
Pieter Cort van der Linden: premier in rumoerige tijd
Toen Dick Schoof in 2024 minister-president werd, hadden we al ruim 100 jaar geen partijloze premier gehad. De laatste was Pieter Cort van der Linden tussen 1913 en 1918. De liberale staatsman leidde ons land door een van de meest roerige periodes uit de moderne geschiedenis: de Eerste Wereldoorlog én de felle politieke strijd rond de Grondwet van 1917. Maar hoe wist Van der Linden Nederland door deze cruciale periode te loodsen terwijl het land op de rand van een grote crisis zat?
Liberale advocaat
Pieter Wilhelm Adrianus Cort van der Linden werd in Den Haag geboren op 14 mei 1846. Hoewel Cort officieel een voornaam is, gebruikte hij Cort als onderdeel van zijn achternaam. Hij tekende zijn naam als P.W.A. Cort van der Linden.
Zijn opvoeding was minder ingewikkeld dan zijn naam. Als zoon van Gijsbertus Martinus van der Linden trad hij precies in de voetsporen van zijn vader. Zijn vader was advocaat, bijna veertig jaar Tweede Kamerlid en trouwe medestander van Thorbecke. Hoewel hij op school vakken volgde gericht op de handel, ging de jonge Van der Linden alsnog rechten studeren.
Als advocaat verdedigde hij onder meer de latere beruchte Hendrik Jut (bekend van de kermisattractie kop-van-jut). Tien jaar lang werkte Cort van der Linden als advocaat, waarna hij hoogleraar staatshuishoudkunde werd en als griffier diende bij diverse commissies in de Tweede Kamer.
Hoewel Cort van der Linden zich afzijdig hield van de partijpolitiek, stak hij niet onder stoelen of banken dat hij het klassieke liberalisme wilde moderniseren. Hij maakte zich grote zorgen over de 'sociale kwestie': de uitbuiting en armoede onder de arbeidersklasse in het snel industrialiserende Nederland. Zijn kans om daar politiek iets aan te doen kwam in 1897, toen hij werd gevraagd als minister van Justitie in het vooruitstrevende kabinet Pierson.
Staatsman in wording
Als minister van Justitie ontpopte Pieter Cort van der Linden zich tot een sturende kracht achter de vroege sociale wetgeving die het moderne Nederland vormgaf. Hij verdedigde onder meer de baanbrekende Kinderwetten, de Ongevallenwet, de Woningwet en de beroemde Leerplichtwet van 1900.
Niet alleen in de Haagse politiek viel Cort van der Linden op , maar ook bij koningin Wilhelmina. Zo trad hij in 1901 op als bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand bij het huwelijk van de koningin met prins Hendrik. Door de liberale verkiezingsnederlaag van datzelfde jaar moesten de liberalen echter plaatsmaken voor de confessionelen, waarna Cort van der Linden toetrad tot de Raad van State.
Toen in 1907 een kabinetscrisis over de oorlogsbegroting ontstond, benaderde koningin Wilhelmina hem in het geheim met de opdracht om een ‘tussenkabinet’ te vormen met confessionelen en liberalen. Cort van der Linden vond de politieke verhoudingen daarvoor nog niet rijp. Zes jaar later, in 1913, lag dat moment er wél.
‘’Voorkomen is beter dan genezen’’
Bij de kabinetsformatie in de zomer van 1913 zou aanvankelijk een kabinet worden gevormd tussen liberalen en sociaaldemocraten. Deze poging mislukte toen de SDAP nog geen regeringsverantwoordelijkheid wilde nemen. De partij wilde echter wel een extra-parlementair liberaal kabinet steunen, onder leiding van Pieter Cort van der Linden. Er waren wel voorwaarden, voorwaarden die de Nederlandse politiek voorgoed zouden veranderen, namelijk de invoering van algemeen kiesrecht en een staatspensioen.
De ministers waren geen vooraanstaande politici; het bleek achteraf een meesterzet. Doordat er geen verbondenheid was met parlementaire fracties, kon het kabinet daadkrachtig optreden en regeren naar de ‘volkswil'. Lang de tijd om in te werken kreeg het kabinet echter niet: in de zomer van 1914 werd Nederland geconfronteerd met een gigantische uitdaging: de Eerste Wereldoorlog.
Volgens Cort van der Linden zat Nederland in een hele lastige positie tussen alle grootmachten van de wereld. Wanneer het kabinet namelijk de kant van Duitsland zou kiezen en dat land zou verliezen, dan zou Nederland zijn overzeese koloniën kwijtraken. Koos ons land de zijde van de geallieerden, dan zou Nederland wanneer Duitsland zou winnen de onafhankelijkheid verliezen.
Hoewel Cort van der Linden grote sympathie koesterde voor Duitsland (zijn bijnaam was destijds Unter den Linden, genoemd naar een bekende laan in Berlijn), wist hij dat neutraliteit de beste optie was. Die neutraliteit handhaven bleek echter een grote uitdaging. Door geallieerde blokkades en de strijd op zee werd het lastig om een goede toevoer van goederen en brandstof te onderhouden. Daarnaast kreeg Nederland te maken met een paar andere flinke uitdagingen: een miljoen Belgische vluchtelingen, de torpedering van Nederlandse schepen, flinke leningen en voedselschaarste. Toch hield het kabinet Van der Linden de rug recht. Toen op 11 november 1918 de wapenstilstand werd getekend, was Nederland de oorlog neutraal doorgekomen. De zelfstandigheid en de koloniën waren behouden en het land was gespaard gebleven voor het geweld van de loopgraven.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
Confessionelen vs. socialisten
Terwijl de wereld in brand stond, werd er in Nederland een andere vurige strijd uitgevochten: de Schoolstrijd. Al tientallen jaren woedde er een felle discussie over de financiering van het bijzonder (religieus) onderwijs. Dat kon tot dan toe immers niet rekenen op staatssubsidies.
Liberalen en socialisten waren daar echter fel op tegen; zij vonden dat burgers alleen op openbare scholen tot vrije, weldenkende burgers konden worden gevormd. Voor die linkse en liberale stromingen woog echter één ander onderwerp nog zwaarder: algemeen kiesrecht. Deze zwaarwegende onderwerpen moesten in de grondwet worden gewijzigd, maar daar was steun van alle kanten voor nodig.
Pieter Cort van der Linden had goed door dat het draagvlak er was voor een grondwetsherziening. Al bij zijn aantreden als premier stelde hij een staatscommissie in om bruggen te bouwen tussen alle partijen, ook wel de bevredigingscommissie genoemd.
In 1917 leidde dit tot een van de meest iconische compromissen uit de Nederlandse poldergeschiedenis: de Pacificatie van 1917. In ruil voor de financiële gelijkstelling van het bijzonder onderwijs (verankerd in het beroemde artikel 23 van de Grondwet), stemden de confessionelen in met de invoering van het algemeen mannenkiesrecht en het passief vrouwenkiesrecht (twee jaar later omgezet in actief vrouwenkiesrecht).
Daarnaast wist het kabinet nog een gigantisch project te verwezenlijken: in 1916 stemde het parlement in met het Zuiderzeeproject van minister Cornelis Lely, wat uiteindelijk zou leiden tot de aanleg van de Afsluitdijk.
Na zijn premierschap
Bij de verkiezingen in 1918 werd Cort van der Linden niet beloond voor zijn productieve regeerperiode. Maar de sociaaldemocraten en confessionelen wonnen de verkiezingen overtuigend dankzij de invoering van het algemeen kiesrecht.
Na deze nederlaag trok Pieter Cort van der Linden zich terug uit de dagelijkse politiek. Hij bleef lid van de Raad van State en werd minister van staat. Hij had nog enkele adviserende functies tot aan zijn dood in 1935.
Met de grondwetsherziening en de neutraliteitspolitiek wist Pieter Cort van der Linden zich te profileren als staatsman en premier boven de partijen. Het was dan ook niet voor niets dat de Eerste en Tweede Kamer hem in 2002 verkozen tot de beste Nederlandse minister-president van de twintigste eeuw — nog vóór volksheld Willem Drees.
bronnen:
- Parlement.com: Mr. P.W.A. Cort van der Linden
- Historisch Nieuwsblad: Laatste partijloze premier was Cort van der Linden
- Andere Tijden: Schoolstrijd
- Huygens Instituut: LINDEN, Pieter Wilhelm Adrianus Cort van der (1846-1935)
Afbeeldingen:
-
Spaarnestad, Rechtenvrij, via Nationaal Archief
-
Onbekend, Rechtenvrij, via Nationaal Archief







