Jailhouse Rock

Gevangenisbestaan in de Middeleeuwen

Een donkere, van iedere vreugde beroofde toren, met in de kerker martelwerktuigen en vastgeketende mensen; een beeld dat door de filmindustrie maar al te graag wordt geschetst van het leven in een middeleeuwse gevangenis. De vraag is echter in hoeverre dit beeld historisch correct is, en in hoeverre het illustere Hollywood er wat schepjes bovenop heeft gedaan. De laatste jaren komt er echter een steeds duidelijker beeld van het leven in een middeleeuws cellencomplex, met dank aan interdisciplinair onderzoek. Niet slechts de historische bronnen worden meer gebruikt om het beeld van een bajesklant te schetsen, maar ook archeologisch onderzoek heeft de laatste tien jaar in grote mate bijgedragen aan de vorming van een nieuw beeld van een middeleeuwse gevangene.

Evert Verhoeven

 

Waarschijnlijk is een van de belangrijkste opgravingen die de beeldvorming van het leven in het cachot veranderde de opgraving van de Mechelse gevangenis Het Steen. Dit is één van de eerste gevangenissen in de Lage Landen die door een interdisciplinair team in onderzocht, waardoor er een sterk beeld ontstaat van het leven in Het Steen in de loop van zijn bestaan. In het artikel “Consumption patterns and living conditions inside Het Steen, the late medieval prison of Malines (Mechelen, Belgium)” zet Liesbeth Troubleyn  het leven in Het Steen op overtuigende wijze uiteen op basis van zowel historische als archeologische bewijzen.

De eerste vraag die volgens Troubleyn dient te worden beantwoord is of de op de Grote Markt aangetroffen stenen fundaties en beerputten daadwerkelijk aan de gevangenistoren hebben toebehoort. Hiervoor is in ieder geval een geschreven bron uit 1424 aanwezig die de gevangenis aan de Grote Markt plaatst, alsmede registers waarin aan de Grote Markt gelegen huizen staan genoteerd ten opzichte van Het Steen. Op basis van deze historische bronnen kan het aannemelijk worden gemaakt dat het opgegraven gebouwd naar alle waarschijnlijkheid de gevangenis betreft. Ook architectonische elementen, zoals de torenvorm in het midden van de stad, ondersteunen deze indicatie, net zoals gevangenistorens in andere steden zoals Delft.

 

Na de positieve identificatie van de fundamenten als onderdeel van de gevangenis Het Steen kan men zich concentreren op het gevonden materiaal uit de beerputten, om op basis hiervan de leefomstandigheden en consumptiepatronen binnen de gevangenis te reconstrueren. Voordat echter het specifieke materiaal wordt behandeld, wordt allereerst een duidelijk beeld geschetst van middeleeuwse gevangenissen in Europa, waarbinnen een aantal algemene principes wordt uitgelegd. Zo wordt, op basis van onder andere Italiaanse gevangenissen, een beeld geschetst van een stedelijke bevolking, waarvan een groot aantal mensen enige tijd in het cachot spendeerde, veelal in verband met schulden. Naast een vergelijking met Italië wordt ook gebruik gemaakt van Mechelse archiefstukken uit een latere periode, uit de 16e eeuw toen Het Steen reeds was vervangen door een andere gevangenis. Hieruit blijkt een onderscheid tussen gevangenen en de kosten die zijn voor hun kost en inwoning moesten betalen, variërend van de basiskosten tot luxe kamers voor de rijkere gevangene.

Daarnaast is de vraag of, naast deze geschreven bronnen, het archeologisch bewijs dit beeld van sociale ongelijkheid tussen de tralies onderschrijft. Troubleyn stelt dat er dan waarschijnlijk in de twee onderzochte beerputten, die in dezelfde tijdsperiode gebruikt werden, een verschil moet zijn in het gevonden consumptieafval.

 

Om deze hypothese te onderzoeken dienen uit beide beerputten samples genomen te worden. Voor keramiek gebeurde het verzamelen van materiaal handmatig, terwijl andere artefacten veelal bij het zeven boven kwamen. Het zeven gebeurde tijdens dit onderzoek met zeven van verschillende maaswijdte, variërend van 0,5 mm tot 4 mm. Benen artefacten, waaronder 345 dobbelstenen, geven een indicatie dat het leven in de boeien voor een deel werd gedomineerd door gokken. Dit beeld wordt tevens ondersteund door de gevonden keramieken spelborden en metalen fiches, mereaux, die werden gebruikt bij bordspellen.

Gokken is echter iets van alle lagen van de bevolking, zowel vandaag de dag als in de middeleeuwse maatschappij en de vondsten van spelmateriaal ondersteunt de these in verschil in materiële cultuur dan ook niet. Archeobotanisch en zooarcheologisch kunnen echter dit verschil wel aantonen, zo stelt Troubleyn.

De reconstructie van groenten is op basis van archeologisch onderzoek vrijwel ondoenlijk, aangezien de meeste soorten worden gegeten voordat zij zaden produceren. Slechts resten van koolsoorten, bonen en sommige kruiden zijn teruggevonden. Tussen deze kruiden zaten enkele fragmenten van zwarte peper, maar aangezien het hier slechts om een zeer klein aantal gevonden peperresten gaat, is het onmogelijk hieraan enige conclusies te verbinden. Granen werden echter wel teruggevonden, alhoewel identificatie van een specifieke soort onmogelijk . Verder werd er rogge en broodgraan teruggevonden. Fruit en noten zijn er in de beerputten duidelijk aanwezig; het betreft hier veelal lokale soorten, met uitzondering van vijgen. Druiven die werden aangetroffen kunnen zowel geïmporteerd zijn als van lokale wijngaarden afkomstig zijn. Naast voedingsresten werden er ook sporen van veen aangetroffen, dat waarschijnlijk is gebruikt als brandstof.

Naast sporen van planten, zowel in de vorm van pollen als botanische macroresten, zijn er sporen van parasieten aangetroffen bij de pollen samples, wat erop duidt dat inwendige parasieten veelvuldig bij mens en dier voorkwamen. Daarnaast kwam ook uit het onderzoek van de dierlijke resten dat een aantal poppen, gevonden in de beerputten, afkomstig is van vliegen die hun eieren legden in mest.

Naast insecten werden er een aantal schaal- en weekdieren aangetroffen. Binnen deze resten was de mossel de meest voorkomende soort, wat erop duidt dat dit dier de belangrijkste ongewervelde voedselbron was voor de gevangen. Ook andere maritieme elementen maakten deel uit van het dieet van de gevangenen, waaronder vooral veel haring. Deze werden ongekaakt aangeleverd, maar er is waarschijnlijk sprake van verwerkte vis (gezouten of gerookt). Naast haring werden ook kabeljauw en een aantal soorten platvis aan de gevangenen geserveerd. Zoetwatervis is ondervertegenwoordigd, iets wat duidt op voorkeur voor zeevis (met dank aan de krachtige maritieme vloot van Vlaanderen).

Naast vis stond ook gevogelte op het menu. Veel gedomesticeerde soorten, waaronder gans en eend, stonden op het menu, net zoals de meest voorkomende soort: kip. Aanwezigheid van gastrolieten en alle skeletelementen duidt op slacht ter plaatse. Aanvullingen op het dieet van de jailbirds in de vorm van zangvogels is mogelijk, maar bewijs hiervoor ontbreekt.

Het meest belangrijk zijn echter de resten van zoogdieren. Schaap, varken en rund vormen de meest belangrijke bron van vlees voor de gevangenen. Schapen en vee zijn op late leeftijd geslacht, wat duidt op het gebruik van oud melkvee als voedsel. Door jacht verkregen soorten zijn vrijwel afwezig, met uitzondering van haas en konijn. Tevens zijn er kleine knaagdieren gevonden, die waarschijnlijk in de toren leefden.

 

Aangezien de vondsten uit beide beerputten met elkaar overeen komen, is de these dat er sprake is van sociale ongelijkheid op basis van voedsel niet goed te onderbouwen. Een probleem blijkt dat er sprake was van herdistributie van voedselresten onder de armste gevangenen, waardoor enig onderscheid tussen klassen volledig verloren gaat. Sociale verschillen tussen de gevangenen kunnen alsnog aanwezig zijn, alleen niet te staven met archeologische vondsten. Wel kan het gokken, tezamen met de verschillen in voeding en service, leiden tot onderlinge spanningen tussen de gevangenen en eventuele conflicten, waar een deel van een gevonden meslemmet van getuigt. Over de algehele leefomstandigheden kan, naast de sociale spanningen, op basis van het archeologisch bewijs wel een beeld worden geschetst van het dagelijks leven van de bajesklanten. De hygiëne was niet al te slecht, met name omdat men als gevangenenbewaker niet kreeg uitbetaald als de gevangene overleed. De aanwezigheid van ratten en muizen duidt op de aanwezigheid van ongedierte, alhoewel dit voor de gehele middeleeuwse stad gold. De aanwezigheid van parasieten in de pollenmonsters duidt op infectie van zowel mens als dier met inwendige parasieten, wat een beeld geeft van de algehele gesteldheid van de gevangenen. De aanwezigheid van gokmateriaal duidt op een bijzonder soepel beleid binnen de gevangenis, wat de  mogelijkheid tot aanvulling van het dieet van buitenaf mogelijk maakt.

 

Al met al lijkt het erop dat het leven van een middeleeuwse gevangene in Het Steen allerminst slechts was. Afhankelijk van de rijkdom van de gevangene een goede service, goed dieet en veel mogelijkheden om de vrije tijd aangenaam in te richten. Eigenlijk klinkt deze vorm van gevangenis ideaal en weet zij zelfs de hedendaagse gevangenissen, waar de gevangenen baden in luxe, te overtreffen. Waar je hier in de cel het moet doen met een waterig bakje koffie en een kleffe boterham kaas uit een cellofaantje, kreeg men in de middeleeuwse gevangenis tenminste nog fatsoenlijk voedsel. Als groot nadeel mag worden genoemd dat wie arm was er nimmer meer uit kon komen, maar al met al mag men stellen dat door deze luxe levenswijze achter de tralies het leven allerminst belabberd was. Over Het Steen kan dus met recht worden gesteld dat het allerminst een ramp was om hier in het gevang te zitten, aangezien er goed voor je werd gezorgd. Sterker nog:  Jailhouse Rocks!

 

Voedsel in de Middeleeuwen

Zoals menigeen bekend zal zijn, is een goede maaltijd de basis voor een goed leven. Deze houding geldt echter niet alleen voor de hedendaagse mens, maar tevens voor de middeleeuwse mens. Voedsel en gezondheid staan aan elkaar gelijk, zij het op basis van andere zaken dan wij tegenwoordig zien als gezond en ongezond. In de Middeleeuwen gold de leer van de vier humores, gebaseerd op de leer van Hippocrates en Galenus. Deze leer hield in dat de vier lichaamssappen in evenwicht moesten zijn, aangezien een verstoring van het evenwicht ziekte veroorzaakte. Door dit in het achterhoofd te houden als men een middeleeuws kookboek openslaat, kan men wellicht begrijpen waarom sommige gerechten een helende werking hebben. Zo hebben kippeneieren een bijzonder goed effect op je seksuele prestaties, maar vertragen zij de spijsvertering en veroorzaken sproeten. Als je als middeleeuwer dus een gepassioneerde nacht tegemoet wilde gaan en sproeten geen bezwaar achtte, waren kippeneieren het voedsel van die dag. Wellicht ook voor studenten de moeite waard om zich eens in deze kookkunst te verdiepen. De liefde van de mens gaat immers door de maag.

 

Meer weten?

Gevangenisleven in de Middeleeuwen:

Liesbeth Troubleyn, “Consumption patterns and living conditions inside Het Steen, the late medieval prison of Malines (Mechelen, Belgium)” in Journal of Archeology in the Low Countries.

 

Middeleeuwse gezondheidsleer:

Avicenna, Canon der Medicijnen (1025)

Marsilio Ficino, De vita libri tres (1489)

 

Middeleeuwse kookkunst:

Liber de Coquina, te raadplegen via http://ungiessen.de/gloning/tx/mul2-lib.htm

Le Ménagier de Paris, te raadplegen via http://www.pbm.com/~lindahl/menaghier/

Een aantal middeleeuwse recepten op de site www.kookhistorie.nl

Meer weten

Tijdschriften: