Slag bij Stamford Bridge

De Slag bij Stamford Bridge

Op 25 september 1066 vond de Slag bij Stamford Bridge plaats. Na het overlijden van de Engelse koning Eduard de Belijder brak er een strijd uit om zijn opvolging. Onder anderen de Engelse koning Harold Godwinson en de Noorse koning Harald Hardrada maakten aanspraak op de troon. Hun legers troffen elkaar bij Stamford Bridge. De veldslag betekende het definitieve einde van ruim twee eeuwen Noorse invloed in Engeland.

Opvolging van Eduard de Belijder

Toen de Engelse koning Eduard de Belijder in januari 1066 kinderloos overleed, was het onduidelijk wie hem op moest volgen. De zwager van de koning, Harold II Godwinson, beweerde dat Eduard hem op zijn sterfbed had aangewezen als opvolger en liet zich tot nieuwe koning uitroepen. Hertog Willem van Normandië verzette zich echter tegen deze gang van zaken; volgens hem had Eduard hem jaren eerder al de Engelse kroon beloofd. Een strijd was onvermijdelijk en zowel Harold als Willem begon met het opbouwen van een machtig leger.

Harald Hardråde verovert York

Terwijl Harold zich in het zuiden van Engeland voorbereidde op de verwachte Normandische invasie, stond er in het noorden een derde troonpretendent op: de legendarische Noorse koning Harald Hardrada. Met 300 schepen en zo'n 15.000 soldaten landde hij op de Engelse kust en veroverde de strategische stad York.

Opmerkelijk genoeg vocht Tostig Godwinson, de jongere broer van koning Harold, mee aan de zijde van de Noren. Tostig was een jaar eerder door zijn broer verbannen uit Engeland en zocht nu wraak.

Noorse leger volledig overrompeld

Zodra Harold hoorde van de Noorse invasie, trok hij direct naar het noorden. Door vier dagen lang onafgebroken te marcheren — een indrukwekkende afstand van ruim 300 kilometer — bereikte hij York veel sneller dan Hardrada en Tostig voor mogelijk hadden gehouden.

Het Noorse leger was absoluut niet voorbereid op een gevecht en werd bij de brug van het dorpje Stamford Bridge overrompeld. Door het warme najaarsweer en het rotsvaste geloof dat de Engelsen nog in het zuiden zaten, hadden de meeste Noren hun zware maliënkolders bij de schepen achtergelaten.

Volgens de overlevering wist één reusachtige Noorse krijger de Engelse opmars urenlang te vertragen door in zijn eentje de smalle houten brug over de rivier de Derwent te verdedigen. Pas nadat een Engelse soldaat in een houten vat onder de brug door voer en hem van onderen met een speer doorboorde, kon het Engelse leger de rivier oversteken.

De strijd veranderde vervolgens in een slachting. Ruim 8.000 Noorse soldaten sneuvelden; ook Tostig en koning Harald Hardrada kwamen om het leven. Van de 300 Noorse schepen waren er na afloop slechts 24 nodig om de overlevenden terug naar huis te brengen.

De genadeslag bij Hastings

Met de klinkende overwinning bij Stamford Bridge had Harold een einde gemaakt aan de Noorse dreiging in Engeland, maar lang kon hij niet feesten. Drie dagen na de slag, op 28 september 1066, landde Willem van Normandië aan de zuidkust bij Pevensey.

Harolds leger moest na de zware strijd opnieuw 300 kilometer terug naar het zuiden marcheren. Die uitputtingsslag werd de koning fataal: tijdens de beroemde Slag bij Hastings op 14 oktober 1066 werd het gedecimeerde Engelse leger verslagen en kwam Harold om het leven. Willem veroverde het eiland, kreeg de bijnaam 'de Veroveraar' en liet zich op eerste kerstdag 1066 kronen tot koning van Engeland.

Bronnen

Afbeelding

Ook interessant: 

Rubrieken: 

Beschavingen: 

Landen: 

Tijdperken: 

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief. 

Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!