
Hoe shorttrack op de Nederlandse radar verscheen
De Olympische Winterspelen zijn aan een einde gekomen en op de shorttrackwedstrijden was er geen enkel land dat zo veel medailles wist te winnen als Nederland. Vijfmaal goud en zowel een bronzen als zilveren medaille werden gewonnen door Xandra Velzeboer, de broertjes Jens en Melle van ’t Wout en het mannelijk aflossingsteam. Verbazingwekkend genoeg is Nederland in de geschiedenis niet altijd al zo gek op shorttrack geweest
Eerste rondjes
De oorsprong van shorttrack is gek genoeg niet op het ijs te vinden. Aan het einde van de negentiende eeuw was rolschaatsen in Groot-Brittannië een zeer populaire sport. Met de schoenen op wieltjes kon je op een kleine baan racejes tegen elkaar houden. Dit idee werd toegepast op het ijs met ijsschaatsen en zo werd shorttrack in het leven geroepen. Het verschilde van het al eeuwenoude langebaanschaatsen doordat de absolute tijd van een rijder minder belangrijk is en er vier tot zes in plaats van twee mensen naast elkaar schaatsten.
Beperkte, maar ook overweldigende populariteit
De sportwereld ontving het shorttrack niet direct met open armen. In 1892 werd tijdens het openingscongres van de Internationale Schaats Unie (ISU) in Scheveningen vastgesteld dat de enige erkende vorm van hardrijden op de schaats de langebaanwedstrijd was.
Amerika had lak aan deze beslissing. Shorttrack was immens populair in de Verenigde Staten en op kunstijsbanen werden vanaf 1896 jaarlijks grote shorttrackwedstrijden gehouden die een commercieel succes waren. Grote kranten organiseerden vanaf 1917 eigen ‘Silver Skates’-wedstrijden, die duizenden toeschouwers trokken. In 1924 waren 15.000 kaarten voor een wedstrijd razendsnel uitverkocht. Een Ice Carnival in 1925 in New York Central Park trok maar liefst 40.000 betalende bezoekers. De sport kwam zowaar langs in bioscoopfilms en shorttrack werd in 1950 zelfs de eerste sport die live op Amerikaanse televisie werd uitgezonden.
Ondertussen viel in Nederland de sport nog steeds niet echt in de smaak. Tijdens de jaarvergadering van de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond (KNSB) in 1937 werd een voorstel gedaan om schaatswedstrijden te organiseren op het kunstijs van de Amsterdamse Zwembadstichting. Het voorstel werd niet alleen afgewezen, maar werd ook met grote afkeer ontvangen. Er kwam zelfs een verbod om wedstrijden op binnenbanen te houden. De concurrent van de KNSB, de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Hardrijden op de Schaats (NVBHS), organiseerde ondanks het verbod wel wedstrijden. Toen een bestuurslid van de KNSB besloot shorttrack met zijn eigen ogen te gaan bekijken op een ijshockeybaan in Amsterdam, was hij niet onder de indruk. 'Het tempo- en stuurloze rijden wekte ieders lachlust op. Het was een parodie op hardrijden, een propaganda tégen het hardrijden die belachelijk was’, vertelde hij. Er waren ook zorgen dat hardrijden op een kleine baan zou leiden tot ongelukken en het de bochtentechniek zou benadelen.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
Eerste wedstrijden
Na de Tweede Wereldoorlog groeide de populariteit van shorttrack internationaal, want een kleinere baan onderhouden was financieel lucratiever. In 1967 erkende de Internationale Schaatsunie shorttrack als een officiële sport. Vanaf de jaren ’70 werd shorttrack echt op de kaart gezet voor Nederland. De eerste binnenlandse kampioenschappen werden gehouden, waarbij Arie Ravensbergen en Ingrid Marcusse de eerste nationale kampioenen shorttrack werden. Ook werden de eerste Nederlandse teams gevormd die het land internationaal zouden vertegenwoordigen op de eerste wereldkampioenschappen shorttrack. De Engelse naam ‘shorttrack’ werd pas voor het eerst gebruikt in het Nederlands vanaf de jaren ’80. Voorheen werd het gewoon nog ‘snelschaatsen’ genoemd. Tijdens de winterspelen van 1988 in het Canadese Calgary kwam shorttrack voor het eerst langs als een demonstratiesport; een sport die onderdeel is van het Olympisch programma maar er meer aanwezig is om zichzelf te promoten. De volgende Spelen van 1992 werd het een officieel onderdeel en werd shorttrack op de lijst van Olympische disciplines geplaatst.
Nederlandse prestaties en Olympische medailles
Het Nederlands aflossingsteam had een immense overwinningsreeks te pakken aan het einde van de jaren ’80. In 1986, 1987, 1989 en 1990 wist de ploeg het wereldkampioenschap te winnen. Was het niet genoemde jaar 1988, dan een stil jaar voor shorttrackend Nederland? Allesbehalve! In ‘88 werd Peter van der Velde als eerste Nederlander wereldkampioen en werd Monique Velzeboer (tante van shorttrackers Xandra en Michelle Velzeboer) hetzelfde jaar tijdens de eerdergenoemde Spelen in Calgary eerste op de 500 meter voor de vrouwen. Omdat het toen nog geen officiële Olympische sport was, kreeg ze helaas geen medaille. Pas 26 jaar later, tijdens de Spelen van 2014, zou Sjinkie Knegt de eerste Olympische shorttrackmedaille behalen voor Nederland (brons voor de mannen op 1000 meter). Knegts overwinning leek Nederland wakker te schudden voor toekomstige shorttrackwedstrijden op de Olympische Winterspelen. Sinds de Spelen die volgden zijn er nog acht gouden medailles, vier zilveren medailles en drie bronzen medailles gewonnen voor Oranje.
Bronnen:
- Schaatshistorie.nl: Shorttrack
- Schaatsen.nl: Historie shorttrack
- Wikipedia: Lijst van olympische medaillewinnaars shorttrack
- Shorttrack Thialf: Geschiedenis
- Schaatsen.nl: Shorttrack: ooit wintersport nr. 1 in VS
Afbeeldingen:
- WK shorttrack voor dames en heren in de Edenhal in Amsterdam; Nederlands kampioen shorttrack Charles Veldhoven in actie via Nationaal Archief






