelijk te maken. Dat kon door het apparaat als een hele grote rekenmachine te gebruiken: door een opdracht in te voeren en te wachten tot het apparaat vervolgens met een resultaat kwam, maar het was ook mogelijk om het apparaat te programmeren zodat het meer zelfstandig aan de slag zou gaan. Het apparaat werd vooral gebruikt voor onderzoeksdoeleinden.

Met een prijskaartje van 55.000 dollar was de 610 echter nog altijd erg duur. En dan was je er nog niet. Het apparaat moest onderhouden worden en er waren gorte magnetische cilinders en lange rollen ponspapier nodig om gegevens op te slaan. Maar weinig instellingen konden of wilden dat opbrengen in een tijd dat veel mensen zich nog maar nauwelijks iets bij computers konden voorstellen. Om het apparaat iets aantrekkelijker te maken, kon de IBM 610 ook gehuurd worden, voor een bedrag van iets meer dan duizend dollar per maand. Onderhoud aan de machine zat bij het huurcontract inbegrepen, net als de ponskaarten die nodig waren om gegevens op te slaan en in te voeren. Dat was zo veel makkelijker dat zelfs NASA overwoog om de apparaten te huren in plaats van te kopen.

Geen succes, wel toekomstmuziek

De IBM 610 was geen daverend succes en er werden er maar 180 van gebouwd. De computer was raakte snel verouderd, al twee jaar na het verschijnen van de IBM 610 bracht IBM de 1620 uit. Die was goedkoper en kon meer. Toch waren er met de 610 een paar belangrijke stappen richting de toekomst gezet. De 610 was een computer die veel persoonlijker gebruikt kon worden dan al z’n voorgangers, maar ook het model waarbij IBM het apparaat verhuurde, was een grote stap richting de toekomst. Inmiddels is Hardware as a service, waarbij een instelling computers en servers huurt of least, een vrij gewone manier voor bedrijven om apparatuur van goede kwaliteit te kunnen gebruiken. Net als bij de IBM 610, is onderhoud aan de apparatuur inbegrepen. De IBM 610 zette daarmee een aantal belangrijke eerste stappen in de wereld van personal computers. De eerste echte personal computer kwam in 1974 op de markt. Niet door IBM, maar door Altair.

Partners: 

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Bekijk het gehele programma van de Week van de Koloniale Geschiedenis met thema ‘Aan het Werk’.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!