De raaf en de vos

3 eigenaardige fabels van Luther

Maarten Luther schreef ontzettend veel. Uitgebreide theologische verhandelingen (gepubliceerd in vele boeken), Bijbel- en liedvertalingen, oneindige briefwisselingen met vrienden en vijanden en fabels. Wat? Fabels? Ja. De reformator wist als geen ander dat gelijkenissen en beelden vaak beter werken dan theorie alleen. Uit een Duits boekje vol met (dieren)fabels van Luther, koos de redactie er drie en vertaalde ze.

De hond in het water

Er liep eens een hond door een waterstroom. Hij had een stuk vlees in zijn mond. Als hij op een gegeven moment zijn spiegelbeeld in het water ziet, denkt hij: ‘daar is nog meer vlees!’ en hapt er hebberig naar. Terwijl hij dat doet, verliest hij het stuk vlees dat hij in zijn mond heeft: de waterstroom voert het bij hem vandaan. Zo verliest hij beide: het spiegelbeeld (met het vlees) en het stuk vlees zelf. Les: ‘Wie het kleine niet eert, is ’t grote niet weert.’ Of met andere woorden: Men moet genoegen nemen met wat God hem/haar geeft. Wie niet genoegen neemt met weinig, is het niet waard veel te ontvangen. Wie teveel wil hebben, behoudt uiteindelijk niets. Menigeen verliest het zekere aan het onzekere.

De kraanvogel en de wolf

Toen op een dag de wolf gulzig een schaap aan het eten was, bleef een botje in zijn keel steken. Dit botje hinderde hem zo erg, dat hij een grote beloning uitreikte aan iemand die hem hiervan af kon helpen. Toen kwam de kraanvogel, hij stak zijn lange snavel in de bek van de wolf en bevrijdde hem van zijn last. Daarop vroeg de kraanvogel de wolf om zijn verdiende beloning, waarop de wolf antwoordde: ‘Wil je nog loon hebben? Dank God dat ik je de hals niet afgebeten heb, je moet me juist bedanken dat je levend uit mijn keel gekomen bent!’ Les: Als je goed wilt doen aan de mensen om je heen, moet je op de koop toe nemen dat je ondankbaarheid verdient. De wereld beloont alleen maar met ondankbaarheid, althans, dat is wat mensen zeggen.

De raaf en de vos

Een raaf had een kaas gestolen en streek neer in een hoge boom om de kaas te verorberen. Maar, zoals in de aard van het beestje, kan de raaf niet zwijgend eten, dus  zong hij trots over zijn gestolen kaas. Een vos hoorde zijn gezang en liep op hem toe: ‘Och raaf, nog nooit in mijn leven heb ik ooit een mooiere vogel gezien als jij bent. En omdat jij ook zo’n prachtige zangstem hebt, zouden ze je moeten kronen tot koning over alle vogels.’ De raaf is gevleid door zoveel lof en wil een lied aanheffen met zijn ‘mooie zangstem’. Hij doet zijn snavel open en.. de kaas valt uit zijn snavel. Behendig vangt de vos de kaas op, eet ‘m en lacht smakelijk om de dwaze raaf. Les: Pas op wanneer de vos de raaf looft, met andere woorden: kijk uit voor vleiers, ze zijn altijd op iets uit.

Bron

Vrij vertaald naar: Die Fabeln Martin Luthers, Maarten Luther, uitgegeven door Akanthus (Spröda 2014)

Afbeelding

Vom Raben und Fuchs, via Badische Zeitung

 

 

Meer weten

Meer lezen over: 

Landen: 

Personen: 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!