Manhattan Project

Het Manhattan Project

Op 16 juli 1945 zag de wereld voor het eerst wat een kracht atoomwapens konden hebben toen er in New Mexico een nucleair testwapen tot ontploffing werd gebracht. Na drie jaar ontwikkeling en planning werd het geheime atoomwapen tot ontploffing gebracht. Een maand later zouden de atoombommen de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki verwoesten. Het project, uitgevoerd door ´s werelds toponderzoekers, werd bekend als het Manhattan Project.

Begin Manhattan Project

Het Manhattan Project was een geheim project van de Verenigde Staten die tijdens de Tweede Wereldoorlog begonnen aan de ontwikkeling van een atoombom. De Verenigde Staten waren in 1939 door Albert Einstein gewaarschuwd dat nazi-Duitsland bezig was met de ontwikkeling van een kernwapen. Het project kreeg zijn naam omdat de legereenheid die meewerkte aan het project in het Manhattan district in New York gevestigd was. In eerste instantie werd het project in Chicago uitgevoerd, maar nadat informatie over de operatie uitgelekt was verhuisde het project naar de staat New Mexico. Het Manhattan Project vond plaats op een industrieterrein van 1730 vierkante kilometer en duizenden westerse wetenschappers werkten er aan mee. Of de atoombom zou werken wist niemand zeker.

Bekende wetenschappers

Onder leiding van generaal Leslie Roves en de wetenschappelijke projectleider Robert Oppenheimer werkten diverse topwetenschappers jarenlang in het geheim aan het allesvernietigende wapen. Ook bekende namen als Enrico Fermi, Richard Feynman, Murray Gell-Mann, Leo Szilard en David Bohm werkten mee aan de bom. Dat de werknemers van groot aanzien waren blijkt uit het feit dat twintig van de medewerkers van het Manhattan Project  in hun leven een Nobelprijs voor hun wetenschappelijke bijdragen kregen.

Plutonium

De onzekerheid aangaande de werkzaamheid van de bom kwam doordat het hoofdbestanddeel plutonium nog maar vier jaar bestond. Plutonium werd gecreëerd door onderzoekers aan de Universiteit van Californië in 1940 toen zij stoffen toevoegden aan een kernreactor met uranium. Plutonium werd vernoemd naar de (toen nog) planeet Pluto, net als uranium vernoemd is naar Uranus en neptunium naar Neptunus. De werking van de nog nieuwe stof was niet geheel duidelijk. Sommigen meenden dat het geeneens tot een ontploffing zou leiden, maar de fysicus Enrico Fermi vreesde dat de gehele aarde in vlammen op zou gaan.

Voorbereiding operatie Trinity

In juli 1945 was het zover, de bom zou getest worden. De test, codenaam Trinity, zou plaatsvinden in een afgelegen gebied op zo’n 350 kilometer van Los Alamos, New Mexico. Ondertussen werd nog voor de test was uitgevoerd een tweede bom naar de Stille Oceaan vervoerd, ter voorbereiding op een aanval op Japan. De bom werd op een grote stalen toren gehesen, medische teams werden klaargezet voor ‘het geval dat’ en de onderzoekers reisden af naar omliggende steden. De dagen voor de test waren niet hoopgevend. De dag van de test was één van de ontstekingsmechanismen stuk gegaan, de kernbom was gevallen tijdens het ophijsen op de toren en op de nacht voor de test werd het testgebied geteisterd door een enorme onweersstorm.

Ontploffing kernbom

Ondanks de tegenslagen en de toenemende spanning onder de onderzoekers, werd de atoombom om exact half zes in de ochtend op 16 juli 1945 ter ontploffing gebracht. De enorme ijzeren toren in de woestijn van New Mexico werd verzwolgen en het omliggende asfalt verwerd tot groen zand. De lucht werd intens licht, de explosie veroorzaakte een enorme knal en sterke hittevlagen gloeiden alle kanten op. Een aantal observerende wetenschappers hadden last van kortdurende blindheid en werden ondersteboven geblazen door de kracht van de ontploffing. De oranje vuurbal die ontstond rees omhoog en verkleinde van onder om aan de bovenkant breder te worden in een paddenstoelachtige vorm. Dit beeld zou de hele wereld leren kennen als het effect van een atoombom.

Hiroshima en Nagasaki

Er wordt gezegd dat op 190 kilometer afstand van de testplaats ramen barsten van de klap en het licht te zien was van zo’n 290 kilometer afstand. De bom creëerde een krater van ruim zeven meter diep met een diameter van ruim 360 meter. De euforie was groot. Na de succesvolle test werden overige atoombommen in gereedheid gebracht voor een aanval op Japan. Een niet-geteste uraniumbom genaamd Little Boy werd op 6 augustus 1945 op Hiroshima gegooid. Gevolgd door de plutoniumbom Fat Man die Nagasaki verwoestte op 9 augustus 1945.

Twijfel en spijt

Bij de test en zeker na de bommen op Hiroshima en Nagasaki waren de meningen verdeeld. Al tijdens het project zeiden een aantal wetenschappers dat het inzetten van een dergelijke bom in een bevolkt gebied immoreel was. Leo Szilard ging zelfs met een petitie rond in de laboratoria over de morele bezwaren van hun creatie die hij later aan president Truman overhandigde. Robert Oppenheimer was fel tegen deze petitie. Sommige wetenschappers, met name Robert Oppenheimer, spraken zich later openlijk uit tegen de atoombom nadat ze de schokkende werking in Japan hadden gezien. Oppenheimer pleitte als adviseur voor de Atomic Energy Commission voor internationale regelgeving omtrent kernenergie en probeerde alles om de wapenwedloop met de Sovjet-Unie tegen te gaan. Dit echter tevergeefs.  

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!