Balkenende-I

Het verhaal van vechtkabinet Balkenende-I

Op 16 oktober 2002 valt Kabinet Balkenende-I. Na 87 dagen ruzie werd kort na de begrafenis van prins Claus besloten dat de ploeg niet meer verder kon. Twee ruziënde ministers, een partij zonder leider en een onervaren premier vormden een cocktail die leidde tot het kortst zittende naoorlogse kabinet. Hoe kon een regering waarin zo veel kiezers hun hoop hadden gevestigd, in zo'n bizar korte tijd volledig ontsporen? 

Lastige aanloop 

Toen op 11 september 2001 de Twin Towers in brand stonden was de wereld voorgoed veranderd. De ongekende tragedie veranderde de houding van het westen ten opzichte van de Islam sterk. De religie werd door sommigen ineens gezien als een bedreiging voor de westerse manier van leven, ook in Nederland groeide de angst. Het was in ons land ook een tijd met veel politieke verschuivingen. 

Premier Wim Kok had aangekondigd af te treden, het CDA kreeg met Jan-Peter Balkenende een nieuwe leider, maar bovenal kreeg het Nederlandse politieke toneel een nieuwe ster. Pim Fortuyn kreeg eind 2001 grote bekendheid als lijsttrekker van Leefbaar Nederland en later Lijst Pim Fortuyn (LPF). Zijn kritische standpunten over Islam en het vreemdelingenbeleid sloegen aan en ook zijn boek De puinhopen van acht jaar Paars legden de vinger op de zere plek voor velen. De Rotterdammer kwam in een flow terecht waarbij de kans aanwezig was dat hij minister-president kon worden, maar op 6 mei 2002 kwam dat allemaal tot een einde toen hij werd vermoord in Hilversum. 

Op 15 mei 2002 gingen de verkiezingen toch door "omdat Pim het zo gewild zou hebben." Ondanks het verlies van hun boegbeeld behaalde de gloednieuwe Lijst Pim Fortuyn vanuit het niets 26 zetels in de Tweede Kamer. Kiezers keerden de gevestigde 'paarse' partijen massaal de rug toe. Het CDA werd met 43 zetels de grootste en de pas aangetreden Jan Peter Balkenende mocht een kabinet gaan vormen. Na een formatie van 68 dagen stond er een kersverse ploeg van CDA, VVD en LPF op het bordes van Huis ten Bosch. 

Kabinet Balkenende-I 

De formatie in deze roerige periode verliep relatief soepel. Snel werd duidelijk dat het CDA, de VVD en LPF samen zouden gaan regeren. Alleen binnen de LPF moest af en toe een brandje worden geblust, maar dat is niet heel gek voor een nieuwe partij. 

Toen de ministersposten werden verdeeld werd duidelijk dat er bij de LPF niet zoveel politieke ervaring was, iets waar vraagtekens bij werden gezet. Na 68 dagen formeren overheerste, ondanks de vraagtekens, vooral trots bij de bewindspersonen naast Beatrix op het bordes. 

De feeststemming duurde slechts zeven uur. LPF-staatssecretaris voor Emancipatie Philomena Bijlhout moest dezelfde dag nog aftreden. Bijlhout had verzwegen onderdeel geweest te zijn van de volksmilitie van Desi Bouterse tijdens de decembermoorden. Hierbij werden de grootste zorgen om de ploeg van Herben al direct werkelijkheid. 

Zelfs met deze tegenslag zou Balkenende-I met goede moed beginnen aan hun klus. Het regeerakkoord kreeg de titel: Werken aan vertrouwen. Een kwestie van aanpakken. 


Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! Helemaal niks missen? Volg ons op Facebook!


Heinsbroek en Bomhoff 

Het werd echter al heel snel duidelijk dat de LPF zonder Pim Fortuyn stuurloos was. Het was een interne brandhaard met op de voorgrond minister van Economische Zaken Herman Heinsbroek en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Eduard Bomhoff.  

Herman Heinsbroek en Eduard Bomhoff waren tegenovergesteld van elkaar, maar vertegenwoordigen de persoonlijkheid van hun overleden kapitein goed. Heinsbroek was de ondernemer die succesvol was geworden en in de Quote 500 stond. Hij etaleerde graag dat hij het ‘’had gemaakt’’ door zijn villa in het Gooi en dure auto’s. Zijn collega Bomhoff had dan weer het ‘’wetenschappelijke hart’’ van Fortuyn. Hij was hoogleraar, belezen, gelovig en hield van klassieke muziek. 

Bomhoff werd namens de LPF ook vicepremier, een belangrijke maar vooral ook symbolische positie. Het toont aan nét iets belangrijker te zijn in het kabinet dan de collega-ministers. Heinsbroek was er sterk van overtuigd dat juist hij die positie had moeten hebben.  

Toenmalig partijgenoot en minister Hilbrand Nawijn zei daarover: ‘’Bomhoff was vicepremier en Heinsbroek vond dat hij het moest worden. Dat uitte hij ook, dat vond ik een beetje onnozel. Vanaf het begin heb ik dit beschouwd als een risico voor het voortbestaan van het kabinet.’’ Het gekrenkte ego van de voormalige platenbaas zou voor een wrok zorgen dat het kabinet vroegtijdig de nek om zou draaien.  

Conflict binnen de LPF 

De sfeer in de LPF was dramatisch tijdens de kabinetsperiode. De leden in de Tweede Kamer vertrouwden hun afgevaardigden in het kabinet en het partijbestuur niet en vice versa. Het was reden genoeg om een verandering in het leiderschap te willen zien. Mat Herben maakte plaats voor Harry Wijnschenk.  

Wijnschenk bleek echter niet de juiste man te zijn. Zijn optreden als leider kreeg veel kritiek. Tijdens de Algemene Beschouwingen werd zijn gebrek aan ervaring duidelijk door weinig dossierkennis, ook zijn afhandelen van de ruzie in de fractie over Winny de Jong en Cor Eberhard werd een debacle. De Jong en Eberhard waren kritisch over het gebrek aan democratie in de partij en werden geroyeerd. Beide kamerleden namen ook hun zetel mee. 

Het gebrek aan stabiliteit, de machtsstrijd op alle lagen van de partij en het gebrek aan ervaring van de ministers waren een doodsteek voor Balkenende-I. Vrijwel alles wat er gebeurde binnen de partij kwam onder een vergrootglas te liggen. Het was duidelijk dat dit kabinet niet zou werken. 

Als laatste charmeoffensief stuurde het kabinet nog een ansichtkaart naar de Tweede Kamer met de tekst: ‘’In antwoord op de mondelinge vragen van de geachte afgevaardigde Rosenmöller en anderen groeten wij u in gezamenlijkheid en eenheid vanuit de ministerraad’’ De poging om eensgezindheid uit te stralen had echter bijna het tegenovergestelde effect. De kaart werd door critici als kinderachtig en studentikoos gezien. Juist doordat het kabinet zo nadrukkelijk beweerde dat alles goed ging, werd zichtbaar hoe groot het probleem inmiddels was. 

‘’De koningin heeft gezien de omstandigheden heel professioneel gereageerd’’ 

Het absolute kookpunt werd bereikt in oktober 2002. Op 6 oktober overleed prins Claus, de echtgenoot van koningin Beatrix. Terwijl het land in rouw was en de politiek officieel stil lag, liepen de spanningen in de achterkamertjes van Den Haag juist op tot het breekpunt. 

In de dagen rond de koninklijke uitvaart op 15 oktober probeerden coalitiegenoten CDA en VVD wanhopig te bemiddelen. Tevergeefs. De sfeer was zo verziekt dat bewindslieden zelfs in de bus op weg naar de bijzetting in de Nieuwe Kerk in Delft openlijk met elkaar bleven kissebissen. Terwijl de koninklijke familie afscheid nam van prins Claus, viel achter de schermen het besluit dat de regeringsploeg niet meer te redden was. 

Na de plechtigheid eiste premier Balkenende het ontslag van zowel Bomhoff als Heinsbroek. Toen de twee weigerden op te stappen en CDA en VVD hun vertrouwen opzegden, was er geen weg meer terug. De rouwende Beatrix accepteerde het ontslag, waarop Balkenende aan zijn ministers zou hebben gezegd: ‘’De koningin heeft gezien de omstandigheden heel professioneel gereageerd.’’ 

Het was het einde van Balkenende-I, het kortste naoorlogse kabinet. 

Het erfgoed van 87 dagen ruzie 

De LPF zou het succes van 2002 nooit meer evenaren. Bij de verkiezingen van 2003 verloor de partij een groot deel van haar zetels. De interne verdeeldheid bleef bestaan en verschillende prominenten verlieten de partij. Uiteindelijk werd de LPF in 2007 opgeheven. 

Ook Heinsbroek en Bomhoff verdwenen uit de landelijke politiek. Bomhoff blikte later terug op zijn korte ministerschap in een memoires. Het boek veroorzaakte opnieuw ophef, omdat het volgens critici en betrokkenen informatie bevatte die onder de geheimhoudingsplicht voor bewindspersonen viel. 

Voor Jan Peter Balkenende liep het verhaal heel anders af. De val van zijn eerste kabinet betekende niet het einde van zijn politieke carrière. In 2003 keerde hij terug als premier aan het hoofd van Balkenende-II. Uiteindelijk zou hij vier kabinetten leiden en tot 2010 minister-president blijven. Zijn politieke carriere was in ieder geval een stuk stabieler dan zijn vaardigheden op het skateboard. 

BRONNEN:

Afbeelding:

Ook interessant: 

Landen: 

Personen: 

Tijdperken: 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief.