Visboot

Nederlands vergeten kaskraker: de visserij

Nederland is een waar waterland en daarom is visserij al eeuwenlang een essentiële pijler van de Nederlandse economie. Plaatsen als Scheveningen, IJmuiden, Spakenburg en Urk zijn al sinds hun ontstaan knooppunten voor vissers en vissersbedrijven geweest. De bekende Hollandse haring is al eeuwen een populaire snack in ons kikkerlandje. Hoe is de Nederlandse visserij door de geschiedenis heen geëvolueerd?

Hoewel Nederland historisch dominant was, is de rol van ons land in de huidige visserijsector vrij klein vergeleken met andere Europese landen. Vandaag de dag is Spanje de belangrijkste speler op de Europese vismarkt.

Nederland vist niet achter het net

Vanaf de hoge middeleeuwen werd vishandel een belangrijke inkomstenbron voor ons land. Voornamelijk werd er op de Noord- en Zuiderzee (nu het IJsselmeer) vis gevangen met kleine roeibootjes of met zogenaamde ‘zegen’ (treknetten) die vanaf het strand werden binnengehaald. Platvissen, garnalen en haringen waren toen al belangrijk voor de voedselvoorziening. In rivieren en meren mocht echter niet zomaar iedereen vissen. Op deze plekken was het namelijk een ‘heerlijk’ recht, wat inhield dat alleen mensen van adel of kerkelijken het mochten doen.

Naarmate de jaren verstreken, begonnen Nederlanders nog efficiëntere manieren te bedenken om te vissen, zoals met de haringbuis. Dit was een robuust zeilschip dat speciaal was ontworpen voor de haringvangst op zee. Doordat het kaken, zouten en opslaan van de haring direct aan boord gebeurde, konden vissers langere tijd op zee blijven en grotere vangsten behalen. Het kaken, het verwijderen van de kieuwen, het hart en een deel van de ingewanden direct na de vangst, was (toen nog) exclusief een Nederlandse methode, waardoor Nederland bijzonder gespecialiseerd was ten opzichte van de buurlanden. De haringbuis en het kaken van de vis, zorgden ervoor dat vis efficiënter gevangen en bewaard kon worden. Dit zorgde voor het immense commerciële succes van de Nederlandse haringvisserij.


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Als het schip met geld komt…

Vanaf de vroegmoderne periode was de Nederlandse vishandel op zijn hoogtepunt. Het College van de Groote Visscherij, opgericht in de 16e eeuw, was naast de welbekende VOC en de WIC een grote speler op zee tijdens de Gouden Eeuw. Het bedrijf ving vooral de nu nog steeds populaire zoute haringen. In het Vischboek van onderzoeker Adriaen Coenen uit rond 1578, werden de vangst en handel van de haring met veel lof beschreven. Zelfs ver na afloop van de Gouden Eeuw, tot het midden van de negentiende eeuw, bleef de Nederlandse haringvisserij veruit de beste van Europa. Hollands aandeel in de wereldmarkt besloeg maar liefst 80 procent, tot grote jaloezie van buurlanden. Er werden pogingen gedaan om de Groote Visscherij na te bootsen en Hollandse vissersboten op de Noordzee moesten zelfs worden beschermd door gewapende schepen tegen kapers.

Nederlandse walvisvaart

In de 17e eeuw deed Nederland ook aan walvisvaart. Op het eiland Spitsbergen in de Noordelijke IJszee, werd een Nederlandse nederzetting gesticht, genaamd Smeerenburg, waar ‘s zomers schepen uittrokken om Groenlandse walvissen te vangen en deze te verwerken tot walvistraan (een soort olie). De Nederlandse walvisvaart was lang niet zo groots en succesvol als de haringvisserij en rond de 20e eeuw verdween deze volledig.

Overstag gaan

De Nederlandse visserij bleef met de tijd mee veranderen. In de 18e en 19e eeuw visten Nederlanders met nieuwe, gemoderniseerde schepen zoals de bomschuit, vaak afgekort tot simpelweg ‘schuit’. Dit was een breed en kort zeilschip met een platte bodem, waardoor het geschikt was voor zowel diep als ondiep water. Schuiten vingen naast haringen voornamelijk platvissen en garnalen. Ook verbeterden de infrastructuur en de commerciële handelsnetwerken. De havens van kustplaatsen als Scheveningen en IJmuiden kregen grote uitbreidingen en werden belangrijke centra voor de opslag, verwerking en export van vis, waardoor de sector efficiënter en winstgevender werd.

Lof van de pekelharing

Toch begon de buitenlandse concurrentie in deze periode serieuzer te worden. Noorwegen, Zweden en Schotland hadden goed naar de Nederlandse successen gekeken en gebruikten die kennis als basis om hun eigen vloot te verbeteren. Vanaf het midden van de 19e eeuw namen de Schotten de positie van grootste haringvissers over, terwijl ook landen als Duitsland, Rusland en Polen intensiever in vis gingen handelen.

Om de moordende concurrentie nog enigszins het hoofd te bieden, deed de industrialisatie aan het eind van de 19e eeuw haar intrede in de Nederlandse visserij. De komst van stoomschepen zorgde ervoor dat er met hoge snelheid grote vangsten binnengehaald konden worden. Ook de introductie van boeierboten en de opkomst van de oestervisserij boden nieuwe kansen op de markt. Ondanks deze technologische sprongen bleek het tij echter moeilijk te keren voor de Nederlandse dominantie op zee.

Wendingen in het tij

De 20e eeuw bleek geen lucratieve periode voor de Nederlandse visserij te zijn. Toen de Zuiderzee werd afgesloten door de Afsluitdijk en veranderde in het IJsselmeer, werd het zoute water zoet. In de Zuiderzee zwommen voorheen tal van verschillende vissoorten die daar vanaf dat moment niet meer konden overleven. Het is dan ook niet vreemd dat de inwonersaantallen van vissersplaatsen als Urk, Spakenburg en Volendam aanzienlijk afnamen in deze tijd; vele vissersgezinnen stapten over op andere soorten werk in de steden en dorpen. In Volendam konden ze echter nog enigszins leven van het toerisme of de verkoop van andere soorten vissen. Daarnaast hielp het niet dat er in de eerste helft van die eeuw twee wereldoorlogen plaatsvonden en er tussendoor een mondiale crisis was. De Nederlandse visserij was tegen deze tijd ook erg verouderd. Vele vissers gebruikten nog steeds zeilschepen en deden nog steeds aan passief vissen. Dat betekent dat ze schepen lieten stilliggen in het water met een net in plaats van dat ze vooruit bleven varen met sleepnetten. Buurlanden hadden Nederlands aandeel in de globale vismarkt ondertussen aanzienlijk verkleind.

Hollandse haven

Overbevissing

Sindsdien zijn de meest gebruikte vissersschepen op zee zogenaamde ‘trawlers’. Dit is een schip dat actief vis vangt door een groot sleepnet door het water te trekken, vaak met een motor, waardoor het sneller en efficiënter grote hoeveelheden vis kan vangen. Deze schepen zijn zo efficiënt dat ze zelfs schadelijk blijken te zijn voor het milieu. Omdat de sleepnetten van trawlers soms wel kilometerslang zijn, kunnen ze in een mum van tijd vispopulaties volledig wegvagen. De helft van de vangst is niet eens geschikt voor consumptie en wordt teruggegooid in zee. De biodiversiteit werd in een korte tijd aanzienlijk verlaagd, waardoor overheden zich genoodzaakt zagen de vangst van bepaalde vissoorten aan banden te leggen in een poging de populaties te redden.

Bronnen:

Afbeeldingen:

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Ideologieën: 

Landen: 

Onderwerpen: 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief.