De schone slaapster uit Engeland

Een Engelse studente van 21 lijdt aan het zeldzame Kleine-Levin Syndroom, waardoor ze gedurende 2 maanden lang minimaal 23 uur per dag slaapt. Het syndroom komt elke 7 maanden naar de oppervlakte, waardoor ze dus gemiddeld zo'n 3,5 maand per jaar uit de running is, zo schrijft het AD. Ze wordt door de krant de 'Schone Slaapster’ genoemd, naar het bekende sprookje Doornroosje, dat we op schrift voor het eerst tegenkomen in de 17e eeuw.

Wie kent het verhaal van Doornroosje niet? De beeldschone prinses die zich prikte aan een spinnenwiel en honderd jaar sliep. Generaties zijn er mee opgegroeid. De vroegste versie van het sprookje is te vinden in het boek Histoires ou contes du temps passé, avec des moralités: Contes de ma mère l'Oye, van de Franse schrijver Charles Perrault (1628-1703), in Nederland uitgegeven als Sprookjes van Moeder de Gans. Het boek werd in 1697 voor de eerste keer uitgegeven, en vele verhalen uit het boek zijn heel bekend geworden, zoals Assepoester, Klein Duimpje en De Gelaarsde Kat.

Oeroude verhalen

Perrault bedacht deze verhalen niet zelf. Sprookjes zijn vaak oeroude verhalen, die van generatie op generatie werden doorverteld. Daarom zijn er van de meeste sprookjes ook tientallen varianten in omloop. Maar Perrault was wel de eerste die een verzameling sprookjes op schrift stelde en uitgaf. Het woord sprookje komt van het middeleeuwse 'sproke', wat 'verhaal' betekent. Sprookjes zijn een apart literair genre, en hebben raakvlakken met andere oude vertelstijlen, zoals mythes, sagen, legenden en fabels.

Archetypen

Meer dan honderd jaar later waren in Duitsland de gebroeders Jacob (1785-1863) en Wilhelm (1786-1859) Grimm verwoede verzamelaars van sagen en volksverhalen. In 1812 brachten zij het eerste deel van hun Kinder- und Hausmärchen uit. Onder de ruim 200 sprookjes die ze van 1812 tot1822 uitbrachten was ook Doornroosje, en wel meteen in het eerste deel (nummer 50). De sprookjes van Grimm en Moeder de Gans werden internationaal bekend. Sprookjesfiguren als de schone prinses, de dappere prins, de boze koningin, de boze wolf, werden archetypen die zich diep nestelden in de Europese volksverhalen en volksmentaliteit.

Verhaal met een moraal

Precies het doel waarvoor de verhalen ooit gemaakt waren. Want sprookjes zijn over het algemeen verhalen met een sterke moraal: eerlijkheid loont, het kwaad wordt bestraft. Daarom zijn ze uiteindelijk geëvolueerd tot kinderverhalen, want oorspronkelijk waren ze dat niet. Veel oude versies van sprookjes bevatten nogal gruwelijke details: zoals kannibalisme, seksuele toespelingen (het prikken aan het spinnewiel of de lange haren van Rapunzel), of het uitten van kritiek op de hogere klassen (De Gelaarsde Kat). Veel oude sprookjes lopen ook helemaal niet goed af. Niet direct iets dat je voor het slapen gaan nog even aan je kleine vertelt.

Niet te behandelen

Het Doornroosje-syndroom waar de Engelse studente aan lijdt is officieel het Kleine-Levin syndroom, een neurologische aandoening waarvan de oorzaak niet bekend is. Meestal wordt de ziekte vastgesteld bij jongens in de tienerleeftijd. Behandeling is moeilijk. Soms worden patiënten behandeld met stimulerende middelen zoals amfetaminen of met hormonen. Gelukkig lijkenveel patiënten er uiteindelijk overheen te groeien. De gemiddelde duur van het syndroom varieert tussen de vier en acht jaar.

Meer weten

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.

En mis nooit meer de mooiste historische verhalen!