Alexander Fleming

Bacteriële infecties: ingedamd, maar niet verslagen

We zijn er inmiddels zo aan gewend dat we de meeste bacteriële infectieziekte doeltreffend kunnen bestrijden, dat we wel eens vergeten dat dit nog maar een vrij recente verworvenheid is. In 1928 ontdekte de Bitse arts Alexander Fleming (1881-1955) de penicilline.

Eigenlijk was dat een toevallige ontdekking. Fleming had een aantal bacteriekolonies op kweek staan. Hij ontdekte dat een kolonie die per ongeluk in de buurt van een bepaalde schimmel was gekomen, niet meer groeide. Fleming nam proeven met de schimmel en ontdekte dat die allerlei bacteriën doodde. Het duurde echter nog tot 1940 voordat het biochemicus Ernst Boris Chain (1906-1979) en zijn collega, patholoog Howard Walter Florey (1898-1968) lukte om de stof in een bruikbaar geneesmiddel om te zetten. De drie kregen in 1945 de Nobelprijs voor de geneeskunde.

Massale sterfte

Voor de ontdekking van de penicilline stierven mensen massaal aan bacteriële infectieziekten die ook nu nog hun tol eisen, maar die op dit moment wel te bestrijden zijn, zoals roodvonk, tuberculose en cholera. Berucht zijn natuurlijk ook de diverse uitbraken van de pest in de periode tussen de 14e en de 19e eeuw. Wie ziek werd, moest op eigen kracht overleven, want middelen om bacteriën te bestrijden waren er gewoon niet. Bacteriën waren al wel bekend. De Delftse handelaar en amateur-wetenschapper Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) had in 1676 bacteriën ontdekt met zijn eigengebouwde microscoop. Maar hij had geen idee wat die beestjes waren of deden.

Bacteriën als ziekteverwekker

Al ruim een eeuw eerder had de Italiaanse wetenschapper Fracastero van Verona (1478-1553) het vermoeden geuit dat ziekten werden veroorzaakt door onzichtbare, maar wel overdraagbare kiemen. Hij kon het alleen niet bewijzen. Het duurde tot de 19e eeuw voordat het verband werd gelegd. Louis Pasteur (1822-1895) was één van degenen die het verband zag, en ontdekte ook dat hitte een effectief middel tegen bacteriën is. Semmelweis (1818-1865) ontdekte in 1846 het nut van handen desinfecteren. Edwin Klebs (1834-1913) zag in zijn microscoop dat bij bloedvergiftiging bacteriën betrokken waren, en Robert Koch (1843-1910) ontdekte welke bacteriën de oorzaak waren van ziekten als miltvuur, tuberculose, cholera en buiktyfus. Door hun werk was een eeuwenoud mysterie: waar komen ziekten vandaan, deels opgelost.

Betere hygiëne

Hoewel de effectieve bestrijding van infectieziekten door antibiotica nog lang op zich zou laten wachten, was de ontdekking van de bacterie als ziekteverwekker wel de aanzet naar een betere hygiëne. Met de verbetering van het drinkwater en de riolering bleken infectieziekten weliswaar niet te bestrijden, maar wel te voorkomen en, eenmaal uitgebroken, in te dammen.  

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!