Oorsprong vakantiegeld

 

‘Vakantiegeld wordt steeds minder vaak besteed aan vakantie’

Dat blijkt uit een onderzoek van het NIBUD. Deze week wordt voor de meeste mensen het vakantiegeld gestort, maar nu blijkt dat een aanzienlijk deel van de mensen het geld gebruikt voor het aflossen van schulden, of om te sparen. Rond 1910 werd het vakantiegeld ingevoerd en werd besloten dat het altijd eind mei gestort zou worden, om te stimuleren dat het ook daadwerkelijk voor een vakantie gebruikt zou worden.

Volgens historicus Lex Heerma van Voss is vakantiegeld sinds 1910 opgenomen in CAO’s. Eerst was vakantie nog onbetaald verlof maar dit veranderde in de jaren ’20, toen loodgieters en bouwvakkers staakten om tijdens hun vakantie doorbetaald te krijgen. Hierna volgden steeds meer sectoren die betaald vakantieverlof toestonden.

Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam er bovenop het betaalde verlof een extra vakantietoeslag. De toeslag was voor veel mensen noodzakelijk. Zonder dit extra bedrag konden ze het zich niet veroorloven om op vakantie te gaan.  Van meet af aan was het dan ook de bedoeling dat het vakantiegeld gebruikt werd om op vakantie te gaan. Dit was gunstig voor de werkgever, die zijn personeel na de vakantie weer uitgerust zag terugkeren. Vandaar de beslissing van de regering en werknemers om  het volledige bedrag in één keer aan het begin van de zomer uit te keren.

Dat onderzoek nu uitwijst dat vakantiegeld vaak gebuikt wordt voor andere zaken, stelt volgens sommigen het nut ervan ter discussie.  Volgens Heerma van Voss gebeurt dit echter al zolang het vakantiegeld bestaat. Vooral onder mensen met lagere inkomens komt het vaak voor dat schulden eerst afgelost worden of andere dringende uitgaven worden gedaan met het geld.

Meer weten

Meer lezen over: 

Meer lezen over: 

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!

Neem nu een abonnement en krijg drie schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!