De hel in het paradijs

Over de verschillen in de beeldvorming van de katorga en de goelag

Het Russische volk werd onder het Sovjetbewind jarenlang geteisterd door angst voor de goelag. Een angst die niet ongegrond was, aangezien er uit vrijwel alle families wel iemand naar deze verschrikkelijke strafkampen verdween. Zelfs nu nog leeft het trauma van de goelag onder de Russen. Het leed van de goelag staat echter niet op zichzelf; al eerder gebruikten tsaren de katorga met eenzelfde doel. Ook zij zonden gevangenen naar barre oorden om hen daar te laten werken. Het kampensysteem lijkt dus onveranderd, maar dit is zeker niet het geval.

Paul van Dijk

Krakende sneeuw. Een groep dik ingepakte gevangenen sjokte in de vroege ochtend langzaam over een kale sneeuwvlakte in het verre oosten van Rusland. De ijskoude wind joeg de sneeuw in grote wervelwinden voort en geselde de gevangenen. Niemand zei iets, de extreme kou ontnam allen de wil om te spreken. De gevangenen waren onderweg naar hun werklocatie, de mijn, en moesten daar elke dag een paar kilometer voor lopen. De kou drong overal in door. De tocht op zich was al enorm vermoeiend, maar het karige ontbijt maakte de reis bijna ondragelijk. Eenmaal aangekomen bij de omheining van de werklocatie moesten de gevangenen wachten totdat het hek openging, om vervolgens door te lopen naar de mijnschachten. Hier glibberden ze één voor één voorzichtig de helling af en werden opgeslokt door de donkere, gapende bek van de aarde, niet wetende of ze ooit nog daglicht zouden zien.

In de zomer was het nog veel erger. De gevangenen werkten dan lange dagen in  extreme hitte. Elke dag was een strijd om te overleven, een strijd om ’s avonds weer veilig te kunnen gaan slapen. Velen wonnen die strijd niet. Dit was de dagelijkse realiteit voor tienduizenden Russen die in strafkampen terechtgekomen waren. Het interessante aan de Russische strafkampen door de eeuwen heen is dat het zojuist geschetste beeld opgaat voor zowel de gevangenen van communistisch Rusland (1917-1991) als gevangenen van het Keizerrijk Rusland (c. 1700-1917).[1] De verschillen tussen de communistische en tsaristische kampen zijn echter opvallend: de goelag heeft een diep trauma achtergelaten bij de Russische bevolking, terwijl dat voor de tsaristische katorga niet opgaat. Hoe kan dat verschil verklaard worden?

De goelag: kind van de katorga of nieuwkomer?

De communistische strafkampen zijn bekend onder de naam goelags (Russisch: ГУЛаг, afkorting van ‘Glávnoje oepravlénieje ispravítelno-troedových lageréj i kolónij’, in het Nederlands: ‘Hoofddirectoraat voor opvoedings- en werkkampen en -kolonies’).[2] Voor de strafkampen van tsaristisch Rusland bestaat veel minder aandacht. Deze strafkampen heetten katorga’s (Russisch: каторга, afgeleid van het Byzantijns Griekse katergon: ‘katergon’ of ‘kateirgon’, in het Nederlands: galei of, slavenhok; het woord heeft connotaties met dwingen). De tsaren hanteerden de kampen ongeveer tweehonderd jaar lang in verschillende vormen als strafinstrument.

 Zowel de goelags als de katorga’s waren vooral ten oosten van de Oeral gelegen, in Siberië, maar ook in Centraal-Azië en zelfs op het eiland Sachalin in de Stille Oceaan. De kampen huisvestten gevangenen die, ver van de beschaafde maatschappij, als goedkope arbeidskrachten de economie stimuleerden. In de rijke Siberische gronden groeven duizenden gevangenen jarenlang naar kostbare mineralen en edelmetalen, die vervolgens in het Russische kerngebied verder werden verwerkt. Zoals uit onder meer een vergelijkende analyse van de werken van de schrijvers Dostojevski en Solzjenitsyn blijkt, huisden in beide kampen naast zware criminelen, zoals moordenaars en verkrachters, ook veel politieke gevangenen die vaak bezweken onder druk van de elementen en hun wrede medegevangenen. De gevangenen die na hun straftermijn van vele jaren wel terugkeerden in de maatschappij waren niet zelden dusdanig psychisch beschadigd geraakt dat zij niet normaal konden functioneren.[3]

De tsaar had Rusland van God gekregen en Stalin had Rusland van het volk gestolen

Ondanks, of juist vanwege, de grote gelijkenissen in de praktijk van de katorga en de goelag hebben historici nauwelijks vergelijkende geschiedenissen geschreven. Historicus Andrew Gentes en journalist Anne Applebaum zijn autoriteiten op het gebied van respectievelijk katorga’s en goelags, maar zien onterecht een lineaire ontwikkeling van de katorga naar de goelag. Gentes sprak van continuïteiten die de katorga met de goelag verbonden en Applebaum stelt in de inleiding van haar standaardwerk dat de bolsjewistische leiders bij de vormgeving van hun eigen strafkampen door  hun ervaringen in de katorga’s geïnspireerd waren geraakt.[4] 

De overeenkomsten zijn echter het gevolg van de Siberische omstandigheden. Daaruit volgt echter niet per definitie een lineair verband; zo zijn de strafkampen in Poetins Rusland ook geen voortzetting van de goelags. Dat is een populaire en propagandistische stelling, maar snijdt daarmee nog geen hout.

Ontwerp versus improvisatie

Historici maken vaak de fout om de feitelijke breuk te bagatelliseren die zich in 1917 voordeed en die de katorga van de goelag scheidt. De tsaristische katorga werd in 1917 na de Februari Revolutie opgeheven;  iets meer dan een half jaar later, tijdens de Oktoberrevolutie, kwamen de communisten aan de macht. Het idealistische socialistische experiment gedroeg zich toen chaotisch of zoals Jevgeni Zamjatin het in 1924 nogal cru stelde: ‘als een voortvliegende granaat’.[5] Zamjatins beeldspraak van het noodlot van de socialistische creativiteit is met kennis achteraf gemaakt. In de context van 1917 is het daarom misschien beter om de enorme socialistische onderneming te vergelijken met een hoopje kwik. Onder leiding van  verschillende idealisten spatten de socialistische experimenten en initiatieven na de Oktoberrevolutie als kleine kwikdruppeltjes in allerlei richtingen uiteen, om vervolgens langzaam maar zeker door de grootste druppel kwik -Lenin en zijn partij- te worden opgeslokt.

[caption id="attachment_57394" align="alignleft" width="470"]paul foto 1 DorosheviGevangenenaan het werk in een katorga op Sachalin, 1903.[/caption]

 

Tijdens de Burgeroorlog die op de bolsjewistische revolutie volgde, ruimde Lenin met kogels en ketenen duizenden politieke tegenstanders uit de weg. De politieke gevangenen werden in Moskou in de Butyrka-gevangenis gezet, maar al die politieke gevangenen bij elkaar leidden onvermijdelijk tot onrust. Daarop besloot de geheime dienst van Lenin, de Tsjeka, om deze gevangenen in een oud klooster op de Solovetski-eilanden in de Witte Zee onder te brengen. Daar ligt de oorsprong van de goelag. Stalin moest aan het einde van de jaren twintig het communistische kampensysteem verder systematiseren en uitbreiden vanwege een grote toename van het aantal gevangenen. Dat gebeurde logischerwijs vooral in Siberië, waar de gevangenen een geringe bedreiging vormden voor de prille Sovjetmaatschappij.

De goelag kwam dus voort uit improvisatie, noodzaak en zelfverdediging, terwijl de katorga een langzaam ontwikkeld juridisch-economisch systeem was. Lenin had niet de intentie om dat tsaristische systeem te kopiëren.[6] Dat kon hij ook niet, omdat de burgeroorlog de infrastructuur had vernietigd en de bolsjewieken in het nauw had gedreven. Stalin borduurde noodgedwongen voort op het kampensysteem van Lenin en ontwikkelde een praktijk van de goelag die vanwege de Siberische omstandigheden haast onvermijdelijk op de praktijk van de katorga leek. Het was ook niet nodig voor Stalin om een ander systeem te ontwikkelen, want het Russische kampsysteem was voor de autoriteiten erg efficiënt. De Romanovs konden het in de eeuwen daarvoor dan ook niet opbrengen om het katorgasysteem grondig te hervormen. Het tsaristisch model van de Romanovs was gebaseerd op uitbuiting en de tsaren zagen hun onderdanen als hun dienaren. Dat verklaart de halsstarrigheid waarmee de dynastie aan de oude vorm van het strafsysteem vasthield en het zelfs fel verdedigde.[7]

De herinnering aan de hel

De praktijk van zowel de katorga als de goelag was zonder meer erg wreed, maar toch staan er vandaag de dag enkel monumenten ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de goelag. De monumenten voor de slachtoffers van de katorga zijn afwezig, ook al moesten die gevangenen dezelfde elementen trotseren, hetzelfde slechte voedsel eten en zich tussen dezelfde gevaarlijke medegevangenen staande houden. Waarom wordt de goelag wel herinnerd, maar de katorga niet? Het antwoord hierop moeten we zoeken in zowel de strafkampen zelf als de samenlevingen waarin zij bestonden.

De goelag kwam voort uit improvisatie, terwijl de katorga een berekend economisch strafsysteem was

 

In het keizerrijk Rusland kampten de tsaren van de negentiende eeuw en vroege twintigste eeuw met veel politieke onrust. In 1881 vermoordde een aantal anarchisten zelfs de tsaar. De tsaristische propaganda zette politieke tegenstanders weg als buitenlanders, ‘Westerlingen’, waartegen het Russische volk moest strijden.[8] Het regime pakte veel potentieel gevaarlijke mensen op, waaronder de schrijver Fjodor Dostojevski, en stuurde hen naar de katorga. De gevangenen kregen echter wel een rechtvaardig proces voordat ze eventueel veroordeeld zouden worden, zelfs nadat het ontevreden regime, in een poging meer tegenstanders te veroordelen, de rechtszaken aan een militair tribunaal overliet.[9]

In de Sovjet-Unie onder Lenin, maar vooral onder Stalin, waren de criteria voor een politieke tegenstander of ‘vijand van het volk’ veel ruimer en veranderlijker.[10] Iemand kon de ene dag nog naar bed gaan als een trouwe volgeling van de Partij om de volgende dag wakker te worden als de grootste vijand van het volk. Ook burgers die niet politiek geëngageerd waren konden doelwit worden van vervolging. De aanklagers verzonnen regelmatig bewijslast om zo iemand te kunnen veroordelen tot de goelag. Dat systeem van repressie was vooral aanwezig in de jaren dertig en staat daar bekend als de Grote Terreur. Hoewel het aantal gevangenen in de goelag pas in 1952 zijn hoogtepunt kende, staan de chaotische jaren dertig in het geheugen van de overlevenden gegrift.[11] De beeldvorming van de goelag is sterk beïnvloed door de chaotische jaren dertig en door de chaos raakte de katorga steeds verder in de vergetelheid.

De communisten ontkenden het bestaan van overeenkomsten tussen beide strafstelsels. Naar Sovjetgebruik werd het tsaristische verleden van Rusland beschimpt.  Sovjethistorici schreven een nieuwe geschiedenis van helden die tegen de tsaar in opstand waren gekomen, zoals de Decembristen (waarbij hun liberale achtergrond voor het gemak achterwege werd gehouden), en van instituties die het volk onderdrukt hadden, zoals de katorga.[12] De katorga was volgens de communisten wreed en richtte zich alleen op de progressieven. Op het moment dat Stalin een nieuw type kamp voor de allergevaarlijkste vijanden invoerde en dat katorga noemde, werd de beeldvorming van de tsaristische katorga echter vermengd met die van de goelag.[13] Een goed voorbeeld dat het leed van het verleden minder leeft dan dat van het heden: de bevolking richtte zich niet op de kwalijke tsaristische katorga’s, maar eerder op haar eigen angst voor de goelag.

De kritiek die de bevolking op de goelagkampen had, ging uiteraard voor een groot deel ook op voor de katorga. De leefomstandigheden waren in beide gevallen afgrijselijk, maar de kritieken op de katorga en goelag in de literatuur drongen in verschillende mate tot de bevolking door. De Russen in het keizerrijk en de Sovjet-Unie hadden hierdoor lange tijd een onvolledig beeld van respectievelijk de katorga en de goelag. Het meest gelezen boek over ervaringen in de katorga is het semi-autobiografische boek Aantekeningen uit het Dodenhuis uit 1862 van Fjodor Dostojevski. Ondanks de weinig rooskleurige beschrijvingen van het leven daar schreef Dostojevski de katorga een soort magische krachten toe:  dit was de plek waar men opnieuw geboren werd.[14] Anton Tsjechov, eveneens een negentiende eeuwse Russische auteur, ondernam een reis naar de katorga op Sachalin en beschreef zijn ervaringen in De Moord. Tsjechov bekritiseerde de katorga, maar deed dat eerder op praktische dan op principiële gronden.[15]

De meeste Russen vonden dat politieke tegenstanders die hun land en tsaar bedreigden terecht werden opgesloten in kampen

 

De gewone Russische bevolking had eveneens eerder praktische dan principiële bezwaren tegen de katorga. De meeste Russen vonden namelijk dat de politieke tegenstanders die hun land en tsaar bedreigden terecht werden opgesloten. De tsaristische propaganda had dus haar uitwerking en werd daarbij geholpen door de grote mate van censuur en lage geletterdheid onder het volk waardoor een sterke publieke opinie ontbrak. De Romanovs voelden daarom ook geen grote druk om hun kostbare katorgasysteem te hervormen, ondanks het feit dat veel ontsnapte gevangenen de Siberische steden en dorpen verpauperden. De misdaadcijfers in Siberië lagen daardoor vele malen hoger dan elders in het rijk.[16]

In de Sovjet-Unie was het bestaan van de goelag een publiek geheim: niemand durfde erover te spreken uit angst opgepakt te worden en hier zelf terecht in te komen.[17] Daarnaast beperkte strenge censuur vrij effectief publicaties over de goelag.[18] De schrijver Alexander Solzjenitsyn beklaagde zich er over dat hij zijn boek, De Goelagarchipel, in het geheim moest schrijven en dat hij eigenlijk geen andere schrijvers kende die over de ervaringen van de goelag schreven.[19] Pas met de glasnost onder Gorbatsjov in de jaren tachtig werd onderzoek naar het verleden mogelijk en kwamen de schokkende geschiedenissen openlijk naar buiten.[20]

De grote aandacht voor het verleden en vooral voor de jaren dertig, de jaren van de Grote Terreur onder Stalin, was een gevolg van de grondige arrestatiegolven in die tijd.  Uit elke Russische familie was er wel iemand tijdens de Terreur weggevoerd en nooit meer teruggekomen. Daarbij werden de jaren dertig als een soort bellum omnium contra omnes ervaren.[21] Niemand voelde zich veilig, maar tegelijkertijd moest men ook aanschouwen hoe Stalin bezig was zijn ideale Sovjetmaatschappij te vormen. Hij hield grootse parades en transformeerde Moskou tot een bouwput waarin grootse monumenten en gebouwen ter ere van hem en zijn Sovjetstaat verrezen.[22] In tegenstelling tot de vervolging tijdens het keizerrijk, drong de ambivalentie tussen de grootschalige vervolgingen en de verlichte socialistische heilstaat tot iedereen door. Stalin vervolgde de Russen op brute wijze, maar verkondigde tegelijkertijd dat het leven alleen maar beter zou worden.[23] Alle hoop op een gezonde staat was door de Grote Terreur als sneeuw voor de zon verdwenen en wat overbleef was pure, niet-aflatende angst.

[caption id="attachment_57396" align="alignleft" width="470"]4.6.6 Begraafplaats van een Goelagkamp dichtbij Abez (rond 1950).[/caption]

 

Deze tegenstrijdigheid nestelde zich in de hoofden van de Russen en werd door Gorbatsjov in de jaren tachtig, na jaren van stilte en geheimhouding, weer pijnlijk opgerakeld. De goelagliteratuur werd door een veel groter publiek gelezen en het goelagsysteem werd in 1987 onder toenemende maatschappelijke druk definitief opgeheven.[24] Ook initiatieven ter nagedachtenis van de slachtoffers van de communistische repressie, in de vorm van herdenkingen en gedenktekens, sloegen aan. De goelag werd aangegrepen als houvast voor alle slachtoffers van de repressie. Niet alleen de gevangenen in de kampen werden herdacht, maar ook de rest van de bevolking die dag in dag uit doodsbang was om ’s nachts door het witte broodbusje van de geheime dienst te worden weggevoerd.

De katorga werd daarentegen nooit als metafoor voor repressie gebruikt, hoewel er wel eufemistische aanduidingen bestonden voor een termijn in de katorga, zoals ‘naar de Valadimirka gaan’ of, simpelweg, ‘naar Siberië gaan’.[25] Onder de tsaren kende Rusland ook geen permanente angstcultuur waarin die angst in schril contrast stond met de uiterlijkheden van de samenleving. De Romanov-tsaar en Stalin hadden echter gemeen dat ze Rusland als hun persoonlijke eigendom zagen, maar waar de tsaar zijn rijk van God had gekregen, had Stalin het van het volk gestolen. Stalin moest daarom een lange, paranoïde strijd voeren om zijn bezit veilig te stellen. Daar was het volk het slachtoffer van. Het volk leefde in de hel binnen Stalins paradijs.

Conclusie

Wat zegt een vergelijking tussen de katorga en de goelag ons nu eigenlijk? Uiteraard waren er verschillen tussen de kampen, maar de praktijken van de kampen kwamen grotendeels overeen. Toch hebben de slachtoffers van de katorga geen monument gekregen en die van de goelag wel. De slachtoffers van de goelag waren immers niet alleen de gevangenen, maar ook de gewone burgers die in voortdurende angst leefden. Kunnen we uit dit verschil opmaken dat de maatschappij eerst aan zichzelf als geheel denkt en vervolgens pas aan individuen? Waren de angst, terreur en waanzin van de jaren dertig niet de redenen om in 1989 en 1990 monumenten voor de slachtoffers van de repressie op te richten? Men vergeet vaak dat er in de goelags niet alleen onschuldige mannen, vrouwen en kinderen zaten, maar ook bijvoorbeeld misdadigers die niet voor een nazi als Adolf Eichmann onderdeden. Zijn de namen van mensen die op enkele monumenten staan dan werkelijk van belang voor onze ontzetting en walging van het leed van het verleden? Zijn hun verhalen bijzonder of staan zij slechts symbool voor het leed van velen? Wellicht is er voor een dergelijk individueel leed helemaal geen plek bij collectieve herdenkingen.

Ter vergelijking: Nederlanders negeerden na de Tweede Wereldoorlog jarenlang het leed van de uit Auschwitz teruggekeerde joden. De wederopbouw was toen belangrijker en pas in 1960 werden ook de Nederlandse vervolgingsslachtoffers op 4 mei herdacht. Daarvóór werd hun leed ondergeschikt gemaakt aan het belang van de maatschappij als geheel. De ellende van het individu wordt door de samenleving onteigend, verdraaid en gesymboliseerd om ten dienste van de maatschappij te worden gesteld. Het leed van het verleden is minder erg dan dat van het heden; het individu verwerkt zijn verdriet in eenzaamheid.


Paul van Dijk (22) is derdejaars bachelorstudent Geschiedenis en is geïnteresseerd in Rusland en Indonesië. Na zijn bachelor wil hij de researchmaster Modern History (1500-2000) doen aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van zijn bachelorscriptie dat hij schreef voor Onderzoeksseminar III ‘Criminal Minds’.

Afkomstig uit:

Titel:  Historisch Tijdschrift Aanzet
Nummer:  2
Jaargang:  28

 

Kijk voor meer informatie op onze website::

 

Voetnoten

[1]   A. Gentes, Exile to Siberia, 1590-1822: Corporeal Commodification and Administrative Systematization in Russia (2008) 13.

[2] A. Applebaum, Gulag: A History of the Soviet Camps (Londen 2003) 1 & 12.

[3]  A. Gentes, Exile, Murder and Madness in Siberia, 1823–61 (Basingstoke 2010) 119 & 139; A. Solzjenitsyn, Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj (Amsterdam 2010) 166-167; F. M. Dostojevski, Verzamelde werken / deel 3: Aantekeningen uit het dodenhuis & De vernederden en gekrenkten (Amsterdam 1957) 319; G. Kennan, Siberia and the Exile System (New York 1891) 275.

[4]  Applebaum, Gulag: A History, 1 & 13-16 & 396-397; A. Gentes, ‘Katorga Penal Labour and Tsarist Siberia’, Australian Slavonic and East European studies 18 (2005) 60-61.

[5]  Y. Zamyatin, A Soviet Heretic: Essays by Yevgeny Zamyatin, Edited and Translated by Mirra Ginsburg (Chicago 1970) 205-206; J. Zamjatin, Wij (Amsterdam 1970) 204.

[6] Applebaum, Gulag: A History, 2, 13  20.

[7] Gentes, Exile to Siberia, 203; D. Lieven, Empire. The Russian empire and its rivals (London 2003) 257.

[8]  J.W. Bezemer en M. Jansen, Een geschiedenis van Rusland, van Rurik tot Poetin (Amsterdam 2010) 130-131; ‘Reform plans in Russia’, The New York Times, 17 maart 1881 (versie 12 maart 2013) http://query.nytimes.com/gst/abstract.html?res=9407E7DF133FEE3ABC4F52DFB... (12 maart 2013).

[9]  D. Lieven, The Cambridge History of Russia, Volume II: Imperial Russia, 1689-1917 (Cambridge 2006) 365; ‘Reform plans in Russia’, The New York Times, 17 maart 1881 (versie 12 maart 2013) http://query.nytimes.com/gst/abstract.html?res=9407E7DF133FEE3ABC4F52DFB... (12 maart 2013).

[10] R. W. Makepeace, Marxist Ideology and Soviet Criminal Law (New Jersey 1980) 119-120.

[11] Applebaum, Gulag: A History, 103-104; K. Schlögel, Terreur en droom: Moskou 1937 (Amsterdam/Antwerpen 2008) 18-19.

[12]  J. Gooding, ‘The Decembrists in the Soviet Union’, Soviet Studies 40 (1988) 196, 202-203 & 207; Applebaum, Gulag: A History, 396-397.

[13] Ibidem 396-397.

[14]  F. M. Dostojevski, De broers Karamazov (Amsterdam 2009) 918-931; F. M. Dostojevski, Misdaad en straf (2011 Amsterdam) 741, 745 en  777-783; Dostojevski, Dodenhuis, 324.

[15]  A. Tsjechov, De moord, VII – epiloog http://en.wikisource.org/wiki/The_Murder (12 maart 2013); Applebaum, Gulag: A History, 12-13.

[16] Gentes, ‘Katorga Penal Labour’, 51-53; Dostojevski, Dodenhuis, 310; Gentes, Exile to Siberia, 203.

[17] Applebaum, Gulag: A History, 109.

[18] Bezemer en Jansen, Een geschiedenis van Rusland, 270.

[19] A. Solzhenitsyn, The Gulag Archipelago: 1918-56 (Londen 2007) xviii.

[20] Applebaum, Gulag: A History, 492-496.

[21] Ibidem 109.

[22]  Schlögel, Terreur en droom, 60 & 286; A. Tarkhanov, S. Kavtaradze en M. Anikst, Architecture of the Stalin era (New York 1992) 80.

[23] Bezemer en Jansen, Een geschiedenis van Rusland, 215.

[24] Applebaum, Gulag: A History, 3.

[25] Dostojevski, De broers Karamazov 919, 925-926 & 928; Dostojevski, Misdaad en straf, 712.

Meer weten