Geschiedenis van museum het Louvre

Museum het Louvre in Parijs kampt met een rattenplaag. De dieren zijn gelukkig niet schadelijk voor de uitgebreide collectie van het museum. Het Louvre was oorspronkelijk een middeleeuws fort, dat uitgroeide tot één van ’s werelds grootste en bekendste musea.

Middeleeuws fort

Tijdens de regeerperiode van Philippe Auguste (1180-1223) nam de invloed van de Franse monarchie sterk toe. Daarom liet hij in 1190 stadsmuren bouwen rondom Parijs. Ter versterking van de verdediging liet hij ook een fort aanleggen aan de oever van de Seine. Het gebouw bestond uit een groot vierkant plein met daaromheen vier ronde bastions op elke hoek. Op de binnenplaats stonden een hoge wachttoren en twee binnengebouwen. Dit fort werd toen al het Louvre genoemd. Vandaag de dag is er alleen nog een klein gedeelte van een ‘lagere hal’ te zien, waarvan de functie onbekend is.

Van kasteel naar koninklijke verblijfplaats

In 1364 begon architect Raymond de Temple met de transformatie van het oude fort in een koninklijk verblijf. Koning Karel V had hem opdracht gegeven tot het bouwen van enkele appartementen met grote ramen en een majestueuze spiraalvormige trap. Er werd een tuin aangelegd en de vertrekken werden rijk gedecoreerd met beelden en wandtapijten. Na de dood van Karel VI werd er lange tijd niets meer aan het kasteel gedaan. Dat veranderde in 1527, toen François I zich in Parijs wilde vestigen. Onder zijn bewind wordt de wachttoren afgebroken en komen er nieuwe gebouwen bij in de stijl van de Renaissance. Dit plan werd verder uitgevoerd door Henri II die ook een kariatidengalerij en een koningspaviljoen liet toevoegen. In de zestiende eeuw was het Louvre lange tijd een mix van oude en nieuwe gebouwen. Ook was het plan ontstaan om het Louvre te verbinden met het nabij gelegen Tuileries paleis. Karel IX begon in 1566 met de bouw van de Petite Galerie. Deze kleine vleugel moest het startpunt worden van een ellenlange corridor langs de oever van de Seine die de paleizen met elkaar zou verbinden. Deze corridor werd uiteindelijk de Grande Galerie, gebouwd tussen 1595 en 1610.

De klassieke periode

In 1625 neemt koning Louis XIII een oud ontwerp van zijn voorganger Henri IV over. Deze keer moet de noordvleugel van het middeleeuwse gedeelte van het gebouw eraan geloven. In 1639 wordt er door architect Jacques Lemercier een karakteristiek paviljoen aan het gebouw toegevoegd. Het gaat om het monumentale Pavillon de l’Horloge, oftewel het klokpaviljoen. Dit paviljoen dat inderdaad een grote klok bevat, evenals een kariatidengalerij, gaat het gebouw domineren en wordt een voorbeeld voor de andere paviljoens. In 1660 wordt architect Louis Le Vau (ook bekend van het paleis in Versailles) aangesteld om deze fase van de bouw af te ronden. Zowel de noord- als de zuidvleugel worden gecompleteerd, net als het koningspaviljoen in het centrum van het gebouw. Le Vau laat een nieuwe façade aanbouwen met uitzicht over de Seine. De allerlaatste restanten van het middeleeuwse deel worden gesloopt. Aan het einde van de zeventiende eeuw vertrekt koning Louis XIV naar Versailles. Hierdoor zal de bouw van het Louvre bijna een eeuw stil komen te liggen.

Van kasteel naar museum

Het vertrek van Louis XIV maakt een nieuwe bestemming voor het Louvre mogelijk. In 1692 geeft hij opdracht voor een tentoonstelling van sculpturen in het gebouw. Kort daarna krijgt het Louvre twee nieuwe bewoners: de Académie des Inscriptions et Belles Lettres en de Académie Royale de Peinture et de Sculpture. Vanaf 1699 worden er in de Salon grote tentoonstellingen gehouden. Deze ‘Salon’ zal later een hoge status krijgen in de kunstwereld.

Museum Central des Arts

Het eerste echte museum in het Louvre werd geopend in 1793. Er werden toen vooral schilderijen uit de collecties van de Franse aristocratie en het koningshuis getoond aan een groot publiek. De collectie wordt uitgebreid met stukken uit het Vaticaan en Venetië. Aan het begin van de negentiende eeuw wordt onder leiding van Jean-François Champollion, de grondlegger van de moderne Egyptologie, de collectie uitgebreid met objecten uit de (Egyptische) oudheid. Ook komt er ruimte voor middeleeuwse en renaissance kunst en worden de plafonds beschilderd. In de jaren die volgen, zal het museum langzaam maar zeker steeds verder uitbreiden.

Modernisering

In 1981 besloot de Franse president François Mitterand dat het Louvre zijn functie als museum verder moest verstevigen. Er komt een reorganisatie van het museum en de Chinees-Amerikaanse architect I.M. Pei wordt ingehuurd om de entree te verfraaien. In 1989 wordt zijn beroemde glazen piramide, die dienst doet als ingang van het museum ingewijd.

Bronnen:

 

- www.nu.nl, Louvre vraagt hulp van bestrijdingsfirma om ratten, 28 juli 2014.

- www.louvre.fr, History of the Louvre.

- Afbeelding: Wikimedia.

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

De Barbaren geeft een schitterend overzicht van de voorouders van de hedendaagse Europeanen.