
Dopinggebruik van sporters in West-Duitsland
Jarenlang gold Oost-Duitsland als het absolute schoolvoorbeeld van een door de staat gestuurd dopingnetwerk. Toch bleek de Bondsrepubliek in het westen er precies dezelfde praktijken op na te houden. Vanaf de jaren vijftig en zestig kregen ook West-Duitse topsporters ,gesteund met geld vanuit de overheid in Bonn, op grote schaal prestatieverhogende middelen toegediend. Waarom besloot West-Duitsland mee te doen aan deze geheime medische strijd, en hoe diep drong de doping door in het Duitse topvoetbal?
Hoewel het systematische dopinggebruik in Oost-Duitsland jarenlang fel werd veroordeeld, vond het in West-Duitsland sinds de jaren vijftig eveneens plaats. Vanaf de jaren zeventig gebeurde dit stelselmatig en met financiële steun van de West-Duitse overheid. Dit bleek uit een uitgebreid onderzoek van de Berlijnse Humboldt-Universiteit. De belangrijkste aanleiding voor het opzetten van dit programma waren de resultaten van de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad, waar sporters uit de DDR significant beter scoorden dan die uit West-Duitsland. De West-Duitse sportwereld besloot daarop tot actie over te gaan.
Doping in Oost-Duitsland
Uit het rapport van de Humboldt-Universiteit bleek dat een West-Duitse minister had geëist over ‘dezelfde middelen als de Oost-blok-atleten’ te beschikken. Het dopingprogramma in de DDR had een officiële naam, namelijk Staatsplan 14.25. Oost-Duitse sporters kregen vaak zonder het zelf te weten doping toegediend. Vooral bij vrouwen wierp het dopinggebruik zijn vruchten af. Omdat West-Duitsland niet onder wilde doen voor Oost-Duitsland, de grote rivaal gedurende de Duitse opdeling tussen 1949 en 1990, begon de regering in Bonn rond 1970 daarom met de financiering van ontwikkelingskosten van doping, zoals bijvoorbeeld anabolen en EPO.
Afname van doping
In West-Duitsland waren voetballers de grootste afnemers van de prestatieverhogende middelen. Ook minderjarige en vrouwelijke sporters kregen doping toegediend, hoewel dat bij wet verboden was. Bij vrouwen en jongeren ging het met name om het gebruik van anabole steroïden. Dat de afname op grote schaal plaatsvond, blijkt uit het feit dat alleen al regionale sportbonden rond steden als Freiburg, Keulen en Saarbrücken gezamenlijk voor zeker 10 miljoen Duitse mark aan verboden middelen aanschaften.
WK-finale 1974
Of de West-Duitse voetballers ook doping gebruikten tijdens de roemruchte WK-finale tegen Nederland in 1974 is nooit definitief bewezen. Johan Cruijff, die destijds de finale speelde, liet er later over los dat hem toentertijd niets vreemds was opgevallen aan de West-Duitsers. Dat de Duitse spelers fysiek meer ontwikkeld waren, schreef hij gekscherend toe aan het feit dat zij meer bier dronken.
De details over het West-Duitse overheidsprogramma kwamen definitief aan het licht nadat het dagblad Süddeutsche Zeitung de hand wist te leggen op het geheime onderzoeksrapport van de Humboldt-Universiteit. Zowel atleten, artsen als prominente politici werden in het dossier genoemd. Het rapport zwengelde ook in Nederland de discussie aan over de vraag in hoeverre het Nederlandse topvoetbal in de jaren zeventig met prestatieverhogende middelen in aanraking was gekomen.
Bronnen
- Telegraaf.nl, ‘West-Duitsland massaal aan de doping’.
- Rtlnieuws.nl, ‘West-Duitse regering stimuleerde dopingprogramma’.
- Nu.nl, ‘Cruijff merkte niets van dopinggebruik West-Duitsers’.
- Elsevier.nl, ‘Regering West-Duitsland leverde doping aan sporters’.






