Bartholomeüsnacht

De Bartholomeüsnacht: toen een koninklijke bruiloft omsloeg in een bloedbad

In de nacht van 23 op 24 augustus 1572 vond in Parijs een van de beruchtste gebeurtenissen uit de Europese geschiedenis plaats. Wat een koninklijk verzoeningsfeest tussen katholieken en protestanten had moeten worden, veranderde in een gecoördineerde politieke liquidatie en een meedogenloze volkspogrom. De Bartholomeüsnacht, ook wel de Parijse Bloedbruiloft genoemd, zou uiteindelijk aan zo’n 20.000 Franse protestanten het leven kosten.

In de zestiende eeuw werd Frankrijk verscheurd door de Franse Godsdienstoorlogen. De katholieke meerderheid en de protestantse minderheid (de Hugenoten) bestreden elkaar te vuur en te zwaard. Om de gemoederen na jaren van strijd te bedaren, werd een koninklijk huwelijk georganiseerd. Op 18 augustus 1572 trouwde de protestantse leider Hendrik van Bourbon (de latere koning Hendrik IV) met Margaretha van Valois, de katholieke zus van koning Karel IX.

Duizenden protestantse adellijken uit het hele land trokken naar het katholieke Parijs om de bruiloft bij te wonen. De sfeer in de stad was echter gespannen; de katholieke bevolking van Parijs zag de komst van de 'ketters' met grote argwaan aan.

Een mislukte aanslag en dodelijke paranoia

Vier dagen na de feestelijkheden sloeg de vlam in de pan. Onbekenden pleegden een aanslag op admiraal Gaspard de Coligny, een van de belangrijkste protestantse leiders van Frankrijk en raadgever van de koning. De Coligny raakte slechts gewond, maar de woede onder de Hugenoten was gigantisch. Ze eisten dat de daders direct gestraft zouden worden.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook


De katholieke elite, onder leiding van de machtige hertog Hendrik de Guise en de koningin-moeder Catharina de Medici, raakte in paniek. Ze vreesden een gewapende opstand en wraakactie van de protestantse adel die zich nog altijd binnen de stadsmuren bevond. Om hen voor te zijn, praatte Catharina de Medici in op haar zoon, de jonge koning Karel IX. Ze overtuigde hem ervan dat alleen een preventieve aanval op de protestantse leiders de kroon kon redden. Murw gespeeld door de aanhoudende druk van zijn moeder en haar raadgevers, stemde de koning diep in de nacht uiteindelijk in met de executies.

Grondige voorbereidingen en het sluiten van de val

Wat volgde was geen spontane geweldsuitbarsting, maar een uiterst minutieus voorbereid plan van de katholieke leiders. Om te zorgen dat de protestantse gasten niet konden ontsnappen, gaf het stadsbestuur bevel om de stadspoorten van Parijs op slot te doen en de bruggen over de Seine te barricaderen. De Hugenoten zaten als ratten in de val.

Daarnaast moesten de katholieke moordcommando’s en stadsmiliciën voorkomen dat ze elkaar in het nachtelijke duister per ongeluk zouden aanvallen. Er werd afgesproken dat alle katholieke deelnemers een opvallend wit kruis op hun hoed zouden dragen en een witte band om hun linkerarm.

Het signaal van de stormklok

In de vroege ochtend van 24 augustus 1572 — de feestdag van de heilige Bartholomeüs — sloeg de val definitief dicht. Rond drie uur 's nachts luidde de stormklok van de kerk Saint-Germain-l'Auxerrois, vlak naast het koninklijk paleis het Louvre. Dit was het afgesproken startsein voor de aanval. Al snel namen de kerkklokken in de rest van Parijs het signaal over, wat de hele stad in rep en roer bracht.

Koninklijke soldaten en katholieke troepen onder leiding van Hendrik de Guise stormden de verblijven van de protestantse edelen binnen. Het eerste en belangrijkste doelwit was admiraal De Coligny. De herstellende admiraal werd in zijn slaapkamer doorstoken, waarna zijn lichaam uit het raam op straat werd geworpen. Daar werd de leider door de menigte onthoofd, gecastreerd en door de modder van Parijs gesleept.

Religieuze hysterie en de volkspogrom

Toen de Parijse bevolking de klokken hoorde en zag hoe de hoogste protestantse leiders op straat werden afgeslacht, sloeg de vlam volledig in de pan. Katholieke priesters en fanatieke scherpschutters hitsen de burgerbevolking op met de boodschap dat het een 'heilige plicht' was om de stad te zuiveren van ketters.

Gewone burgers grepen naar de wapens. Buren keerden zich tegen buren, en winkeliers plunderden de huizen van protestantse klanten. Mannen, vrouwen en kinderen werden uit hun bedden gesleurd, neergestoken, verdronken in de Seine of van daken gegooid. De bruidegom, Hendrik van Bourbon, overleefde de slachting binnen de muren van het Louvre enkel door zich ter plekke tot het katholicisme te bekeren.

Dagenlang hielden de moorden in Parijs aan. Pas toen de straten rood kleurden van het bloed en de situatie dreigde te ontsporen in totale anarchie, probeerde de koning het geweld te stoppen, maar het kwaad was al geschied.

De nasleep: 20.000 doden en een vluchtelingenstroom

Toen het nieuws van de gebeurtenissen in Parijs de rest van Frankrijk bereikte, sloeg de vonk over naar steden als Lyon, Rouen, Orléans en Bordeaux. Maandenlang hielden de slachtingen onder protestanten aan. Naar schatting kostte de Bartholomeüsnacht en de nasleep ervan het leven van ruim 20.000 Franse hugenoten (waarvan zo'n 2.000 tot 3.000 in Parijs alleen).

Tienduizenden overlevende Hugenoten ontvluchtten het land. Velen van hen zochten hun toevlucht in de Noordelijke Nederlanden, waar hun kennis, ambachten en kapitaal later een belangrijke impuls zouden geven aan de Gouden Eeuw.

De Parijse Bloedbruiloft verhardde de verhoudingen tussen katholieken en protestanten in heel Europa voorgoed. Het idee van religieuze verzoening was voor tientallen jaren van de baan. Pas in 1598, toen de tot katholiek bekeerde Hendrik van Bourbon als koning Hendrik IV de Franse troon besteeg, zou hij met het Edict van Nantes de Hugenoten eindelijk de zo vurig gewenste godsdienstvrijheid verlenen.

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Onderwerpen: 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief.