De ‘gratie Gods’ en Europese koningshuizen

Uit het verkiezingsprogramma van D66 blijkt dat deze partij wil dat uit wettelijke teksten geschrapt wordt dat koningin Beatrix regeert bij ‘de gratie Gods’. De partij kwam vorige week ook al in opspraak doordat ze een voorstander zou zijn van ontkerkelijking. De term gratie Gods stamt uit de middeleeuwen, toen Pepijn de Korte hem voor het eerste gebruikte.

Pepijn de Korte (714-768) was vanaf 751 de eerste koning der Franken. Bij zijn troonsbestijging zou hij hebben verklaard dat hij regeerde bij de gratie Gods, wat een nieuw verschijnsel was. Pepijn was ook een uitzondering, want het duurde nog een lange tijd voor meer koningen hun soevereiniteit legitimeerden door te stellen dat hun macht van God kwam. Dit leverde namelijk veel problemen op met de machtige Katholieke Kerk in Rome. Het idee was dat er een machtsevenwicht zou bestaan als de paus als plaatsvervanger van God op aarde de geestelijke macht in handen had, en de vorsten en koningen als ‘gewone’ stervelingen de wereldlijke macht beschermden. Toen Pepijn verklaarde ook bij de gratie Gods te regeren, ondermijnde hij dan ook eigenlijk de macht van de paus en de kerk.

Droit Divin

Tijdens de hele middeleeuwen waren er dit soort machtsstrijden tussen Europese vorsten en de Katholieke Kerk. In de 17e eeuw begonnen echter steeds meer vorsten te verklaren dat ze regeerden op basis van het zogenaamde ‘droit divin’, het goddelijke recht. De politiek filosoof Jean Bodin (1530-1596) had een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van deze theorie. Hij stelde namelijk dat God rechtstreeks de macht aan koningen gaf en alleen God boven deze koning stond, die dus ook geen verantwoording aan de kerk of het volk hoefde af te leggen. Een slechte vorst zou door God worden gestraft na zijn dood. Absolutistische vorsten gingen hiermee aan de haal door hun allesoverheersende gezag te legitimeren. Een voorbeeld hiervan is Lodewijk XIV (1638-1715), die zou hebben gezegd,’ L’État, c’est moi’ (de staat dat ben ik), omdat hij de enige persoon op aarde was die niet aan wetten gebonden was en niemand boven hem hoefde te dulden.

Nederland

In Nederland was de situatie wat anders dan in bijvoorbeeld Frankrijk, omdat er sinds Filips II geen absoluut vorst over het land had geregeerd. Toen de Bataafse Republiek en de Franse tijd eindigden in 1815 en de afstammelingen van Willem van Oranje op de troon kwamen, moest de legitimatie van deze macht worden gezocht in de rol die de stadhouders in de Nederlandse geschiedenis hadden gespeeld. Omdat de 19e eeuw de tijd van de opkomst van de natiestaten was, moest er ook een soort collectief gevoel en herinnering voor de Nederlanders komen. De Oranjes konden hier mooi voor dienen. De leuze ‘God, Oranje en het vaderland’ kwam in gebruik omdat religie het beste middel leek om de Oranjes als vorsten van Nederland erkend te krijgen. In de 20e eeuw veranderde dit beeld weer, doordat toen het besef opkwam dat de natiestaat en dus eigenlijk ook de monarchie, constructies waren. De natie had een andere functie gekregen en in plaats van bij de gratie Gods regeerden vorsten vanaf deze tijd in de praktijk vaak bij de gratie van het volk.

Beatrix en de gratie Gods

Slechts een enkeling zal nog beweren dat er in Nederland nog een theocratische macht is waarin de koningin haar macht uitoefent met goedkeuring van god, maar D66 stoort zich toch aan de woordkeuze op wettelijke papieren.  Dat D66 deze stelling in het partijprogramma heeft opgenomen is niet een grote verrassing. De partij is namelijk een groot voorstander van secularisme.

Rubrieken: 

Personen: 

Tijdperken: 

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Bekijk het gehele programma van de Week van de Koloniale Geschiedenis met thema ‘Aan het Werk’.

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!

Lees Ons Amsterdam

Iedere maand meeslepende en prachtig geïllusteerde verhalen over de de geschiedenis van Amsterdam.

Ontdek Geschiedenis Magazine!