Politieke geschiedenis van België

De politieke geschiedenis van België

Na 135 dagen onderhandelen is er weer een regeerakkoord in België. De vorige formatie duurde nog 541 dagen. De hedendaagse Belgische politieke situatie is een complex geheel van federale en regionale parlementen en regeringen. De politieke geschiedenis van België is al net zo complex.

Na de Belgische onafhankelijkheid

Met de onafhankelijkheid van België in 1830 werd het land een constitutionele monarchie. Het motto van de regering was 'eendracht maakt macht'. Al snel bleek dat die eendracht er niet altijd was. Tegenstellingen tussen katholieken en liberalen zorgden de hele 19e eeuw lang voor onrust in het parlement. Aan het einde van de 19e eeuw kwamen daar onder invloed van de industrialisering ook nog eens de socialisten bij. Onder invloed van die socialisten werd het kiesstelsel herzien. Er kwam in 1893 een algemeen meervoudig kiesrecht voor mannen vanaf 25 jaar. Dat betekende dat alle mannen ten minste één keer mochten stemmen, maar wie accijns betaalde of een bekwaamheidsattest bezat, mocht meerdere stemmen uitbrengen. Vanaf halverwege de 19e eeuw kwam ook de taalproblematiek op de agenda te staan. Alle officiële bekendmakingen en wetten werden in het Frans opgesteld. De gelijkheidswet die in 1898 werd aangenomen zorgde ervoor dat alle wetten en besluiten vanuit de overheid in zowel het Nederlands als Frans werden geschreven.

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd België voor het overgrote deel bezet door Duitsland. De Duitsers probeerden enerzijds de bezette gebieden in te zetten ten bate van de oorlogvoering, aan de andere kant probeerden de Duitsers ook de steun van de Belgen voor zich te winnen. In het bezette gebied werden Nederlandstalig Vlaanderen en Franstalig Wallonië van elkaar gescheiden. De Vlamingen kregen de ruimte om de Raad van Vlaanderen op te zetten, waarmee ze een soort regering hadden en in 1917 zelfs de Vlaamse onafhankelijkheid uitriepen. Dat zagen de Duitsers echter niet zitten. Onder druk van onderhandelingen die gaande waren, ontbonden zij de raad weer. Aan de andere kant van het front, in vrij België, begonnen de eerste problemen met de tweetaligheid te ontstaan. Het officierskorps van het Belgische leger was volledig Franstalig, terwijl de Nederlandstalige gewone soldaten geen zicht hadden op promotie. Dat leidde tot muiterij in de loopgraven.

Interbellum

In 1919 werd het enkelvoudig algemeen kiesrecht ingevoerd. Nu hadden alle mannen vanaf 21 jaar één stem. De kern van de regering lag bij de drie hoofdstromingen in de Belgische politiek. De liberalen, socialisten en de katholieken, die voor de Eerste Wereldoorlog voor scherpe tegenstellingen zorgden, werkten nu in veel gevallen samen. De eerste sociale wetgeving begon te ontstaan. Ondertussen kwamen aan de randen van het politieke spectrum ook nationaal-socialistisch en communistisch georiënteerde partijen op.

Tweede wereldoorlog

Na de Duitse inval besloot koning Leopold dat zijn positie als opperbevelhebber van het leger belangrijker was dan zijn positie als regeringsleider. Terwijl het Belgische leger het land verliet bleef hij in België en werd op die manier krijgsgevangen gemaakt. Na de capitulatie installeerden de Duitsers een militair bewind, dat er vooral voor moest zorgen dat er rust en orde heersten en dat de economische kracht van het land vooral ten bate kwam van de oorlog. In een poging België volledig bij Duitsland in te lijven werd het militair bestuur in de zomer van 1944 alsnog vervangen door een burgerlijk bestuur. Maar door de snelle opmars van de geallieerden ging dat niet door.

Taalstrijd

Na de bevrijding werden er weer regeringen van nationale eenheid aangesteld. Maar het politieke landschap bleek sterk veranderd. De drie hoofdstromingen bestonden nog steeds, maar de partijen waren van naam veranderd en binnen elke stroming bestond nu een Nederlandstalige en een Franstalige partij. De tweetaligheid begon steeds meer een bron van tegenstellingen te vormen. In de jaren '60 werden de taalwetgeving herzien en werd er een taalgrens vastgelegd. De almaar groeiende tegenstellingen tussen de taalgebieden leidden uiteindelijk tot grote hervormingen in de Belgische politiek.

Federalisering

Vanaf de jaren '70 werd de Belgische eenheidsstaat langzaam omgevormd tot een federatie. Er kwam een regering en parlement op drie niveaus: federaal, gewestelijk en gemeenschappelijk. Deze federalisering loste echter niet alle tegenstellingen op. In de Voerstreek, aan de grens met Nederlands Limburg liepen de taal- en gewestelijke grenzen niet gelijk, wat tot onrust en zelfs rellen leidde. Een ander punt van discussie is het gewest Brussel-Halle-Vilvoorde. Deze kieskring, waar de taalgrens dwars doorheen loopt, is door een compromis bij de vaststelling van de taalgrens in tact gebleven zonder dat er duidelijke afspraken over de bestuurlijke indeling van het gebied zijn. Doordat niet alle verhoudingen tussen Frans- en Nederlandstaligen zijn vastgelegd, is hier de problematiek die tot de federalisering van België leidde, blijven bestaan. De kwestie werd in de 21e eeuw zo'n heet hangijzer dat het na de federale verkiezingen van 2010 maar liefst 541 dagen duurde voor er een regering gevormd kon worden. De partijen konden het niet eens worden over de splitsing van het kiesdistrict. Uiteindelijk kwam er een akkoord dat in 2012 werd aangenomen. Op 25 mei 2014 ging België opnieuw naar de stembus, voor de 'moeder aller verkiezingen'. De Belgen konden stemmen voor het federale parlement, voor de gewestelijke parlementen en voor het Europees parlement. Nu, 135 dagen na die verkiezingen is er dus ook een federale regering.

Meer weten

Landen: 

Tijdperken: 

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.