Het regime van Hissène Habré

Vandaag werd bekend dat het Hof van Beroep in Senegal weigert de voormalige president van Tsjaad Hissène Habré uit te leveren. In België wil men de oud-dictator berechten voor de ruim 40.000 politieke moorden waarvan hij beschuldigd wordt. Habré was gedurende de jaren ’80 een belangrijke bondgenoot van het Westen in de strijd tegen de Libische leider Kaddafi.

Hissène Habré werd geboren op 13 september 1942 in Tsjaad, dat toen nog een Franse kolonie was. Na afronding van zijn basisopleiding emigreerde hij naar Frankrijk, waar hij universitair diploma behaalde op het gebied van politicologie. In 1971 keerde Habré terug naar Tsjaad, dat inmiddels onafhankelijk was geworden.

Staatsgreep

In 1979 werd Habré opgenomen in de regering van minister-president Goukouni Oueddei als minster van Defensie. Oueddei werd echter gezien als een zwakke leider die onder sterke invloed stond van de Libische kolonel Moammar Kaddafi. Op 7 juni 1982 pleegde Habré daarom een staatsgreep en riep hij zichzelf uit tot de nieuwe president van Tsjaad. De coup werd ondersteund door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, die Habré beschouwde als een krachtige pro-westerse leider die wel weerstand kon bieden tegen de aspiraties van Kaddafi.

Martelingen

Vrijwel direct na zijn machtsgreep begon Habré met de consolidatie van zijn positie. Alle andere partijen werden verboden en politieke tegenstanders werden gearresteerd. Daarnaast voerde het leger verschillende etnische zuiveringen uit onder enkele Tsjaadse minderheden. Het meest bekend werd Habré echter vanwege zijn martelpraktijken van gevangenen. Zo liet hij ze onder andere  brandmerken en dwong hij hen schadelijke stoffen in te ademen door gevangenen met hun mond aan de uitlaatpijp van een auto te zetten. Naar schatting werden er tijdens het regime van Habré ruim 200.000 mensen gemarteld, waarvan er uiteindelijk minstens 40.000 om het leven kwamen.

Oorlog tegen Libië

Moammar KaddafiIn 1980 werd Tsjaad binnengevallen door Libië. De Libische dictator Kaddafi had besloten Habré niet te erkennen als president van Tsjaad en deed een poging het land te annexeren. Ondanks de misdaden tegen zijn eigen bevolking kon Habré in deze oorlog rekenen op steun van zowel Frankrijk als de Verenigde Staten. Beide landen wilden namelijk voorkomen dat Kaddafi zijn machtspositie uit zou breiden. Zij voorzagen het Tsjaadse leger dan ook op grote schaal van wapens, geld en zelfs militaire steun. Met de hulp van het Westen wist Habré na een reeks conflicten uiteindelijk in 1987 het Libische leger definitief te verdrijven uit Tsjaad. Een jaar later, in mei 1988, maakte Kaddafi  ‘als geschenk aan Afrika’ bekend dat hij Habré zou erkennen als president van Tsjaad.

Vervolging

Tijdens de strijd tegen Libië was de onrust in het binnenland van Tsjaad echter toegenomen. In november 1990 pleegde de voormalige legerleider Idriss Déby, die tevens lid was van één van de etnische groeperingen die Habré vervolgd had, een staatsgreep. Habré wist te ontsnappen en vluchtte naar Kameroen. Niet veel later emigreerde hij naar Senegal, waar hij sindsdien onder huisarrest staat. De Senegalese  overheid heeft inmiddels beloofd hem te vervolgen, maar eist eerst 27 miljoen euro van de internationale gemeenschap voor de kosten van het proces. Op 16 maart 2007 deed het Europese Parlement een officieel verzoek aan Senegal om Habré uit te leveren aan België, waar hij vervolgens berecht zou kunnen worden. Op 8 juli 2011 kondigde de Senegalese overheid aan akkoord te gaan met dit voorstel, maar vandaag werd bekend dat het Hof van Beroep in Senegal het verzoek beschouwt als onrechtmatig. In Tsjaad is Habré overigens in 2008 bij verstek al veroordeeld tot de doodstraf

Meer weten

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!

Neem nu een abonnement en krijg schitterende cadeau's!