Ministerraad van de EEG kwamen bijeen in Brussel, 1964.

De Nederlandse rol in de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap

Als de Europese economie wankelt, lijdt heel Europa daar onder. Deze Europese economie ontstond op 25 maart 1957 met de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap. Nederland speelde een hoofdrol in de integratie van de Europese economieën.  

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) is de eerste Europese instantie en wordt gezien als het begin van de Europese Unie. Maar naast het EGKS waren er meerdere plannen voor integratie. Zo werd er gesproken over een algemeen Europees defensiebeleid, een politieke unie, een gemeenschap voor atoomenergie en een gemeenschappelijke markt. De eerste twee ideeën mislukten, maar de laatste twee ideeën slaagden wel. Het belangrijkste voor Europa is de gemeenschappelijke markt geworden, onder de naam van Europese Economische Gemeenschap (EEG).

De voorloper van de EEG

De geschiedenis van de Europese Economische Gemeenschap begint bij Nederland, België en Luxemburg. In 1944 richtten de drie landen een douane-unie op, waardoor er vrij verkeer van goederen plaats kon vinden. Het doel was om de onderlinge handel te bevorderen, want van het naoorlogse Duitsland was niet veel te verwachten.

In 1946 wilde Frankrijk graag lid worden van de douane-unie, maar de Benelux zag dit niet zo zitten. Twee jaar later, in 1948, waagde Frankrijk een tweede poging. Deze keer deed Italië ook een verzoek tot lidmaatschap. Maar Nederland ging niet akkoord met deze verzoeken omdat Duitsland niet betrokken zou zijn bij de unie. Duitsland was toen der tijd al de grootste handelspartner van Nederland, waardoor zij graag wilde dat Duitsland onderdeel zou uitmaken van de douane-unie.

Het Beyen-plan

In 1952 werd er onderhandeld over de Europese Defensiegemeenschap. Tijdens deze onderhandelingen deed Nederland het voorstel om een gemeenschappelijke markt op te richten. Dit plan was het Beyen-plan, vernoemd naar de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken in kabinet-Drees III. Het Beyen-plan werd door Frankrijk afgewezen omdat ze vreesde dat het te ambitieus zou zijn en tot een debacle zou leiden. 

Frankrijk wilde graag verdere integratie in de energiesector en in de transportsector, maar wilde dus geen gemeenschappelijk markt. De reden hierachter was dat de Franse industrie niet sterk genoeg was om te concurreren met de Duitse industrie. De Franse politiek besefte echter al snel dat haar industrie nooit concurrerend zou worden, tenzij het gedwongen zou worden om te gaan concurreren. Het resultaat was dat er een initiatief van de Benelux-landen kwam waarin de Franse eisen en de gemeenschappelijke markt met elkaar verbonden werd.

De Franse motieven

Hoewel de Fransen nog wel sceptisch waren, zijn ze uiteindelijk toch akkoord gegaan met de plannen van een gemeenschappelijk markt. Dit heeft veel te maken gehad met de Suez-Crisis (1956) en de oorlog in Algerije (1954-1962). Beide gebeurtenissen toonden aan hoe onvermogend Frankrijk was geworden in de naoorlogse wereld en het zorgde ervoor dat Frankrijk positiever kwam te staan tegenover Europese samenwerking.

Er was dus een noodzaak om de Franse industrie concurrerend te maken, daarnaast was er het besef van het onvermogen van Frankrijk en de angst dat de Europa-kritische De Gaulle aan de macht zou komen. Dit zorgde ervoor dat er na jaren een overeenkomst werd bereikt tussen de verschillende landen. In ruil voor de gemeenschappelijke markt eiste Frankrijk wel een Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en een Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

De Europese Economische Gemeenschap zorgt ervoor dat we een Europese gemeenschappelijke markt hebben sinds 25 maart 1957. Hierdoor kunnen goederen, personen, diensten en kapitaal zich al ruim 50 jaar vrijelijk bewegen tussen de landen van de Europese Unie. Nederland heeft zich hier vanaf de jaren ’40 sterk voor gemaakt en kan gezien worden als de grondlegger van de EEG.

Dit artikel is een bewerking van een artikel dat eerder op IsGeschiedenis verscheen. Het is aangepast om het beter te laten aansluiten op het nieuws.

Dit artikel is geschreven binnen het kader van de Europese Parlementsverkiezingen. Dit jaar zijn de negende verkiezingen van het Europees Parlement. In Nederland kan er op 23 mei worden gestemd.

Meer weten over de EU? In ons dossier over Europese politiek lees je er alles over.

Afbeelding

Ook interessant: 

Tijdperken: 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Ontdek Geschiedenis Magazine!

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. Het is gratis!

Meteen op de hoogte van de nieuwste historische verhalen!

Deze bijzonder collectie, met bruiklenen van het Rijksmuseum, is verlengd t/m 13 september 2020.