De Amerikaanse Burgerrechtenbeweging (1955-1968)

De strijd der Afro-Amerikanen

Tis the star-spangled banner: oh long may it wave. O’er the land of the free and the home of the brave.[1] Deze tekst, afkomstig uit het Amerikaanse volkslied, beschrijft de Verenigde Staten (VS) als een plek waar ieder in vrijheid kan leven. Helaas blijkt de realiteit minder rooskleurig.

Gertine Hofmeijer

Vanaf het eerste moment dat de Puriteinen in de vroege zeventiende eeuw de Amerikaanse kust bereikten, hebben er groepen minderheden bestaan in de Verenigde Staten. De oorspronkelijke bewoners van Amerika, de indianen, werden gewelddadig van hun land verdreven. Vervolgens zouden Mexicanen, Aziaten, Ieren  niet worden gezien als volwaardig Amerikaanse burgers. Jaren later zouden vrouwen en homoseksuelen gaan strijden voor gelijkheid en respect. Een andere ondergeschikte  bevolkingsgroep is de Afro- Amerikaanse gemeenschap.[2]Slavernij heeft een grote rol gespeeld in de Amerikaanse geschiedenis. Afrikanen werden onder dwang naar Amerika vervoerd om daar vervolgens volledig ter beschikking te staan van de blanke burgers. Ondanks het feit dat slavernij halverwege de negentiende eeuw werd afgeschaft en er pogingen zijn ondernomen om Afro-Amerikanen meer rechten en vrijheden te bieden, heeft deze bevolkingsgroep sinds die tijd veel onderdrukking en racisme gekend. Midden jaren veertig van de twintigste eeuw maakte het politieke en sociale klimaat een transformatie door waar de Afro-Amerikanen van zouden profiteren.

Een belangrijke vraag is, waarom de Afro-Amerikanen juist halverwege de twintigste eeuw hun krachten bundelden en in opstand kwamen. Ook is het interessant deze periode nader te bestuderen om duidelijk te krijgen waarom de Afro-Amerikanen juist in deze tijd wel gehoord werden. Enerzijds hebben externe factoren een rol gespeeld, namelijk het politieke klimaat en publieke opinie en anderzijds hebben interne factoren zoals gemeenschappelijke drijfveren en frustraties een groot aandeel geleverd. Tevens is het interessant om een van de meest bekende burgerrechtenbewegingen, namelijk de Southern Christian Leadership Conference onder leiding van Martin Luther King, nader te bekijken. De oorzaak van het succes van King is namelijk een belangrijk vraagstuk voor veel academici.[3] Was King op de juiste plaats, op de juiste tijd aanwezig? Was King toevalligerwijs ter plaatse in een tijd waarin het politieke klimaat ervoor open stond? Of is zijn opkomst en het daarbij horende succes in de eerste plaats te danken aan zijn krachtige, inspirerende persoonlijkheid, en zou die in iedere omgeving en situatie de massa bereikt hebben?

Racisme en segregatie in de Verenigde Staten

Halverwege de jaren vijftig had de Afro-Amerikaan jaren van onderdrukking en racisme achter de rug. De Afro-Amerikaan werd op meerdere manieren uitgesloten van deelname aan de maatschappij. Door middel van de zogenaamde Jim Crow-wetten van kracht sinds het einde van de negentiende eeuw, werd de Afro-Amerikaan apart behandeld. Dit resulteerde onder andere in gescheiden eetgelegenheden, openbaar vervoer en educatie. Afro-Amerikanen waren ook niet in het bezit van stemrecht.[4] Ook al hadden ze al jaren gestreden voor gelijke rechten, de jaren vijftig bleken een belangrijk breekpunt.

Amerikaanse idealen zouden opnieuw geanalyseerd moeten worden.

 

Er zijn verschillende aanleidingen te noemen voor het oprukken van een collectieve weerstand ten opzichte van deze geforceerde vorm van segregatie in de jaren vijftig. Allereerst kan er gesteld worden dat de Tweede Wereld Oorlog een grote invloed heeft gehad op het ontstaan van de burgerrechtenbeweging. Terwijl de wereld zich inspande voor het behouden van de wereldvrede tijdens de Tweede Wereldoorlog en daarna tijdens de Koude Oorlog, beseften de Afro-Amerikanen zich dat ook zij onderdeel zouden moeten uitmaken van die vrede. Door middel van het deelnemen in het toen nog gesegregeerde Amerikaanse leger begonnen zij een strijd binnen een strijd. Na jaren van onderdrukking en rassenscheiding wilden zij de wereld duidelijk maken dat de manier waarop de Amerikaanse regering de Afro-Amerikanen behandelde niet veel verschilde met de mentaliteit van de vijand, Nazi-Duitsland. Ook hoopten ze dat ze door middel van vechten voor hun land, volledig staatsburgerschap zouden verkrijgen. Amerikaanse idealen zouden opnieuw geanalyseerd moeten worden, waardoor er ruimte zou ontstaan voor de zwarte Amerikanen om in vrijheid te kunnen leven. De contradicties en tevens de harde realiteit zouden voor iedereen zichtbaar worden.[5] De Tweede Wereldoorlog kan gezien worden als een beslissende factor in de opkomst van de burgerrechtenbeweging.Een andere zeer invloedrijke tendens was het onafhankelijk worden van Afrikaanse en Aziatische kolonies in de periode direct na de oorlog. Afro-Amerikanen grepen deze gebeurtenissen aan als inspiratiebron. Als onderdrukten in eigen land streden zij voor dezelfde idealen, namelijk vrijheid en gelijkheid. Door het feit dat onderdrukte minderheden ergens anders op de wereld hadden gestreden voor deze doelen en daarin succesvol waren gebleken, ontstond er bij de Afro-Amerikanen de overtuiging dat ook zij in staat waren hun situatie te verbeteren.[6]

President Harry Truman (1945-1953) besloot de Afro-Amerikaanse belangen serieus te nemen. Hiervoor had hij, onder andere, politieke redenen, namelijk het indammen van de gevolgen van Sovjetpropaganda in de VS. De raciale tegenstellingen in Amerika bleken nog altijd zichtbaar ten tijde van de Koude Oorlog. De Sovjet Unie was op de hoogte van de rassentegenstellingen in de VS en maakte  volop gebruik van deze situatie door middel van propaganda betreffende deze conflicten binnen de VS. De Russen veroordeelden het land vanwege de Amerikaanse pretentie dat het een vredelievend land was waarin vrijheid en gelijkheid belangrijke waarden waren. Dit alles zorgde voor verlies van de Amerikaanse geloofwaardigheid in het buitenland, maar ook in het binnenland. Er werd, vooral via de Verenigde Naties (VN), een aantal verdragen opgesteld betreffende anti- discriminatie en mensenrechten. In het jaar 1948 werd “De verklaring van de rechten van de mens” aangenomen binnen de VN.[7] Het idee daartoe was ontstaan vanwege de genocide die had plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog en hield in dat ieder mens gelijk is, in vrede zou moeten kunnen leven en beschermd zou moeten worden door de wet. Toen bleek dat deze verklaring de situatie van de Afro-Amerikanen niet verbeterde, groeide de onvrede en frustratie binnen deze bevolkingsgroep en zochten zij steun en broederschap bij elkaar.

De opkomst van de burgerrechtenbeweging        

De invloed van de publieke opinie op de start en het succes van de burgerrechtenbeweging moet niet onderschat worden, maar omgekeerd heeft de burgerrechtenbeweging ook haar effect gehad op het Amerikaanse volk. In de jaren veertig kwam er een literaire stroming op door middel van een versterkte zwarte middenklasse. De boeken die werden gepubliceerd, zoals Richard Wrights Native Son en Margaret Walkers For My People, zorgden ervoor dat sommige blanke Amerikanen een ander beeld van hun zwarte medeburgers vormden. Er ontstond meer inlevingsvermogen en het onrecht dat men de zwarte Amerikanen al jaren aandeed, werd meer zichtbaar.[8] Ook hoorden Amerikanen van de gruweldaden die zich tijdens de moeilijke jaren van de Tweede Wereldoorlog en daarna in de Koude Oorlog hadden afgespeeld, waardoor men kritischer naar het eigen land begon te kijken. Sommigen vroegen zich af of Amerika daadwerkelijk het land van de vrijheid was. Dit inzicht leidde niet tot directe verbetering voor de Afro-Amerikanen, maar dit nieuwe perspectief veroorzaakte bij sommige blanke burgers een verandering van mentaliteit waardoor er wel meer ruimte ontstond voor de Afro-Amerikanen om hun onvrede te uiten.

De regering ging, vooral tijdens het presidentschap van Harry Truman, gebruik maken van de nationale veiligheidspolitiek. Doordat veiligheid verbonden werd aan etnische gelijkheid tijdens speeches werd het Amerikaanse volk regelmatig geïnformeerd over de moeilijke omstandigheden waarin de zwarte Amerikanen zich bevonden. Sommigen definiëren deze praktijken als propaganda gericht op de Amerikanen. Het volk werd overtuigd van de morele, economische en internationale noodzaak iets aan de situatie in hun land te doen.[9] Uiteindelijk werd dit niet direct doorgezet en zou het plan door mensen als Martin Luther King gezien worden als ‘token-isme’: “Token-isme bedoelt de neger een mooi glanzende penning in de hand te duwen, als symbool voor het ware geld, om hem een kort ritje te gunnen naar de illusie van de democratie- allemaal tokens, aangewend om de voortbestaande werkelijkheid van segregatie en discriminatie te camoufleren”.[10]  

De opkomst van de televisie heeft ook een doorslaggevende rol gespeeld tijdens de burgerrechtenbeweging en mag zeker niet worden onderschat. In de jaren zestig hadden de meeste families uit de middenklasse een televisie aangeschaft. Gevolg hiervan was dat mensen vanuit hun woonkamer visueel op de hoogte werden gebracht van gebeurtenissen die zich afspeelden in het zuiden ten tijde van de burgerrechtenbeweging. Deze nieuwe, levendige vorm van berichtgeving opende vele ogen. Men zag wat er aan de andere kant van de wereld gebeurde, maar ook wat zich in eigen land afspeelde. Heftige demonstraties werden uitgezonden en het volk zag vanuit hun veilige woonkamer tientallen dan wel honderden zwarte Amerikanen gewelddadig worden teruggedrongen door de blanken. Hierdoor kon men zelf een mening vormen in dit moeilijke conflict. Auteur Henry Louis Gates Jr. laat merken dat de televisie niet alleen invloed had op de blanken, maar ook dat de tv belangrijk is geweest voor het zwarte Amerikaanse gezin: “We watched people getting hosed and cracked over their heads- our people responding by singing and marching and staying strong”[11].

Al deze genoemde tendensen zijn verantwoordelijk voor de opkomst van organisaties die streden voor een beter leven voor de al jaren onderdrukte Afro-Amerikanen. Deze organisaties opzoek naar vrijheid en gelijkheid boekten successen door middel van rechtszaken, demonstraties, sit-ins, de Freedom Rides en de Montgomery-busboycot van 1955-1956. Al deze gebeurtenissen maakten duidelijk dat de Afro- Amerikanen het heft in eigen hand namen. Ze voelden zich gesterkt door organisaties als de National Assocation for the Advancement of Colored People (NAACP), de Student Nonviolent Coordinating Committee (SNCC) en de Southern Christian Leadership Conference (SCLC). De laatstgenoemde zou meerdere successen boeken onder leiding van Martin Luther King Jr.

Halverwege de jaren vijftig raakten zuidelijke Afro-Amerikaanse priesters meer en meer betrokken bij de rassenstrijd en het politieke leven. Zij waren financieel onafhankelijk en zelfstandig, waardoor zij minder te verliezen hadden. De middenklasse en arbeidersklasse waren vaak afhankelijk van blanke werkgevers en deze situatie belemmerde iedere vorm van opstand. De kans dat zij hun baan zouden verliezen was zeer groot. Priesters waren persoonlijk verantwoordelijk, ook in financieel opzicht, voor hun kerk en zij verkregen hierdoor meer ruimte om in opstand te komen. Ook het feit dat zij in het bezit waren van een groot netwerk beïnvloedde hun inzet op een positieve manier. De publieke aanhang van een kerk was, en is tegenwoordig nog steeds, gebaseerd op vertrouwen, waardoor de politieke bezigheden van de priesters sterk gefundeerd waren.           

Toch was de burgerrechtenbeweging nooit van de grond gekomen zonder het optreden van kleinschalige persoonlijke acties, bijvoorbeeld die van Rosa Parks. Haar weigering in het jaar 1955 om haar plek in de bus af te staan voor een blanke man zorgde voor de juiste aanleiding om een grootse opstand in het leven te roepen, namelijk de Montgomery-busboycot onder leiding van Martin Luther King. Deze boycot zorgde in grote mate voor de totstandkoming van de SCLC.[12] De leden van de SCLC waren van mening dat een toekomstige massale actie in het zuiden het beste gepromoot kon worden door onafhankelijke, religieuze, zuidelijke Afro-Amerikanen. Tijdens de eerste bijeenkomst van de organisatie in Montgomery in januari 1957, werd de naam Southern Christian Leadership Conference aangenomen. Het thema van deze eerste bijeenkomst was: To Redeem the Soul of America. Het doel was om een organisatie op te richten die de verzetsactiviteiten in de toekomst zou kunnen assisteren en coördineren.[13] Het woord Christian in de naam van deze beweging had een zeer belangrijke lading voor de leden. Religie fungeerde als de basis, een visie die in het leven was geroepen en in stand gehouden werd door de leden met een religieuze achtergrond. Ze waren van mening dat de sociale veranderingen vooral gebaseerd moesten worden op de voornaamste religieuze principes. God diende als de bron van hun gezamenlijke kracht. Tevens wordt er geopperd door historici dat het woord Christian er voor zou zorgen dat de beweging minder snel als radicaal of als communistisch zou worden gezien. [14]         

De leden van de SCLC waren ervan overtuigd dat Afro- Amerikaanse moed, een toename in het rassenbewustzijn en toewijding tot vrijheid de sleutels waren tot kracht. Het gezamenlijke doel was dan ook om de blanke hegemonie op te heffen, het racisme een halt toe te roepen en de angst onder de Afro-Amerikanen te elimineren.[15] Martin Luther King, verbonden aan de SCLC, wordt door velen gezien als een icoon, een charismatische leider, een uitstekend spreker en het boegbeeld van de burgerrechtenbeweging. Hij wordt dan ook vaak verantwoordelijk gehouden voor de door de SCLC behaalde overwinningen en het succes van de burgerrechtenbeweging.

Martin Luther King Jr. en The Southern Christian Leadership Conference

Martin Luther King Jr. werd geboren op 15 januari 1929 in Atlanta, Georgia. Hij verbond zich op jonge leeftijd aan de kerk, zoals hij aangeeft in zijn autobiografie; ‘The church has always been a second home for me’. Als kind werd King gescheiden van zijn blanke speelmaatje door middel van de gesegregeerde scholen. Dit traumatiseerde hem in grote mate. Toch was het volgens zijn vader, Martin Luther King Sr., zeer van belang de blanke man niet te haten, maar van hem te houden als een christen. De problematiek rondom de rassenscheiding, mede dankzij zijn persoonlijke ervaringen, zou King intensief gaan bezighouden. Als jongen van vijftien jaar oud voelde hij zich al erg betrokken bij de idealen van Amerikaanse vrijheid, welke hij verbond aan de Spirit of Lincoln. Hij hoopte dat Afro- Amerikanen uiteindelijk de vrijheid en gelijkheid zouden ontvangen waar ze al jaren naar hunkerden.[16]Zijn doel om het rassenprobleem meer onder de aandacht te krijgen werd nog meer aangewakkerd door de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau. Thoreau probeerde in zijn stukken, gepubliceerd tussen 1849 en 1906, duidelijk te maken dat het kwaad moet worden bestreden en dat passiviteit net zo kwalijk is als het kwaad op zich. [17]

In het jaar 1954 sloot King zich aan bij de National Association For the Advancement of Coloured People (NAACP) en begon hij zich sterk in te zetten voor de burgerrechtenbeweging. Eind december werd hij gekozen als hoofd van de nieuw opgerichte protestgroep MIA, de Montgomery Improvement Association, welke later de naam SCLC zou gaan dragen. Uiteindelijk bleek King voor velen ook de meest geschikte kandidaat te zijn voor het presidentschap van de SCLC. Tijdens bijeenkomsten was het duidelijk geworden dat King in staat was moed, intelligentie en inzicht te tonen en daarnaast ook bijzonder goed wist hoe te communiceren. Bovenal bleek King aan te voelen hoe hij een complexe situatie moest verwoorden aan een grote groep mensen. Het voornaamste was dat hij ze wist te inspireren. Rufus Lewis, een van de medeoprichters, zei ooit: ”He could speak better than any man I’ve ever heard in expressing to the people their problem and making them see clearly what the situation was and inspiring to work at it.[18]

Sommigen zagen de door King gekozen tactiek als non-productief en laf.

 

Geweldloos activisme werd een centraal aspect in de strategie van de SCLC. De organisatie probeerde Afro- Amerikanen te laten inzien dat geweldloosheid niet een symbool was van zwakheid of lafheid, maar dat het zou functioneren zoals Jezus ooit had gedemonstreerd. Geweldloos verzet zou zwakheid veranderen in een kracht en zou mensen sterken tijdens momenten van angst. Gandhiaanse termen werden toegevoegd aan de Afro-Amerikaanse religieuze preken. Regelmatig verweefde King citaten van Thoreau in zijn speeches, zoals bijvoorbeeld: ”To accept passively an unjust system is to cooperate with that system; thereby the oppressed become as evil as the oppressor. Noncooperation with evil is as much a moral obligation as is cooperation with good.” King probeerde mensen te laten inzien dat een Afro-Amerikaanse overwinning niet de voornaamste doelstelling was, maar dat het zou gaan om een overwinning van de complete bevolking, zwart evenals blank. De blanken zouden bevrijd worden van hun schuldgevoel, terwijl de Afro-Amerikanen eindelijk gelijkheid zouden ervaren.

Kings woorden inspireerden de Afro- Amerikaanse bevolking in grote mate, maar lang niet iedereen was overtuigd. Sommigen zagen de gekozen tactiek als non-productief en laf.[19] King geloofde zelf ferm in de strategie: “The way of violence leads to bitterness in the survivors and brutality in the destroyers. But the way of non-violence leads to redemption and the creation of the beloved community. I returned to America with a greater determination to achieve freedom for my people through non-violent means.”[20]

Aan het begin van zijn carrière als leider van de SCLC werd King door de media neergezet als de nieuwe Afro-Amerikaanse leider of als de New Negro. Meerdere kranten stuurden verslaggevers af op de gebieden waar demonstraties plaatsvonden. De New York Times wijdde een artikel aan de ’I have a dream‘-speech van King in Washington: “This demonstration impressed political Washington because it combined a number of things no politician can ignore. It had the force of numbers. It had the melodies of both the church and the theater. And it was able to invoke the principles of the founding fathers to rebuke the inequalities and hypocrisies of modern American life.“[21] Ook het Amerikaanse tijdschrift Time Magazine was positief en riep King in 1964 uit tot Person of the Year.[22]  

J. Edgar Hoover, werkzaam bij de Federal Bureau of Investigation (FBI), hield zich hardnekkig bezig met de geruchten dat King een communist zou zijn en kwam in bezit van persoonlijk materiaal. Om King dwars te zitten, stuurde hij in het jaar 1964 privé-informatie die een verband met het communisme zou aantonen naar de bekendste journalisten van het land, onder andere Ben Bradlee van Newsweek, Mike Ryko van de Chicago Daily News en Ralph McGill van de Atlanta Constitution. Maar al deze journalisten weigerden naar het materiaal te kijken en geen van hen heeft er gebruik van gemaakt. King was in deze periode te populair, waardoor het voor de kranten geen goede zet was geweest King op een negatieve wijze te portretteren.[23]

De interesse van de media betekende veel voor de burgerrechtenorganisaties. Door alle media-aandacht kon er grote getale mensen bereikt worden. Ook de SCLC profiteerde hier van. Het was van belang de publieke opinie te veranderen en King begreep dat televisie hiervoor zeer geschikt was. Het was dan ook onderdeel van de gekozen strategie. Het was noodzakelijk dat King de centrale leider werd van de beweging en hierdoor veel media aandacht zou trekken. Een van de medewerkers noemde het ooit ‘a careful, methodical process of image-building’.[24] De geschiedenis laat zien dat de media weinig aandacht besteedden aan het rassenprobleem voordat Martin Luther King een publiek figuur werd. Het sociale en morele probleem werd voorheen niet aangekaart, maar met de komst van King veranderde dit en raakten de media meer geïnteresseerd in de problematische situatie. Niet alleen The New York Times, maar ook andere kranten en nieuwszenders reserveerden ruimte voor deze nieuwskwestie en zelfs de zuidelijke pers was aanwezig. Op het moment dat de media meer aandacht besteedden aan de persoon van King en zijn speeches, kwam de reformatie pas echt op gang.[25]

Langzaam maar zeker was de invloed van King gaan groeien. Vele studenten zagen hem als hun grote voorbeeld en hij was dan ook hun voornaamste inspiratiebron. Tijdens een van de sit-ins werd duidelijk gemaakt door James M. Lawson tot in welke mate hij werd verheerlijkt:Remember the teachings of Jesus, Gandhi, Martin Luther King”. [26]

De March on Washington in 1963 zorgde ervoor dat de status van King nog meer toenam. De ‘I have a dream’-speech was voor veel mensen erg indrukwekkend. In het bijzonder de blanke bevolking die nog niet erg bekend was met King’s manier van spreken was ervan onder de indruk. Door middel van de televisie kon men gezamenlijk getuige zijn van deze toespraak en de meeste kijkers werden dan ook zeer geraakt door King. Dit resulteerde in een sterke toename van King’s populariteit. [27]

In het jaar 1964 won King de Nobelprijs voor de vrede. Hij kreeg de prijs vanwege zijn fanatieke inzet in de strijd tegen segregatie. Het winnen van deze prijs laat zien dat zijn populariteit zich niet alleen beperkte tot de grenzen van de Verenigde Staten. In de New York Times was destijds te lezen: “Dr. King said that he felt gratification in knowing that ‘the nations of the world,’ in bestowing the prize on him, ‘recognize the civil rights movement in this country as so significant a moral force as to merit such recognition’."[28]

In een ooggetuigenverslag uit het jaar 1959 van Kenneth A. McClane wordt een ontmoeting van Martin Luther King aan Martha’s Vineyard beschreven. Hierin wordt duidelijk hoe men over King dacht: “At thirty-one, Dr. King was one of the most famous people in the world, although, at my tender age, I knew only that he was—in my grandmother’s highest accolade—a “great man.”  McClane geeft vervolgens ook weer hoe men kon reageren op de komst van deze populaire persoon: “I vividly remember how Dr. King was immediately recognized. Everyone knew who he was; many wanted autographs. And as is so often the case in such situations, people found themselves becoming either tongue-tied or loquacious, the words seemingly spawning on their own.[29] Dit verslag geeft aan in hoeverre Martin Luther King was uitgegroeid tot een icoon, een bekend figuur waar iedereen graag mee wilde converseren, maar door hun nervositeit niet meer uit hun woorden konden komen. Het gezelschap van deze charismatische man maakte het dat mensen zich vereerd voelden bij hem in de buurt te mogen zijn. Indeed, I presume his enormous following—his great charisma—centered on his uncanny ability to make everyone feel important and sacred[30]

King voelde zich niet altijd even prettig bij de toegenomen druk, vooral in de beginjaren van zijn succes. Hij was een jonge man en had al zoveel verantwoordelijkheid. Men keek naar hem alsof hij het Afro- Amerikaanse volk zou gaan redden. In de New York Post uit het jaar 1957 geeft hij dan ook toe dat de druk hem soms iets te veel wordt en dat hij zich zorgen maakt over de toekomst. “Frankly I am worried to death. A man who hits the peak at twenty-seven has a tough job ahead”.[31] 

Het succes van de burgerrechtenbeweging

Of het succes van de burgerrechtenbeweging te danken is aan globale veranderingen of dat het vooral lag aan de interne kracht en sterk leiderschap van de beweging zelf, is een belangrijk vraag die historici bezig houdt. Zoals al eerder vermeld, zijn er verscheidene factoren te noemen die invloed hebben gehad op het ontstaan van een gezamenlijke opstand en het ontstaan van een meer gematigde omgeving. Duidelijk is geworden hoe King uitgroeide van een jonge man met zijn gezin en werkzaam als priester tot een persoon die vaker beschreven wordt als het heilige symbool voor raciale harmonie dan als een concreet historisch persoon.[32]

Toch moeten we de rol van Martin Luther King niet overschatten.

 

Wetenschappers John D. Skrentny en David J.Garrow, beiden gespecialiseerd in de Afro-Amerikaanse geschiedenis, hebben ieder hun eigen visie op dit vraagstuk en hebben duidelijk twee tegengestelde interpretaties. Skrentny wijst vooral op de internationale mentaliteitsverandering. De mensenrechtenbeweging mag dan sterk geweest zijn en als voorbeeld en inspiratiebron dienen voor andere minderheden om te vechten voor vrijheid, maar de hele wereld - en niet alleen Amerika - bevond zich al in een overgangsproces. De tijd was rijp voor een fundamentele verandering ten aanzien van minderheden.[33] Garrow gaat in zijn boeken, en in het bijzonder in Bearing the Cross: Martin Luther King Jr., and the Southern Christian Leadership Conference,  uitvoerig in op het optreden Martin Luther King tijdens de jaren zestig. King was een geestelijk leider en vader van drie kinderen, die uitgroeide tot een groot en invloedrijk persoon, iets waar hij zelf aanvankelijk niet op zat te wachten. Hij zou uitgroeien tot een charismatisch figuur, een man die mensen met zijn overtuigingskracht zou inspireren en leiden. Volgens Garrow is het voornamelijk de kracht van het individu, Martin Luther King, waardoor de burgerrechtenbeweging aan kracht toenam en zorgde voor vele successen, die uiteindelijk zouden dienen als belangrijk keerpunt in de geschiedenis. [34]  

Martin Luther King Jr. werd ten tijde van de burgerrechtenbeweging door velen verheerlijkt en ook vandaag de dag beschrijven velen hem nog steeds als een heilig man. Toch moeten we zijn rol niet overschatten. De meest belangrijke aanleidingen voor het ontstaan van de burgerrechtenbeweging zijn het verloop van de Tweede Wereldoorlog en de frustraties die daaruit voortkwamen, de toename van Afro-Amerikaanse literatuur en de strategie van de Amerikaanse politiek ten tijde van de Koude Oorlog, moreel dan wel politiek beïnvloed. De invloed van de televisie heeft ook voor een groot deel bijgedragen aan het verloop van de beweging en de verandering van de publieke opinie. Zonder de aanwezigheid van de televisie had de burgerrechtenbeweging wellicht een totaal andere koers gevaren. Het succes van de burgerrechtenbeweging is niet alleen te danken aan grote organisaties als de SCLC of NAACP. Kleinschalige persoonlijke acties hebben hier ook in grote mate aan bijgedragen. Het lijkt onvermijdelijk King te associëren met de Afro-Amerikaanse strijd om vrijheid. Het feit dat King door middel van de media het rassenprobleem onder de aandacht bracht, is natuurlijk van groot belang geweest. Ook heeft hij met zijn inspirerende houding en vredelievende tactiek vele mensen gemobiliseerd. Toch is zijn aanwezigheid en inzet niet de meest belangrijke oorzaak voor het succes van de Amerikaanse rassenstrijd. Hij heeft zeer zeker een positieve bijdrage geleverd en heeft in sommige opzichten het proces versneld, toch is King het product van de burgerrechtenbeweging en niet andersom. 

Voetnoten

[1] E. Lovejoy,’Oh, say can you sing the words of that song?’ Christian Science Monitor 89 Issue 191, (1997).

[2] R. Takaki, A Different Mirror. A History of Multicultural America (New York: Back Bay Books, 2008) 11.

[3] A. Fairclough, To Redeem the Soul of America (Georgia: University of Georgia Press, 1987), 4.

[4] G.E. Hale, Jumpin’Jim Crow: Southern Politics from Civil War to Civil Rights (New Jersey: Princeton University Press, 2000) 162.

[5] H. Sitkoff, The Struggle for Black Equality (New York: Hill and Wang, 2008) 16-17.

[6] B. Bailey, A People and a Nation (Boston: Houghton Mifflin Company, 2007) 762-763.

[7] W.C. Berman. The Politics of Civil Rights in the Truman Administration (Ohio: Ohio State University Press, 1970) 77-78.

[8] B. Bailey, A People and A Nation (Boston, 2007) 816.

[9] J.D. Skrentny, ‘The Minority Rights Revolution’, in: E. Cobbs-Hoffman, J. Gjerde en E.J. Blum, Major Problems in American History Volume 2 (Boston, 2007) 341.

[10] King, Martin, Luther., Waarom wij niet langer kunnen wachten (Amsterdam, 1963) 33-34

[11] H.L. Gates, ‘Remembers Civil Rights on TV’, in: E. Cobbs-Hoffman, J. Gjerde en E.J. Blum, Major Problems in American History Volume 2 (Boston, 2007) 319.

[12] A. Fairclough, To Redeem the Soul of America (Georgia: University of Georgia Press, 1987), 13-20.

[13] A. Fairclough, To Redeem the Soul of America (Georgia: University of Georgia Press, 1987), 32-34.

[14] B. Young Laing, ‘The Universal Negro Improvement Association, Southern Christian Leadership Conference, and Black Panther Party: Lessons for Understanding African American Culture-Based Organizing’ Journal of Black Studies 39 (2009) 635.

[15] B. Young Laing, ‘The Universal Negro Improvement Association, Southern Christian Leadership Conference, and Black Panther Party: Lessons for Understanding African American Culture-Based Organizing’ Journal of Black Studies 39 (2009) 636.    

[16] G. Gerstle, American Crucible, race and nation in the twentieth century (New Jersey: Princeton University Press, 2001), 273.

[17] C. Carson, The Autobiography of Martin Luther King, Jr. (New York: Hachette Book Group, 2001), 1-14.

[18] A. Fairclough, To Redeem the Soul of America (Georgia: University of Georgia Press, 1987), 23-27.

[19] Harvard Sitkoff, The Struggle for Black Equality (New York: Hill and Wang, 2008), 52-59.

[20] C. Carson, The Autobiography of Martin Luther King, Jr. (New York: Hachette Book Group, 2001), 134.

[21] J. Reston, “’I have a dream…’ Peroration by Dr. King Sums Up A Day the Capital Will Remember”, New York Times, August 29, 1963.

[22] Seattle Times, ‘Martin Luther King Jr.’ (versie 19 juni, 2010), Seattle Times, http://seattletimes.nwsource.com/special/mlk/king/biography.html .

[23] A. Fairclough, To Redeem the Soul of America (Georgia: University of Georgia Press, 1987), 218.

[24] Fairclough, To Redeem the Soul of America, 3.

[25] J. Nelson, ‘The Civil Rights Movement: A Press Perspective.’ Human Rights: Journal of the Section of Individual Rights & Responsibilities 28, Issue 4 (2001) 3-4.

[26] H. Sitkoff, The Struggle for Black Equality (New York 2008), 67.

[27] A. Fairclough, To Redeem the Soul of America (Georgia: University of Georgia Press, 1987), 155.

[28] New York Times, “Martin Luther King Wins The Nobel Prize for Peace”, New York Times, October 14, 1964.

[29] K.A. McClane, ‘A King’s Holiday: A Personal Reminiscence of Dr. Martin Luther King’ Antioch Review 60, Issue 4 (2002) 678.

[30] K.A. McClane, ‘A King’s Holiday: A Personal Reminiscence of Dr. Martin Luther King’ Antioch Review 60, Issue 4 (2002): 678.

[31] C. Carson, The Autobiography of Martin Luther King, Jr. (New York 2001), 106.

[32] R. Weisbrot, ‘Interpreting the Dream’. American Quarterly 39 Issue 3, 1987. 

[33] J.D. Skrentny, ‘The Minority Rights Revolution’, in: E. Cobbs-Hoffman, J. Gjerde en E.J. Blum, Major Problems in American History Volume 2 (Boston, 2007) 336- 341.

[34]  D.J. Garrow, ‘Martin Luther King, Jr.: The Emergence of a Grassroots Leader’, in: E. Cobbs-Hoffman, J. Gjerde en E.J. Blum, Major Problems in American History Volume 2 (Boston, 2007) 327-335.

Meer weten