uitvinding van kauwgom

De uitvinding van kauwgom

Je hebt er vast wel eens per ongeluk in gegrepen. Of je hebt wel eens een kleverig stuk onder je schoenen gehad. En veel, heel veel mensen gebruiken het. Kauwgom. Hoewel kauwgom pas aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland opdook, stamt kauwgom al uit de oertijd.

Prehistorische kauwgom

Dat mensen al lang op dingen kauwden was al bekend toen in 2007 een Britse student archeologie in Finland op een stukje prehistorisch afval stuitte. Een klompje uitgekauwde kauwgom, gemaakt van teer uit berkenschors. Een bijzondere vondst, niet in de laatste plaats omdat er ook nog duidelijke tandafdrukken in stonden. Volgens de opgravingsleider maakten de mensen in de steentijd al gebruik van de desinfecterende stoffen die hierin zaten.

Oude Grieken

Ook de Grieken aten kauwgom. Zij gebruikten een soort rubberachtige substantie die uit de mastiekboom werd gehaald. Griekse vrouwen geloofden dat het spul hun gebit schoonhield en de adem een zoete geur gaf. Volgens sommigen zou de naam van de plant zelfs afgeleid zijn van het woord ‘mastichon’, het Grieks voor kauwen.

Kauwgom uit Amerika

Toen de eerste Europese kolonisten in Noord-Amerika aankwamen, zagen ze dat de mensen daar op zachte stukjes hars van sparren kauwden.  Tegen het begin van de 19e eeuw werden dergelijke stukjes gezoete hars verkocht, net als wij nu kauwgom kennen. Halverwege diezelfde eeuw kwam gezoete paraffine was in zwang. Uiteindelijk werd dit populairder dan de sparrenhars.

Moderne kauwgom

Rond dezelfde tijd maakte men in de VS kennis met chicle. Een soort gom die uit Mexico kwam. Waarschijnlijk was het Thomas Adams die op het idee kwam om chicle te gaan gebruiken om op te kauwen. Volgens de verhalen was Adams op zoek naar een meer bruikbare vorm van rubber voor rubber banden. Hoewel chicle geen geschikte vervanging voor  rubber was, bleek de gom wel geschikt als alternatief voor de kauwsnoepjes van paraffine en sparrenhars. Volgens de overlevering raakte Adams geïnspireerd omdat hij zelf altijd de achterkant van zijn potloodt kauwde. De kauwgom die Adams van chicle liet maken, bestaat nog steeds onder deze merknaam.

Patent op kauwgom

Chiclets_advertisement,_1905 Reclame voor Chiclets kauwgom

 

Het is lang niet zeker dat Adams de gene was die bedacht dat chicle geschikt was om kauwgom van te maken. Een van de eerste patenten op kauwgom werd namelijk in 1869 aangevraagd door William F. Semple. Volgens sommigen kocht Adams de patenten op kauwgom en verbond er op die manier zijn naam aan. Adams ontwikkelde machines om de kauwgom te maken en stichtte samen met William Wringley de eerste kauwgomfabriek. Vanaf at moment begon maakte kauwgom echt aan z'n opmars. Verschillende merken kwamen op en werden succesvol. Eén van de merken die in Adams' fabriek geproduccueerd werd, Tutti Frutti, werd in 1888 ook het eerste merk dat in een snoepautomaat werd verkocht werd.

Kauwgom in Europa

Dat gebeurde echter allemaal in Amerika. In Nederland ging het minder hard. Tot de Tweede Wereldoorlog. Kauwgom zat in de rantsoenen van Amerikaanse en Canadese soldaten en piloten. Kauwgom werd razend populair onder de Nederlandse bevolking. In 1948 werd in Amsterdam een kauwgomfabriek opgericht die de naam Meaple Leaf kreeg, als eerbetoon aan de Canadezen. Inmiddels is de kauwgomfabriek opgegaan in andere merken.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.