Parachutisten Market Garden

Operatie Market Garden in vijf vragen

In de euforie van een snelle opmars

Toen James Gavin, de commandant van de Amerikaanse 82nd Airborne Division die tussen Grave en Nijmegen was geland, uit Engeland de eerste kranten kreeg, kon hij zijn ogen niet geloven. Alle aandacht ging naar de mislukking van de Britten bij Arnhem. Niemand had het over het succes van de Amerikaanse luchtlandingsdivisies: de 101st Airborne Division bij Eindhoven en zijn eigen divisie. Drama en nederlaag verkopen beter dan overwinningen, constateerde hij. De slag om Arnhem maakte onderdeel uit van de operatie Market Garden. Wat hield deze in? Vijf vragen aan Herman Amersfoort, hoogleraar militaire geschiedenis.

Herman Amersfoort

Wat was de omvang van operatie Market Garden?

Begin september 1944 stond nog allerminst vast dat Market Garden een grootschalige operatie zou worden. Op 4 september gaf veldmaarschalk Montgomery, commandant van de 21st Army Group, aan het First Allied Airborne Army van luitenantgeneraal Lewis Brereton opdracht een plan uit te werken om de rivierovergangen bij Grave, Nijmegen en Arnhem in handen te krijgen. De operatie kreeg de naam Comet. De 1st British Airborne Division zou samen met de Polish Independent Parachute Brigade de klus klaren. Over de veroverde bruggen zou het XXX British Corps van luitenant-generaal Brian Horrocks, vanaf Neerpelt aan het Maas-Schelde kanaal, oprukken naar de Veluwe. In de dagen daarna echter bleek dat de Duitsers in Noord-Brabant een geïmproviseerde verdediging opbouwden. Het is typerend voor het optimisme aan geallieerde zijde dat dit geen aanleiding was het plan nog eens kritisch tegen het licht te houden, maar dat de hoeveelheid middelen gewoon werd verdrievoudigd. Evenmin was er tijd de lastigste opdracht, Arnhem, niet aan de zwakste luchtlandingsdivisie te geven, maar aan een Amerikaanse. Alleen de Britten hadden hun plannen voor Arnhem al klaar.

Toen generaal Eisenhower, de opperbevelhebber voor Europa, op 10 september het groene licht gaf voor Market Garden, was de luchtlandingsoperatie (Market) uitgegroeid tot drie divisies, een Britse en twee Amerikaanse en de grondoperatie (Garden) tot drie korpsen. In totaal zouden zo’n 35 000 luchtlandingstroepen aan de grond worden gezet, waarvan 16 500 de eerste dag. Daar stonden bij de start van de operatie zo’n 15 000 man aan Duitse zijde tegenover. De geallieerden beschikten dus, zelfs als de 150 000 man van de drie korpsen van Garden niet meegerekend worden, over een numeriek overwicht. Dat zou niet helpen, zoals we inmiddels weten. Market Garden, werd een mislukking, ook al noemde Montgomery het na afloop voor 90 procent een succes. Maar eigenlijk was de operatie erger dan een mislukking. De geallieerden stonden er na Market Garden slechter voor dan voorafgaand eraan.

Was het doel van de operatie? De bevrijding van Nederland?

Nee, al heeft Market Garden wel een deel van Nederland bevrijd. Aanvankelijk ging het slechts om de corridor van Neerpelt naar Nijmegen, maar voor de winter inviel, was het land bezuiden de grote rivieren in geallieerde handen. Voor de bewoners van de corridor stond Market Garden inderdaad gelijk aan lachende gezichten in een zonnige straat, vlaggen aan de gevel en de smaak van chocolade en sigaretten. Dat was echter niet meer dan een onvermijdelijk bijproduct van de operatie. Het doel van de geallieerde strategie was de Duitse strijdkrachten aan het westfront te verslaan bij de Rijn en vervolgens de belangrijkste concentraties van de Duitse oorlogsindustrie, in het Ruhrgebied en het Saargebied, in bezit te krijgen. Nadat de geallieerden uit het Normandische bruggenhoofd waren uitgebroken en de Seine waren gepasseerd, ontspon zich een hevige discussie over het vervolg.

Eisenhower stond oprukken over een breed front voor ogen. Ten noorden van de Ardennen zouden de Britten en Canadezen van Montgomery’s Army Group naar het Ruhrgebied trekken. Ten zuiden van de Ardennen, door het noorden van Frankrijk, zou de 12th U.S. Army Group van luitenant- generaal Omar N. Bradley naar de Saar gaan. In het Rijnland zou de reusachtige dubbele omvatting bij elkaar komen. Deze rolverdeling vloeide voort uit de slagorde waarin de geallieerden in Normandië aan land waren gegaan. De Britten en Canadezen landden op de linkerflank, in het oostelijke deel van het bruggenhoofd, de Amerikanen op rechts. In deze slagorde braken ze ook uit, de Canadezen langs de kust, zodat zij uiteindelijk de belangrijkste bevrijders van Nederland zouden worden, de Britten in het midden en de Amerikanen daar weer naast. Montgomery van zijn kant zette alles op alles om met een ‘single thrust’ naar het Ruhrgebied de oorlog sneller te beëindigen dan over een breed front mogelijk zou zijn.

Uiteindelijk heeft Eisenhower daarmee in zoverre ingestemd dat Montgomery toestemming kreeg voor Market Garden. Maar hij deelde allerminst het optimisme van de Brit dat op deze manier de oorlog in het westen sneller tot een eind zou komen. Daar was meer voor nodig. Eisenhower had goede redenen te verwachten dat de oorlog, zelfs na een geslaagd Market Garden niet voorbij zou zijn. Er was een probleem dat voorlopig veel belangrijker was dan het verkrijgen van een overgang over de Rijn. En dat was de logistiek. Eisenhower en de geallieerde planners hadden erop gerekend dat de Duitsers vanaf Normandië geleidelijk zouden terugvallen naar de Rijn en dat er dus voldoende tijd zou zijn om zeehavens te veroveren en vandaaruit de oprukkende legers te bevoorraden. Zo stond Aken op het programma voor D+350, dat wil zeggen voor de 350ste dag na de invasie.

Toen de Amerikanen op 10 september voor de poorten van die Karolingische schepping verschenen, liepen ze honderd dagen voor. Vanaf de Seine hadden de geallieerden de Duitsers in volle vlucht voor zich uit gedreven. Maar terwijl de winterstormen naderden, kwamen alle voorraden voor twee hele legergroepen nog aan land op de Normandische stranden. Dat stevende af op een ongekende logistieke crisis en daar was maar één remedie tegen, de verovering van de haven van Antwerpen en de Scheldemond. Bij Antwerpen hoorde dus Montgomery’s prioriteit te liggen, maar daar wilde de veldmaarschalk niet van horen. Hij verwachtte liever dat, als de Duitsers snel zouden capituleren, het logistieke probleem vanzelf zou verdampen. En de rest is geschiedenis.

Wat als de slag wel was gewonnen? Was dan bijvoorbeeld de hongerwinter voorkomen?

De gedachte dat een geslaagde operatie Market Garden tot een snelle bevrijding van heel Nederland had kunnen leiden en dus bijvoorbeeld de hongerwinter had kunnen voorkomen, kunnen we beter van ons af zetten. Het zou eenvoudig niet mogelijk zijn geweest de operaties voorbij Arnhem voort te zetten. De logistieke middelen daarvoor ontbraken en de Duitse tegenstand werd, naarmate de Wehrmacht dichterbij eigen huis vocht alleen maar sterker. Maar ook om een andere reden stond Montgomery er na afloop slechter voor dan op 16 september. De operatie, voor negentig of honderd procent geslaagd, zadelde de toch al overbelaste 21st Army Group namelijk met een enorm probleem op.

Antwerpen moest nog steeds veroverd worden, maar intussen was de frontlengte door de creatie van de corridor naar de Betuwe met maar liefst tweehonderd kilometer toegenomen. Ter weerszijden daarvan zaten Duitse eenheden die eerst met hun tegenaanvallen de opmars van XXX Corps vertraagden en vervolgens in taaie gevechten moesten worden opgeruimd. Dit was te danken aan het feit dat Hitler niet had ingestemd met de ideeën van veldmaarschalk Walter Model, de commandant van de Heeresgruppe B en opperbevelhebber voor het westen Gerd von Rundstedt om Noord-Brabant geleidelijk op te geven en terug te vallen op de grote rivieren. In de winter zou een dunne bezetting daar volstaan en konden eenheden worden vrijgemaakt voor meer bedreigde fronten of zelfs offensieve acties. Hitler stond op een hardnekkige verdediging van Noord- Brabant en het herstel van de fysieke samenhang met de Duitse posities bij Antwerpen en in Zeeland. De verovering van Zeeland, Noord-Brabant en Noord- Limburg heeft Montgomery tot begin december beziggehouden.

Waarom moest juist bij Arnhem de Rijn worden overgestoken? Had Nijmegen niet veel meer voor de hand gelegen om naar het Ruhrgebied door te stoten?

Wie een blik op de kaart werpt, zal zich inderdaad verwonderd afvragen waarom de route van Neerpelt naar het Ruhrgebied over Arnhem moest lopen. Na Arnhem moet ook nog een overgang over de IJssel worden bevochten. Had het niet veel meer voor de hand gelegen vanuit Noord-Brabant naar het noordoosten aan te vallen, de Maas bij Venlo over te steken en dwars door het Rijnland op het Ruhrgebied af te stevenen? Of, als het kennelijk via de Maasbrug bij Grave moest, was het dan niet logischer geweest bij de Waalbrug van Nijmegen te stoppen en vervolgens de Duitse grensverdediging, de Westwall op zijn zwakste punt, het uiteinde bij Kleef, te doorbreken en bij Wesel de Rijn te overschrijden? Per slot van rekening is dat laatste de manier waarop Montgomery is verder gegaan in februari 1945: de operaties Veritable en Blockbuster.

Om Montgomery’s voorkeur voor Arnhem te begrijpen, moeten we ons in zijn gedachtenwereld verplaatsen. Voor hem ging het niet in de eerste plaats om het Ruhrgebied. Hij keek al weer verder, zij het niet erg realistisch. Na de Rijn zou een ‘fullblooded thrust’ in de richting van Berlijn moeten volgen. Daar lag de hoofdprijs van de oorlog en die moest niet aan het Rode Leger worden overgelaten. Voor het begin van zo’n grootschalig offensief ontbrak in het Nederlandse rivierengebied de ruimte. Ten oosten van de IJssel was die er wel. Verder is wel gesuggereerd dat het doorstoten via de Veluwe naar de kust van het IJsselmeer het voordeel had, dat een einde zou komen aan de dreiging van de Duitse terreurwapens, de V-1 en V-2’s. Deze zouden dan niet meer naar hun afvuurinstallaties in het westen van Nederland gebracht kunnen worden. Dit argument moet niet al te serieus worden genomen. De eerste schrik voor de V-wapens maakte al snel plaats voor geruststelling. De wapens bleken veel te onnauwkeurig om een werkelijke militaire dreiging te vormen. Model en von Rundstedt hadden intussen wel geprofiteerd van Montgomery’s besluit naar Arnhem te gaan. Nadat zij hadden gezorgd dat de Britten bij de brug van Arnhem niet meer konden worden versterkt, zij de brug vervolgens hadden heroverd en versterkingen naar Nijmegen konden sturen, was de ergste spanning eraf. Zij konden zich richten op pogingen ook de andere twee luchtlandingsdivisies te isoleren en te vernietigen.

Waarom werd de slag bij Arnhem uiteindelijk verloren? Kwam het door verraad, door pech of door blunders?

Het idee dat verraad in het spel is geweest, heeft altijd tot de verbeelding gesproken, niet in de laatste plaats omdat de naam van een Koninklijke Hoogheid viel. Historici zijn een beetje klaar met deze kwestie. Het staat vast dat de Abwehr via Christiaan Lindemans, alias King Kong, over aanwijzingen beschikte dat er iets te gebeuren stond. Maar invloed op het Duitse optreden heeft dit niet gehad. De belangrijkste oorzaak van de mislukking is dat de operatie gepland werd in de euforie van de snelle opmars vanaf de Seine, toen alles mogelijk leek, maar dat zij werd uitgevoerd nadat de Duitsers zich al enigszins van de nederlaag in Normandië hadden kunnen herstellen, terwijl de geallieerden na hun snelle opmars juist aan het einde van hun krachten raakten.

Market Garden werd aldus een operatie op het scherpst van de snede. En dat maakte haar veel te gevoelig voor pech en blunders. En die waren er, want oorlog kan niet zonder. De landingsterreinen van de Britten lagen veel te ver van de brug in Arnhem, het was riskant dat pas op de derde dag de luchtlandingseenheden op volle sterkte zouden zijn, landingen overdag sloten een tactische verrassing uit, het XXX Corps maakte veel te weinig haast, de Duitsers hadden geluk dat zij restanten van twee pantserdivisies bij de hand hadden en dat er toevallig een oefening gaande was in de bossen van Oosterbeek, de commandant van de Britse paradivisie, Robert Urquhart, zat zich twee dagen op een zolder te verbijten en zo is er nog wel meer. Maar dat is allemaal wijsheid achteraf.

Afbeeldingen:

Dit artikel is afkomstig uit:

Titel:

Spiegel Historiael

 Jaargang:

 2004

 Nummer:

 9

 Uitgever:

 Virtumedia

 

Meer weten

Meer lezen over: 

Tijdperken: 

Inhoudelijke tags: 

Tijdschriften: