
De evolutie van de tbs-maatregel in Nederland
In Nederland kunnen verminderd- of ontoerekeningsvatbare verdachten de maatregel terbeschikkingstelling (tbs) opgelegd krijgen wanneer zij lijden aan een psychiatrische stoornis. De maatregel is bedoeld om patiënten na een behandeling veilig terug te laten keren in de samenleving. Hoewel de tbs al sinds 1928 bestaat, heeft de uitvoering ervan grote veranderingen ondergaan. Hoe is tbs geëvolueerd van eenvoudige opsluiting naar complexe behandeling?
Nederland telt in totaal elf tbs-klinieken die rond de 1700 patiënten verplegen in een beveiligde forensisch-psychiatrische instelling. De sector kampt momenteel met personeelstekort en een gebrek aan bedden, waardoor honderden veroordeelden op een wachtlijst staan. Een succesvolle behandeling duurt tegenwoordig gemiddeld acht tot negen jaar en kan, door de rechter, telkens twee jaar worden verlengd, zolang het herhalingsgevaar groot is. Soms is dat levenslang. Maar de maatregel zag er vroeger niet altijd zo uit.
Rechtvaardigheid voor ontoerekeningsvatbaren
Al eeuwenlang worstelt het recht met misdrijven die voortkomen uit een psychische stoornis. Volgens Michiel van der Wolf, hoogleraar Forensische Psychiatrie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden, maakte het Nederlandse rechtssysteem voor 1886 al juridisch onderscheid tussen toerekeningsvatbaar en ontoerekeningsvatbaar: “Voor de intrede van het Nederlands Wetboek van Strafrecht hadden we nog de Code Pénal uit de tijd van de Franse bezetting.
Ondanks dat dit de wetgeving was van bezetters, bleven we die na de Franse tijd aanhouden. Het was namelijk voor het eerst dat we goede regelgeving hadden in Nederland.”
Volgens Van der Wolf werden ontoerekeningsvatbare individuen onder de Code Pénal nog wel aangeduid als ‘vrijgesproken’, terwijl dit na de invoering van het Wetboek van Strafrecht werd geformaliseerd als ‘ontslag van alle rechtsvervolging’. Na 1886 beoordeelde de strafrechter, mede op basis van psychiatrisch advies, of er sprake was van ontoerekeningsvatbaarheid. Indien dat het geval was, volgde er geen strafoplegging, maar kon de betrokkene worden ontslagen van rechtsvervolging en eventueel worden opgenomen in een psychiatrische inrichting.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
De ‘psychopaat’ van vroeger
In het begin werd er echter nog geen rekening gehouden met de ‘middengroep’. Wat als verdachten slechts gedeeltelijk toerekeningsvatbaar zijn? “Vanaf 1928 werd daarom de maatregel Terbeschikkingstelling van de Regering (TBR) ingevoerd”, legt Van der Wolf uit. Deze maatregel kreeg later de naam tbs en bestaat in die vorm nog steeds. Verdachten die binnen deze groep hoorden, werden gestraft voor dat deel waar zij schuld aan hadden en kregen een behandeling voor het gedeelte dat aan hun stoornissen te wijten was. Dit nieuwe deel van het strafrecht werd ook wel de Psychopatenwetten genoemd. “De term ‘psychopaat’ had toen nog niet de connotatie die we er tegenwoordig bij hebben. Nu associeert men het woord met een individu met een gebrek aan empathie, maar vroeger werd een psychopaat aangeduid als iemand die tussen krankzinnigheid en normaal gedrag in zit”, legt Van der Wolf uit.
De nieuwe maatregel bracht al snel praktische problemen met zich mee: de opvangplaatsen raakten al snel vol. Het Rijksasyl voor Psychopathen beschikte over slechts 88 plaatsen en nieuwe instellingen kwamen pas geleidelijk op. In 1933 werd daarom een tijdelijke Stopwet ingevoerd: TBR mocht alleen nog maar in zware gevallen worden opgelegd. Het gevolg was dat veel psychisch gestoorde delinquenten noodgedwongen weer in het reguliere gevangeniswezen belandden. De behandeling zag er gedurende deze periode niet heel complex uit. Patiënten werden voornamelijk apart opgesloten; van echte therapie was nauwelijks sprake...
Behandeling in de nasleep van de oorlog
De nasleep van de Tweede Wereldoorlog bracht hier verandering in. Volgens Van der Wolf waren hier twee redenen voor. “Er werden tijdens de oorlog veel hooggeplaatste Nederlanders, intellectuelen en strafrechtsgeleerden opgesloten door de Duitse bezetters. Deze ervaring gaf hen een humanere blik op het strafrecht en zeker op opsluiting. De focus moest worden gelegd bij de behandeling en zo min mogelijk bij opsluiting”, vertelt hij. Een belangrijk voorbeeld hiervan zijn de gijzelaars van Sint-Michielsgestel. Dit was een groep geïnterneerde Nederlandse intellectuelen en juristen wier ervaringen in gevangenschap tijdens de Duitse bezetting bijdroegen aan een naoorlogse herbezinning op het strafrecht.

Tegelijkertijd maakte de wetenschap flinke sprongen. “Rond deze tijd werden ook nieuwe methodes en medicijnen voor psychische problemen geïntroduceerd. Zo werd onder andere de groepstherapie ontdekt in Amerika.” Deze veranderde visie leidde uiteindelijk in 1951 tot de invoering van de Beginselenwet gevangeniswezen, waarin voor het eerst de rechten en plichten van gevangenen wettelijk werden vastgelegd en meer nadruk kwam te liggen op resocialisatie en een menswaardige behandeling.
Tbs vandaag de dag
In 1988 werd TBR omgedoopt tot tbs, zoals we de maatregel nu kennen. “Op het eerste gezicht lijkt het verschil slechts uit een lettertje te bestaan. Voorheen was het terbeschikkingstelling van de regering, nu is het simpelweg terbeschikkingstelling. Het echte verschil is dat de drempel voor tbs verhoogd werd”, legt Van der Wolf uit.
“Vanaf 1988 hanteert het strafrecht een andere gevaarsopvatting, die vooral gericht is op geweld- en zedendelinquenten en minder op personen die niet bijdragen aan de gemeenschap, zoals landlopers, oftewel mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats die rondtrekken en bedelen. De rechtspositie van de patiënten is sindsdien ook verbeterd.”
Volgens Van der Wolf is het goed dat we als maatschappij zijn afgestapt van het vroeg-naoorlogse, optimistische idee dat gedrag verdwijnt als de oorzaak wordt weggenomen: “We hanteerden toen een model dat geloofde dat iedereen écht te genezen is. Tegenwoordig zijn we ons ervan bewust dat bepaalde aandoeningen als schizofrenie of persoonlijkheidsstoornissen chronisch zijn en dus focust de behandeling zich niet langer op genezing, maar juist op controle. Patiënten krijgen de nodige steun en leren inzicht op te bouwen in zichzelf en hun gedrag, waardoor ze zelfs mét hun mentale ongemakken kunnen functioneren zonder verdere schade aan te richten.”
Bronnen:
- Michiel van der Wolf, Forensische Psychiatrie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden
- TBS Nederland: Geschiedenis van tbs
- Open Overheid, M.J.F. van der Wolf | J. Reef | A.C. Wams: Wie zijn geschiedenis niet kent... Een overzichtelijke tijdlijn van de stelselwijzigingen in de forensische zorg sinds 1988
Afbeeldingen:
- Johannes Gerhardus Kramer (1845-1903), Public domain, via Wikimedia Commons
- Overheid, Public domain, via Wikimedia Commons
- Nationaal Archief: Fotograaf Onbekend / Fotobureau onbekend / Spaarnestad Photo (05887)
- Ron Kroon for Anefo, CC0, via Wikimedia Commons






