
Drie opmerkelijke filosofische vetes door de eeuwen heen
Bij filosofen denken we vaak aan diepe, serene denkers die elkaars stellingen op vreedzame en respectvolle wijze uitdagen. Toch kwam het regelmatig voor dat grote denkers uit dezelfde tijd lijnrecht tegenover elkaar stonden en hun meningsverschillen gingen bovendien vaak veel verder dan een intellectuele discussie. Van het openlijk de ander voor schut zetten in diens eigen collegezaal, tot het belachelijk maken van niet alleen elkaars werk, maar ook elkaars persoonlijkheid in geschreven brieven. Deze drie vetes tonen aan dat filosofen lang niet altijd zo gereserveerd waren.
Plato's grootse ideeën versus Diogenes’ geplukte kip
Toen de Westerse filosofie zo’n 2300 jaar geleden opbloeide in de Griekse Oudheid, stonden twee wijsgeren al lijnrecht tegenover elkaar. Plato, de beroemde leerling van Socrates, leraar van Aristoteles en vader van de Ideeënleer, raakte naar verluidt flink in conflict met de cynicus Diogenes van Sinope. Plato geloofde dat onze tastbare wereld slechts een imperfecte afspiegeling is van een hogere, perfecte ideeënwereld. Diogenes zocht de waarheid in het hier en nu op de meest minimalistische manier mogelijk, en dat botste.
Diogenes leefde als een zwerver in een grote voorraadpot (een pithos) en bezat niets meer dan een mantel en een houten drinknap. Hij vond maatschappelijke conventies en tradities verachtelijk; zo masturbeerde hij in het openbaar en liep hij overdag met een brandende lantaarn over de markt, op zoek naar 'een oprecht mens'. Diogenes was in die zin een volledig tegenbeeld van de academisch-ingestelde en welgemanierde Plato.

Hun ontmoetingen waren doordrenkt van sarcasme. Toen Plato de mens in een van zijn colleges definieerde als een 'tweevoetig wezen zonder veren', zag Diogenes dit als een perfecte kans om hem recht voor zijn leerlingen voor paal te zetten. Hij plukte een kip kaal, stormde hiermee Plato’s school binnen en riep: “Aanschouw! De mens volgens Plato!” Plato noemde Diogenes op zijn beurt ‘de dolle versie van Socrates’.
Ook over hun levensstijl verschilden ze van mening. Toen Plato zag hoe Diogenes zijn groenten waste in de rivier, merkte hij snedig op: "Als je had geleerd de tiran Dionysius te behagen, hoefde je nu geen groenten te wassen." Diogenes keek niet op of om en antwoordde: "En als jij had geleerd groenten te wassen, hoefde jij Dionysius niet te behagen."
Van bewonderaar naar felle criticus: Rousseau en Voltaire
Toen de Verlichting in de achttiende eeuw opbloeide in Frankrijk, stonden twee van de grootste denkers binnen de stroming al snel lijnrecht tegenover elkaar. Voltaire, toen al een gerenommeerd schrijver en denker, raakte flink in conflict met filosoof-collega Jean-Jacques Rousseau. Waar Voltaire geloofde dat de maatschappij, cultuur en de wetenschap de mens juist vooruithelpen, zag Rousseau de samenleving als een bron van corruptie en ongelijkheid. Hij vond dat de mens terug moest naar zijn natuurlijke staat.
Aanvankelijk keek de jongere Rousseau nog enorm op tegen Voltaire. In 1745 stuurde hij hem een lovende brief waarin hij hem bedankte voor zijn intellectuele invloed, die Voltaire beantwoordde met een bescheiden brief. De wederzijdse vriendelijkheid zou echter al snel omslaan in een venijnige vete.

Nadat Voltaire Rousseaus beroemde stuk over ongelijkheid had gelezen, was hij totaal niet onder de indruk. Hij schreef Rousseau een brief waarin hij snerpte: “Niemand heeft ooit zoveel verstand gebruikt om mensen ervan te overtuigen dat zij beesten zijn. Bij het lezen van uw werk krijgt men de neiging weer op handen en voeten te lopen. Aangezien ik die gewoonte echter al meer dan zestig jaar geleden heb afgeleerd, vrees ik helaas dat het onmogelijk voor mij is haar opnieuw aan te nemen.”
Rousseau sloeg op zijn beurt direct terug. Hij verweet de rijke Voltaire dat hij vanuit zijn luxe villa makkelijk praten had met zijn cynische stellingen, maar nooit met echte oplossingen kwam. Toen Voltaire een gedicht schreef waarin hij klaagde over Gods schijnbare onverschilligheid met als voorbeeld de desastreuze aardbeving van Lissabon van 1755, reageerde Rousseau hier direct op met een zeer kritische blik: de natuur had die mensen immers niet met duizenden tegelijk dicht op elkaar gezet; dat had de mens zelf gedaan.
Voltaire pikte de kritiek niet en haalde publiekelijk uit door te grappen dat Rousseaus nieuwste roman 'voor de ene helft in een bordeel en voor de andere helft in een gekkenhuis was geschreven'. Hij deelde ook nog eens openbaar gevoelige informatie over Rousseaus privéleven en bespotte diens arme komaf. De twee kwamen nooit tot verzoening met elkaar en stierven ironisch genoeg in exact hetzelfde jaar, 1778.
Van vrienden naar vijanden: Camus en Sartre
Toen de Franse filosofen Albert Camus en Jean-Paul Sartre elkaar in 1943 ontmoetten bij een theatervoorstelling in bezet Parijs, was dat het begin van een legendarische vriendschap. Beide heren waren eigentijdse literaire supersterren, met allebei een Nobelprijs voor de Literatuur op hun naam. Ze golden als dé gezichten van de filosofische stromingen het existentialisme en het absurdisme. Hoewel ze in hun krantenrecensies scherpe kritiek over elkaars werk schreven, gingen beiden hier volwassen mee om. Camus en Sartre doken samen het Parijse nachtleven in en vormden acht jaar lang een hechte band die zelfs hun filosofische meningsverschillen niet kon breken. Het was juist een politiek conflict dat leidde tot een plotselinge breuk.

In 1951 publiceerde Camus zijn boek De mens in opstand, waarin hij alle vormen van totalitaire politiek veroordeelde en zich fel uitsprak tegen het gebruik van geweld. Camus gebruikte communistische opstanden als een prominent voorbeeld hierin. Sartre, die precies rond deze tijd steeds openlijker socialistisch werd, kon zich totaal niet vinden in De mens in opstand. Hij was juist van mening dat geweld een rechtvaardig eindmiddel is om onderdrukkers voor eens en voor altijd neer te slaan. In plaats van zelf een negatieve recensie te schrijven voor zijn tijdschrift, liet Sartre (na lange twijfel) een andere redacteur dit doen.
Camus voelde zich hierdoor diep beledigd. Hij stuurde een bittere brief naar de redactie, expliciet gericht aan Sartre. Sartre reageerde direct met een even lange als snauwende brief, waarin hij Camus persoonlijk aanviel met de opmerking dat hij ooit "arm en eenzaam" was geweest, maar nu "bourgeois" was geworden. Camus keerde de aanval vervolgens om en richtte zijn kritiek op Sartres marxistische geschiedopvatting: "Ik houd te veel van vrijheid om te geloven in wat u 'de geschiedenis' noemt." Camus verweet Sartre gewelddadige conflicten te idealiseren, terwijl Sartre stelde dat Camus' houding machteloze individuen in de kou liet staan. Het voorval leidde tot het einde van de eens zo hechte vriendschap tussen twee van de grootste filosofische denkers van de vorige eeuw.
Bronnen:
- Explore Greece Guide, Explore Southern Europe: Diogenes of Sinope Mocked Plato's Idealism
- Medium, Phil Somers: Diogenes versus Plato
- Historic Figures: Voltaire vs Rousseau: Two Enlightenments, Two Philosophies
- Richard Geib: Voltaire and Rousseau
- Filosofie Magazine, Florentijn van Rootselaar: Camus en Sartre, de strijd en de vriendschap
- Intellectuals and the Media in France: Sartre vs Camus: The Letter that Broke Up a Friendship
Afbeeldingen:
- Mattia Preti, Public domain, via Wikimedia Commons
- Friedrich Georg Weitsch, Public domain, via Wikimedia Commons
- anonimo, Public domain, via Wikimedia Commons
- Photograph by United Press International, Public domain, via Wikimedia Commons
- L'Unità, Public domain, via Wikimedia Commons






