Conservatieven winnen verkiezingen in Spanje

De conservatieve Volkspartij (Partido Popular) heeft gisteren bij de parlementsverkiezingen in Spanje een klinkende overwinning behaald. De Partido Popular (PP) krijgt 186 zetels, wat goed is voor een absolute meerderheid in het Spaanse parlement. Nog nooit behaalde de PP na het einde van de Franco-dictatuur in 1975 een beter resultaat tijdens parlementsverkiezingen.

In 1931 werd in Spanje tijdelijk een einde gemaakt aan de monarchie. De toenmalige koning Alfons XIII werd verdreven, omdat de Spanjaarden meer democratie eisten. Het land werd formeel een democratie, maar bleef politiek instabiel. De fascistische dictator Franco wist na de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) aan de macht te komen. De kleinzoon van koning Alfons XIII, Juan Carlos I, werd in 1969 echter door Franco als nieuwe koning aangesteld en de monarchie werd hersteld. Juan Carlos I werd benoemd tot koning en is dat tot op de dag van vandaag.

Democratie

Toen Franco in 1975 kwam te overlijden, zette Spanje onder leiding van koning Juan Carlos I koers richting democratie. Zodoende werd in 1978 een democratische grondwet aangenomen. Vier jaar later kwam de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) aan de macht. Deze partij bleef dertien jaar aan de macht, waarin Spanje sterk moderniseerde. In 1986 trad het land toe tot de Europese Gemeenschap.

Partido Popular

In 1996 kreeg de conservatieve Partido Popular voor het eerst een meerderheid in het parlement. Tijdens deze regeerperiode nam Spanje deel aan buitenlandse vredesacties zoals in Joegoslavië en Irak. De aanwezigheid van Spanje in Irak was voor een islamitische terroristische organisatie die geïnspireerd was door terreurnetwerk Al Qaida voldoende om op 11 maart 2004 bomaanslagen te plegen op treinen in Madrid, waarbij 191 mensen om het leven kwamen.  De premier van de PP, José María Aznar, legde de schuld van de aanslagen in eerste instantie bij de Baskische terreurbeweging ETA. Tijdens de verkiezingen van dat jaar werd de PP afgestraft voor deze fout en kwam de PSOE weer aan de macht.

Economische crisis

Leider van de PSOE, José Luis Rodríguez Zapatero, werd hierop premier van het land. In eerste instantie was de regering van de PSOE een welvarende periode in Spanje. Zapatero werd in 2008 dan ook herkozen als premier. Hierna sloeg de economische crisis echter genadeloos toe in Spanje. De economie van het land verzwakte en de schuldencrisis deed hier nog een schepje bovenop. Momenteel is er sprake van een werkloosheid van 21 procent in Spanje en dit is het hoogste werkloosheidpercentage van de EU. In april van dit jaar liet Zapatero weten dat hij zich niet herkiesbaar zou stellen. Het was echter al maanden duidelijk dat de PP de verkiezingen, waarvan gisteren de uitslag bekend werd, zou gaan winnen.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!