
Sicco Mansholt: de godfather van het Europese landbouwbeleid
Sicco Mansholt was een van de grondleggers van het Nederlandse en Europese landbouwbeleid. De Groningse boer was verzetsstrijder tijdens de Hongerwinter en groeide uit tot de eerste Eurocommissaris voor Landbouw. Zijn beleid vond zijn oorsprong in de wens om hongersnood te voorkomen, ingegeven door zijn ervaringen tijdens de oorlog. In de loop van de twintigste eeuw groeide het landbouwbeleid echter uit tot een ingewikkeld en pijnlijk dossier.
Veelzijdige boerenzoon
Op 13 september 1908 werd Sicco Mansholt geboren in Ulrum, een klein dorp in het noorden van Groningen. Hij groeide op in een familie van politiek actieve boeren. Zijn vader, Lambertus, was lid van de SDAP en maakte deel uit van de Groningse Provinciale Staten. Zijn moeder, Wabina, was een van de eerste Nederlandse vrouwen die politieke wetenschappen had gestudeerd.
Mansholt groeide op in een socialistisch nest. Die ideologie zou hij zijn hele leven aanhangen. In zijn jonge jaren was zijn belangstelling voor de landbouw groter dan die voor de politiek: hij volgde een opleiding aan de Tropische Landbouwschool en werd opgeleid tot tabaksplanter. Na een korte carrière in Nederlands-Indië wilde Mansholt terug naar zijn roots en weer boer worden. In 1937 vestigde hij zich als boer in het Noord-Hollandse Wieringermeer. In zijn vrije tijd werd de geboren Groninger, net als zijn vader, actief lid van de SDAP.
Toen in 1940 de oorlog uitbrak, twijfelde Mansholt geen moment. Hij nam Joodse onderduikers in huis, afkomstig uit een nabijgelegen Joods werkdorp. Door de bezetting kwam de voedselvoorziening zwaar onder druk te staan. Mansholt gebruikte zijn kennis en contacten om onder het oog van de bezetter op geheime wijze toch voedsel bij de bevolking te krijgen. Deze activiteiten tijdens de oorlog zouden zijn leven blijvend tekenen.
Minister Mansholt
Tegen het einde van de oorlog was Mansholt korte tijd burgemeester van de gemeente Wieringermeer. Het landsbelang maakte al snel een einde aan deze periode. Premier Willem Schermerhorn had een minister van Landbouw nodig en zag in Mansholt de geschikte kandidaat. Met zijn 36 jaar was hij de jongste minister van het kabinet. Zijn geringe leeftijd deed echter niets af aan zijn daadkracht.
Bij zijn aantreden beschikte Nederland nog maar over een zeer beperkte voedselvoorraad. Dankzij zijn organisatorische kwaliteiten, inkoopbeleid en efficiënte distributie wist Mansholt de situatie aanzienlijk te verbeteren. Tijdens zijn werkzaamheden ontdekte hij dat hij het werk niet alleen zinvol, maar ook bijzonder leuk vond. Een gepland dienstverband van twee jaar groeide uit tot een langdurige politieke carrière. Hij diende als minister in zes verschillende kabinetten tussen 1945-1958.
In deze jaren introduceerde Mansholt een aantal ingrijpende maatregelen die zowel in binnen- als buitenland de aandacht trokken. Zo moderniseerde hij de Nederlandse landbouw met onder meer importheffingen en minimumprijzen. Daarnaast zag hij in dat ook op het gebied van kennis en machines vernieuwing nodig was. Daarom werd er fors geïnvesteerd in onderzoek, onderwijs en mechanisatie. Hierdoor nam de productiviteit toe en konden boeren rekenen op een betere levenskwaliteit en meer bestaanszekerheid. Mansholt bleef zich inzetten voor het recht op een goed bestaan voor boeren vanuit zijn socialistische drijfveren. 
Mansholt kreeg vanuit de agrarische sector veel lof. Hoewel boerenorganisaties vaak een confessionele achtergrond hadden, werd de PvdA-minister breed omarmd. Hij bleef opkomen voor de belangen van boeren, soms zelfs tot ergernis van zijn partijleider Willem Drees. Tijdens zijn tijd in Den Haag bleef Mansholt meer boer dan politicus; hij sprak de taal van de landbouwsector en was er bijzonder populair.
Ook buiten de agrarische sector stond Mansholt bekend als een bekwaam bewindspersoon en staatsman. Zo gold hij een tijdlang als de gedoodverfde opvolger van Vadertje Drees.
Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!
‘’Een socialist én een boer, dat is wel erg veel van het goede’’
Het partijleiderschap van de PvdA zou Mansholt uiteindelijk niet bereiken. Europa riep hem. Hij was altijd een groot voorstander geweest van Europese integratie en gezamenlijke regels op ons continent. In 1958 trad hij toe tot de Europese Commissie, waar hij, hoe kan het ook anders, de portefeuille Landbouw kreeg.
Mansholt had in dat jaar zelfs bijna voorzitter van de Europese Commissie kunnen worden, maar de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer zag dat naar verluidt niet zitten. Zo zou hij hebben gezegd: ‘’Een socialist én een boer, dat is wel erg veel van het goede.’’
Mansholt zette zijn schouders eronder en ging direct aan de slag in Brussel. In de toenmalige EEG, die uit zes lidstaten bestond, groeide hij uit tot een spil in de ontwikkeling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Tijdens zijn Brusselse periode wist hij de eerste stappen te zetten naar gezamenlijke Europese regels. Om de lidstaten mee te krijgen, begon het nieuwe beleid met hoge garantieprijzen en importheffingen. Doordat de lidstaten vooral oog hadden voor de belangen van hun eigen boeren, bleven de prijzen hoog.
Mansholt moest deze situatie als een bittere pil slikken. Hij verwachtte dat de EEG in de loop der jaren steeds meer invloed zou krijgen op de landbouwprijzen. Hoewel het beleid nog niet perfect was, kon het GLB in 1962 van start gaan. Ook was afgesproken dat het vetorecht van de lidstaten in de periode 1966-1970 zou verdwijnen. Hierdoor zou de besluitvorming daadkrachtiger kunnen worden. Rond die tijd zou het plan een volgende fase ingaan.
Mansholt wist destijds zelfs de doorgaans stugge Fransen mee te krijgen in zijn plannen voor verdere centralisering van het landbouwbeleid. Althans, dat dacht hij. Het vetorecht verdween niet en de Franse president Charles de Gaulle begon het Europese landbouwbeleid steeds meer te dwarsbomen.
Eerst verzette De Gaulle zich tegen het Britse lidmaatschap van de EEG. Vervolgens blokkeerde hij plannen om het landbouwbeleid verder te centraliseren. De altijd diplomatieke Mansholt noemde dit naar verluidt ‘de grootste ramp sinds Hitler’.
Boterbergen en melkplassen
Doordat het landbouwbeleid zich niet verder kon ontwikkelen zoals Mansholt voor ogen had, bleven de hoge garantieprijzen bestaan. Dit leidde tot grote overschotten aan landbouwproducten, waaronder boter en melk. De overschotten werden bekend als de boterbergen en melkplassen.
Ook breidden boerenbedrijven zich snel uit, omdat de hoge prijzen het werk bijzonder lucratief maakten. Mansholt zag dat er verandering nodig was. In 1968 presenteerde hij zijn plan: Memorandum inzake de hervorming van de landbouw in de Europese Economische Gemeenschap.
Met dit plan wilde Mansholt het aantal boerenbedrijven in de EEG vóór 1980 halveren door middel van schaalvergroting en sanering. Kleine boerenbedrijven moesten plaatsmaken voor grotere, moderne bedrijven. De plannen vielen bij veel boeren in slechte aarde. Zij beschouwden ze als hoogverraad van ‘hun Mansholt’. Het was het begin van grote onrust in de agrarische sector. Het Mansholtplan bleek na 1968 moeilijk uitvoerbaar. Alle lidstaten hadden immers hun eigen belangen en landbouwcultuur. Het kostte tijd om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Terwijl er naar compromissen werd gezocht, nam de nervositeit onder boeren toe. 
In de periode dat er aan het plan werd gesleuteld waren er een aantal kleinschalige stakingen en boerenprotesten. Het was duidelijk dat een confrontatie op de loer lag en de vlam in de pan kon slaan. In maart 1971 sloegen alle Europese boerenorganisaties de handen ineen: de langverwachte confrontatie zou er komen. 100.000 boeren uit België en andere EEG-lidstaten trokken naar Brussel om hun onvrede te tonen.
Het protest werd snel een chaos. Onvoorbereidheid en alcohol zouden de sfeer doen omslaan. Heftige spandoeken als: “Hitler vermoordde de Joden, Mansholt de boeren” of ‘’Eerst Mansholt ontvoeren, daarna verder boeren’’ passeerden de revue. Er ontplofte vuurwerk en er werd met rotte tomaten gegooid. Door de ontstane rellen moest de politie hard ingrijpen. In deze chaos kwam ook een jonge Belgische boer om het leven. De hevige protesten lieten een grote indruk achter bij alle betrokkenen. Het plan van Mansholt werd gereduceerd tot steunmaatregelen om boerenbedrijven te moderniseren.
Een groen pensioen
Nog tijdens zijn commissarisschap bracht de Club van Rome in 1972 het rapport De grenzen aan de groei uit. Het rapport maakte grote indruk op Mansholt. De politicus leek van inzicht te veranderen: waar hij eerder had gepleit voor grootschalige boerenbedrijven, ging hij nu steeds nadrukkelijker het belang van milieubescherming benadrukken.
In 1972 verontschuldigde Mansholt zich tijdens een lezing in Amsterdam tegenover de actiegroepen die zich al langer inzetten voor natuurbehoud. Hij zei: ‘De provo’s hier in Amsterdam, de kabouters, we hebben erom gelachen. Wel dom om te lachen, want we hebben niet goed begrepen wat daar zuiver en intuïtief werd aangevoeld: het idee dat het zo niet langer kan.’
Niet lang daarna werd Mansholt benoemd tot voorzitter van de Europese Commissie. Hij bekleedde die functie negen maanden, tot januari 1973, waarna hij met pensioen ging. Tijdens deze periode van ecologische ommekeer kreeg de 64-jarige Mansholt een affaire met de 24-jarige Petra Kelly, een Duitse activiste en politica. Zij zou later medeoprichtster worden van Die Grünen, een Duitse politieke partij die zich inzet voor milieu en klimaat. Mansholt heeft mogelijk een belangrijke invloed gehad op haar politieke inzichten. Eerst werd aangenomen dat zij hem beïnvloedde, maar de ecologische ommekeer van Mansholt was al voor hun ontmoeting in gang gezet.
De relatie eindigde in 1974. Daarna trok Mansholt zich samen met zijn vrouw terug op een boerderij in het Drentse Wapserveen. Tot aan zijn dood in 1995 bleef hij zich inzetten voor groene doelen en milieubewuste politiek.
Nalatenschap
Sicco Mansholt overleed in 1995, maar zijn invloed op de Europese landbouw is nog altijd zichtbaar. Als eerste Eurocommissaris voor Landbouw legde hij de basis voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), dat in 1962 van start ging. Zijn streven naar voedselzekerheid en een betere levensstandaard voor boeren vormde daarvoor het uitgangspunt.
Toch bleef Mansholt niet vasthouden aan zijn oorspronkelijke ideeën. De overschotten en de gevolgen van de intensieve landbouw brachten hem ertoe steeds meer aandacht te besteden aan natuur en milieu. Daarmee liep hij vooruit op een discussie die vandaag de dag nog altijd actueel is. Het Europese landbouwbeleid is inmiddels veranderd en richt zich niet alleen op voedselproductie en boereninkomens, maar ook op duurzaamheid en milieubescherming.
De vraag hoe boeren een goede boterham kunnen verdienen en tegelijkertijd de natuur kunnen beschermen, blijft een van de grootste uitdagingen van de Europese landbouw.
bronnen
- Cagnet.be: Sicco Mansholt
- Johan van Merriënboer: Mansholt - Een biografie
- Montesquieu Instituut: De historische betekenis van Mansholt voor Europa
- de lage landen: Toen de boerderij big business moest worden: de betoging van 1971 als kantelpunt
afbeeldingen
- Anefo, CC0, via Nationaal Archief
- Anefo, CC0, via Nationaal Archief
- Anefo, CC0, via Nationaal Archief
- Anefo, CC0, via Nationaal Archief
- Anefo, CC0, via Nationaal Archief








